De TDI-registratie in België

Terug naar alle onderzoeken

Samenvatting

TDI (Treatment Demand Indicator) is een indicator geuniformiseerd op Europees niveau teneinde op Europese schaal over gestandaardiseerde cijfers over aanvragen voor de behandeling van een middelen gebonden problematiek te beschikken. In België is de TDI sinds 2011 op nationaal niveau gestandaardiseerd en uitgebreid. Deze indicator levert unieke gegevens over de patiënten die zich aanmelden met een verslavingsproblematiek. Informatie over het behandelingsprofiel, socio-demografische status, behandelingskenmerken en gebruikswijze worden binnen een groot aantal centra (ambulant of residentieel, gespecialiseerd of niet, medisch of niet) telkens verzameld bij aanvang van de behandeling van een middelen gebonden (alcohol of illegale substanties) problematiek.

Onderzoekspopulatie

De Belgische TDI-registratie verzamelt informatie over elke behandelingsperiode (d) door een persoon (a) begonnen in een behandelingscentrum (b) voor zijn of haar gebruik van alcohol of illegale drugs (c).

(a) De registratie behelst alle individuen, zonder enige beperking op basis van leeftijd of nationaliteit. De enige voorwaarde is dat de patiënt een face-to-face contact moet hebben met het behandelingscentrum voor zijn of haar middelengebruik. Daarom worden personen die telefonisch, per brief of via het internet in contact zijn, of contacten die zijn gelegd door familieleden van de patiënt, niet opgenomen in de registratie. Bovendien moet iedere patiënt om privacyredenen worden ingelicht over de registratie. In het bijzonder moeten het bestaan en de doelstellingen van het register, de coördinaten van de persoon die verantwoordelijk is voor de gegevens, de bestemming van de gegevens, het recht op toegang tot de eigen gegevens en het recht om die te corrigeren worden vermeld. Een patiënt kan schriftelijk weigeren deel te nemen aan deze registratie.

(b) Behandelingscentra worden gedefinieerd als instellingen of artsen die een behandeling bieden voor drugs- of alcoholverslaving. Deze centra bieden ambulante diensten of diensten met ziekenhuisverblijf aan, hetzij gespecialiseerd in verslavingsbehandeling, hetzij opgenomen in grotere instellingen die zich naar verschillende groepen van mensen richten. Dit soort verzorging wordt soms erkend binnen een conventie met de overheid, zoals het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). De registratie van TDI in België is alleen verplicht voor bepaalde groepen van centra: centra binnen de RIZIV-conventie sinds 2011, centra voor geestelijke gezondheid in Vlaanderen sinds 2013, ziekenhuizen sinds 2015, centra met een erkenning van het Waals gewest sinds 2011. Als gevolg daarvan varieert het aantal participerende centra van jaar tot jaar en kan de dekking van de registratie evolueren.

Niet-professionele ondersteuningsgroepen, centra die alleen schadebeperkende activiteiten, sociale re-integratie, preventiediensten of welzijnszorg aanbieden, worden niet beschouwd als behandelingscentra.

(c) Behandeling wordt gedefinieerd als elke activiteit die direct gericht is op een persoon met een probleem van middelengebruik teneinde deze problemen te verminderen of te elimineren. Mogelijke activiteiten zijn o.a. detoxificatie of abstinentie, substitutiebehandeling, langetermijnsalcohol- of drugsprogramma’s, psychotherapie, counseling, gestructureerde behandeling met sterke sociale component, behandeling met medische assistentie, niet-medische interventies, specifieke behandeling in de gevangenis of interventies gericht op de vermindering van drugsgerelateerde schade indien ze zijn opgenomen in een gepland programma. Behandeling van de gevolgen van middelengebruik waarbij het gebruik van alcohol of drugs niet de hoofdreden is waarom hulp wordt gezocht en sporadische interventies die niet zijn opgenomen in een gepland programma, worden niet als een behandeling beschouwd. In afwijking van het Europese protocol wordt alcohol in het Belgische protocol als een voornaamste substantie beschouwd. De drugssoorten die worden beschouwd: a) opiaten (categorie) waaronder heroïne en misbruik van methadon, buprenorfine, fentanyl (of illegale) of andere opiaten; b) cocaïne (categorie) waaronder poedercocaïne, crack-cocaïne of andere cocaïne; c) andere stimulerende middelen dan cocaïne (categorie) waaronder amfetamines, methamfetamines, MDMA of derivaten, mefedron of andere stimulerende middelen; d) slaapmiddelen en sedativa (categorie) waaronder misbruik van barbituraten en benzodiazepines, GHB/GBL of andere slaapmiddelen en misbruik van sedativa; e) hallucinogenen (categorie) waaronder LSD, ketamine of andere hallucinogenen; f) vluchtige snuifmiddelen; g) cannabis (categorie) waaronder marihuana (plant), hasj (hars) of andere cannabis en andere middelen hierboven niet opgenomen. Tabak en het gebruik van de middelen voor een medische behandeling of voor andere somatische of psychiatrische redenen zijn niet opgenomen. Andere verslavingen dan aan middelen, zoals gamen of internetverslaving, maken ook geen deel uit van deze registratie.

(d) De registratie moet gebeuren voor elke behandelingsepisode, gedefinieerd als de periode tussen de start van de behandeling en het einde van de activiteiten in de context van het voorgeschreven programma. De start is het eerste face-to-face contact tussen de zorgverstrekker en de patiënt. Het einde van de behandelingsepisode wordt anders gedefinieerd voor ambulante dan voor opgenomen patiënten. Het einde van de episode doet zich bij ambulante patiënten voor wanneer die langer dan 6 maanden niet meer naar de behandeling komen. Bij opgenomen patiënten is het einde van de behandeling het moment dat de patiënt het centrum verlaat en er geen verdere opname is voorzien. De registratie van nieuwe behandelingsepisodes loopt voort door de registratiejaren, wat betekent dat een ambulante patiënt die regelmatig een centrum bezoekt zonder een onderbreking van 6 maanden, slecht één keer in TDI is geregistreerd, namelijk bij het eerste contact met dat specifieke behandelingscentrum.

Output

Antoine, J., De Ridder, K., Plettinckx, E., Blanckaert, P., & Gremeaux, L. (2016). Treatment for substance use disorders: the Belgian Treatment Demand Indicator registration protocol. Archives of Public Health, 74(1), 27.

Antoine, J. (2016). De TDI-registratie in België. Jaarlijks rapport, registratiejaar 2015. Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, Brussel.

Antoine, J. (2017). De TDI-registratie in België. Jaarlijks rapport, registratiejaar 2016. Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, Brussel.

Antoine, J. (2018). De TDI-registratie in België. Jaarlijks rapport, registratiejaar 2017. Sciensano, Brussel.

Contact

Sciensano
Jerome Antoine
+ 32 2 642 57 61 - jerome.antoine@sciensano.be

Algemene info

Looptijd

Startdatum 01/01/2011
Einddatum 31/12/2032
Doorlopend project

Methode

Registratie

Type

Registratieonderzoek / monitoring

Gefinancierd door

Federale overheid
Vlaamse gemeenschap (bv. FWO …)
Franse gemeenschap (bv. FNRS …)
Duitstalige gemeenschap
Regionale overheid (intergemeentelijke preventiewerker / intercommunale)

Product

Alcohol
Illegale drugs
Psychoactieve medicatie
Polygebruik

Discipline

Epidemiologisch onderzoek

Regio

Belgisch

Status

Lopend

Datum laatste wijziging: 08/08/2019
Dit item aanpassen