Werken rond lachgas in het onderwijs? De do’s en dont’s

De laatste tijd is lachgas een hot topic in de media. Meer dan ooit is er berichtgeving over inbeslagnames van flessen lachgas en het aantreffen van lege ampullen lachgas tijdens lockdownfeestjes en in de openbare ruimte. Als school, leerkracht of directie krijg je hierdoor het gevoel dat je best preventief rond het thema lachgas aan de slag gaat in de klas en op school. In dit artikel gaan we in op wat je best wel of best niet doet rond het thema lachgas in de klas en op school.
© Photo by Ivan Samkov from Pexels

Anders dan de beeldvorming die door recente mediaberichtgeving ontstaat, hebben de meeste jongeren in Vlaanderen nog nooit lachgas gebruikt. Een paniekreactie is dus zeker niet nodig. Wat wel nodig is, is meer onderzoek in België om het lachgasgebruik bij jongeren te monitoren. We doen dit de komende jaren door middel van de VAD-leerlingenbevraging, de studentenbevraging en het uitgaansonderzoek. 

Aan de slag rond lachgas in het onderwijs

Goed nieuws! Als je op school geconfronteerd wordt met leerlingen die (vermoedelijk) lachgas gebruiken, sta je niet met lege handen. Je kan heel wat initiatieven nemen. Maar dan wel op een heel doordachte en selectieve manier en enkel wanneer je zeker weet dat het gebruik van lachgas aanwezig is in de leefwereld van de jongeren die je voor je hebt. Er is immers voorzichtigheid geboden bij de communicatie over lachgas. Jongeren experimenteren graag en je wilt natuurlijk geen contraproductief effect uitlokken, zoals het opwekken van nieuwsgierigheid (zie ook onze VAD-visietekst over lachgas bij gerelateerde artikels onderaan). 

Wat zijn de dont's? 

De overgrote meerderheid van de jongeren gebruikt geen lachgas. Breng het thema lachgas dus niet klassikaal aan bod als het geen deel uitmaakt van de leefwereld van de leerlingen. Dit om te vermijden dat jongeren nieuwsgierig worden en om kopieergedrag te vermijden. Het kan stoerdere klasgenoten een forum geven om hun ervaringen met lachgas te delen en zo de anderen op ideeën brengen. Klassikale preventie, die gericht is op alle leerlingen, is met andere woorden niet aangewezen.

Neem geen losse initiatieven, maar kader alles in een Drugbeleid op School (DOS). Met een DOS werk je aan effectieve preventie rondom alcohol, illegale drugs, psychoactieve medicatie, gokken en (problematisch) gamen. Ook lachgas kan hierin worden opgenomen.

Probeer niet te choqueren met angstaanjagende beelden of taal, bijvoorbeeld foto’s van vrieswonden na het gebruiken van lachgas of de focus op effecten zoals zuurstoftekort, coma of permanente hersenschade. Als je je leerlingen schrik aanjaagt, zal dit herinnerd worden, maar niet het gewenste effect hebben. Zo’n ernstige gevolgen zijn immers eerder zeldzaam. Als de meeste jongeren deze gevolgen niet ervaren wanneer ze lachgas gebruiken, vinden ze de waarschuwing overdreven. Dat maakt je preventieboodschap ongeloofwaardig.

Wat zijn de do's? 

Schat het probleem naar waarde. Probeer met het volledige schoolteam een objectieve inschatting te maken van het aantal leerlingen die lachgas gebruiken. Dit kan je doen door hierover met elkaar in overleg te gaan en (vermoedens van) lachgasgebruik bij leerlingen bij te houden gedurende een bepaalde periode.

Kader alles binnen een beleidsmatige aanpak die ingebed is binnen het pedagogisch project van de school. Met het DOS (Drugbeleid op school) geef je aandacht aan regelgeving, begeleiding, educatie en structurele maatregelen in de schoolcontext. Een drugbeleid kan gaan over alcohol, cannabis en andere illegale drugs, medicatie, gamen en gokken. Ook het gebruik, onder invloed zijn, delen of dealen van lachgas kan je hierin opnemen. Een drugbeleid vormt een duidelijk en helder kader dat de basis is voor een doordacht beleid in je school. Dit laat toe om een duidelijk standpunt in te nemen tegenover de verschillende middelen en maakt het mogelijk om op problemen te anticiperen.

      Een Drugbeleid op School is gestoeld op vier pijlers

      © Photo by Ingo Joseph from Pexels

      (1) Afspraken en regels

        • Je werkt als school regels uit rond het gebruik van lachgas en vluchtige snuifmiddelen. Wat kan wel, wat kan niet? Bijvoorbeeld het gebruik en het in bezit hebben van lachgas is niet toegestaan tijdens de schooluren en schoolgerelateerde uitstapjes.
        • Je denkt na over wat er gebeurt wanneer een leerling regels overtreedt. Wat doet de school bijvoorbeeld als er patronen op het schoolterrein worden gevonden? In dat geval is het raadzaam eerst uit te zoeken of de patronen door de leerlingen van je school zijn gebruikt. Zo ja, dan kan je een open gesprek aangaan met de leerlingen, en zo nodig ook de ouders van deze leerlingen informeren. Het is handig als je daarbij kunt verwijzen naar regels en afspraken in het schoolbeleid.
        • Je maakt de bestaande afspraken en regels rond lachgas zowel bij de leerlingen als bij de ouders bekend.

        (2) Zorg en begeleiding

        • Je werkt een begeleidingsaanbod uit. Je denkt na over hoe ver de school gaat in het begeleiden van leerlingen met (vermoedelijke) problemen, hoe je hen begeleidt en hoe je de ouders hierbij betrekt. Je tekent een begeleidingstraject uit met duidelijke taakomschrijvingen voor het signaleren, begeleiden en doorverwijzen van leerlingen
        • Ga als leerkracht of leerlingenbegeleider een open gesprek aan met de leerlingen waarvan je een vermoeden hebt dat ze lachgas gebruiken. Soms maak je je als leerkracht zorgen om een bepaalde leerling, omdat je bepaalde signalen opvangt die wijzen op een verminderd functioneren. Omdat lachgas een kortdurende werking kent en de effecten ervan al na enkele minuten verdwenen zijn, is het herkennen van signalen van lachgasgebruik bij leerlingen op school lastig. Als je in gesprek gaat met een leerling, wees dan niet veroordelend, maar vraag of hij/zij lachgas kent of vrienden heeft die het gebruiken en wat zijn/haar mening is over het gebruik van lachgas. Zorg voor een open houding en stel open vragen.
        • Als je meer wilt weten over het voeren van dit soort gesprekken of het toetsen van signalen, kan je contact opnemen met een alcohol- en drugpreventiewerker.

        (3) Educatie

        • Je stimuleert leerlingen tot een gezonde levensstijl. Dit doe je door jongeren weerbaar te maken en hun algemene (sociale) vaardigheden te versterken. Want jong geleerd, is oud gedaan! Meer over de do’s en dont’s rond educatief werken in het onderwijs, vind je in de leerlijn verslavingspreventie.
        • In je schoolteam leer je leerkrachten adequaat reageren op het fenomeen van lachgas. Organiseer bijvoorbeeld een nascholing met een alcohol- en drugpreventiewerker en geef hen tools in handen om signalen te herkennen (Wat is eigen aan het gebruik van lachgas? Hoe reageren jongeren op gebruik?). Zo krijgen ze de nodige achtergrond om in geval van een vermoeden een gesprek aan te gaan met de leerling.
        • Je geeft voorlichting aan ouders via bijvoorbeeld een brief, gesprek, of tijdens een ouderavond. Dit kan heel zinvol zijn. Er hoeft geen speciale ouderavond over lachgas georganiseerd te worden, maar tijdens ouderavonden over tabak, alcohol en drugs kan ook aandacht worden besteed aan lachgas. Ouders kunnen tijdens de ouderavond tips krijgen over hoe ze het gesprek met hun kind kunnen aangaan. Voor het organiseren van een aanbod voor ouders, kan je contact opnemen met een alcohol- en drugpreventiewerker

        (4) Omgevingsinterventies

        • Je brengt de schoolomgeving in kaart met de plaatsen waar jongeren lachgas kunnen gebruiken. Ze doen dit meestal op afgelegen plaatsen.
        • Je brengt met je stad of gemeente in kaart welke winkels in de buurt lachgaspatronen verkopen en waar deze winkels zich bevinden ten opzichte van de afgelegen plaatsen. Door de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van lachgaspatronen te monitoren, kan je een beter zicht krijgen op de problematiek in de buurt van jouw school. De winkeliers in de omgeving van scholen kunnen bijvoorbeeld ook worden gevraagd om extra alert te zijn en verdachte aankopen door jonge tieners te melden aan de school.
        • Werk samen met jouw stad, gemeente, jeugdwerkers en preventiewerkers. Zij kunnen je helpen om een beeld te vormen van het lachgasgebruik. Deze samenwerking kan zich vertalen in occasioneel overleg en afstemming. Via bovenstaande partners kan je bovendien contacten leggen met handelaars in de buurt die ampullen verkopen en hen wijzen op hun verantwoordelijkheid. Meer informatie over de aanpak van lachgas binnen lokaal beleid, vind je in de factsheet.

        Hoe je een drugbeleid kunt ontwikkelen voor jouw school lees je in de ‘Gids voor een Drugbeleid op School’. Voor ondersteuning bij de ontwikkeling van een beleid en de uitwerking van de verschillende pijlers, kan je contact opnemen met het CGG-preventiewerk van jouw regio.

        Meer weten over lachgas?

        • Check de folder 'Lachgas en andere vluchtige stoffen. De meest gestelde vragen' en 'Drugs ABC. Vluchtige snuifmiddelen' bij gerelateerde materialen.
        • Ook online vind je op de website van De Druglijn informatie voor het grote publiek over vluchtige snuifmiddelen en lachgas.
        • In het uitgaansonderzoek wordt lachgas bevraagd. De resultaten van het laatste onderzoek vind je hier.

        Ellen Coghe en Hanna Peeters
        Onderwijs