Antwerpse Monitor Jongeren, Alcohol en Drugs (AMJAD I)

Terug naar alle onderzoeken

Samenvatting

In navolging van de Antwerpse Drug- en Alcoholmonitor uit 2007 groeide, vanuit het Stedelijk Overleg Drugs Antwerpen (SODA), de nood aan relevante en betrouwbare gegevens over het middelengebruik van bepaalde jongeren in de stad Antwerpen. Een prioriteit van het Lokaal Drugbeleidsplan 2009-2012 is immers het druggebruik onder jongeren te verminderen of te voorkomen, én de verdere uitbouw van drugspreventie onder jongeren te stimuleren. Hiervoor is het noodzakelijk om een goed beeld te krijgen van (de ontwikkelingen van) het middelengebruik onder jongeren in de stad. Een monitor is een instrument aan de hand waarvan een bepaald fenomeen (bv. middelengebruik van jongeren) in de tijd te volgen is, zodat trends en ontwikkelingen kunnen worden opgevolgd. Dankzij dergelijke (actuele) gegevens kan een lokaal beleid gericht maatregelen of interventies ontwikkelen en beleidsprioriteiten bijstellen.

Doelstelling

In het voorliggende project, uitgevoerd door het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (ISD), werden haalbaarheid en mogelijke organisatievorm van een Antwerpse Monitor Jongeren, Alcohol en Drugs (AMJAD) bestudeerd. Concreet luidde de tweeledige doelstelling van dit onderzoek:

(1) het opzetten van een haalbare monitor voor de Stad Antwerpen en

(2) het uittesten van dit systeem (1 mei 2009 - 31 oktober 2009) gedurende een periode van 6 maanden (0,5 FTE)

Onderzoekspopulatie

Jongeren op (openbare) ontmoetingsplaatsen (‘youth on the streets’)

Dak- en thuisloze jongeren (‘youth of the streets’)

Hardekernjongeren en spijbelaars

Voornaamste resultaten

Jongeren op (openbare) ontmoetingsplaatsen (‘youth on the streets’)

De startleeftijd van middelengebruik is bij veel allochtone en autochtone jongeren ongeveer 12-13 jaar. Één van de eerste middelen waarmee jongeren, naast alcohol en/of cannabis, experimenteren zijn paddo’s. Andere roesmiddelen, zoals xtc, cocaïne of amfetamines, worden pas later stadium ontdekt. Alle jongeren staan huiverachtig t.a.v. het gebruik van heroïne. Naast de klassieke producten komen deze jongeren (in het uitgaansleven) vaak met nieuwe(re) middelen, zoals ketamine, GHB of mepedrone in contact. Het gebruik van nieuwe(re) middelen is meestal een periodegebonden ‘hype’.

Diverse factoren spelen bij de initiatie of bij een toe- of afname van gebruik een rol: thuis- en woonsituatie, vrienden, school- en werksituatie,… Het staat vast dat vooral de vriendenkring een belangrijke impact op het middelengebruik van jongeren heeft. Middelengebruik gebeurt voornamelijk in interactie met gelijkgestemde anderen (gebruikers). Gebruikende vrienden spelen een centrale rol bij het initiëren van het gebruik van (nieuwe) middelen en evoluties in gebruik. Zo wijzen community fieldworkers en enkele sleutelfiguren op het bestaan van (vaak ongeschreven) sociale regels of normen omtrent aard en patronen van gebruik binnen een vriendenkring. De houding van de meeste jongeren ten opzichte van het eigen gebruik en dat van vrienden sluit bij de sociale regels aan.

Jongeren zijn zich (deels) bewust van de lichamelijke en psychische gezondheidsrisico’s die met gebruik gepaard gaan. Enkele sleutelfiguren wijzen op het bewustmakend effect van ‘slechte voorbeelden’, zoals gemarginaliseerde gebruikers in de stedelijke context. Desalniettemin betekent dit bewustzijn niet steeds dat jongeren er zich naar gedragen. Dit blijkt o.a. uit het gegeven dat jongeren weinig/geen aandacht aan (on)veilig gebruik van materiaal besteden (bv. snuifbuisje, basepijpje).

Inzake de kennis van de effecten van de middelen (productinformatie) beweren community fieldworkers dat jongeren relatief goed geïnformeerd zijn. Allochtone en autochtone jongeren bouwen hun kennis over risico’s en effecten van middelen op, via eigen ervaringen of die van vrienden, via het internet of via voorlichting op school of door ouders. De ervaringen van vrienden worden door community fieldworkers en sleutelfiguren als de belangrijkste bron van informatie naar voor geschoven.

Allochtone en autochtone jongeren achten het (drug)hulpverleningsaanbod bereikbaar en voldoende toegankelijk. Toch is het huidige aanbod qua voorzieningen m.b.t. (drug)hulpverlening nagenoeg ongekend. Weinig allochtone of autochtone jongeren formuleren op het gebied van (drug)hulpverlening een concrete hulpvraag. Bij ze speelt in de eerste plaats de aan/afwezigheid van probleembesef een rol. In tweede instantie moet er sprake zijn van een motivatie voor een begeleiding, die vaak langdurig en confronterend is. Bij allochtone jongeren spelen volgens sleutelfiguren nog een aantal andere factoren mee, zoals een negatief beeld t.a.v. hulpverlening, het taboe inzake middelengebruik, een gebrekkige kennis Nederlandse taal, etc.

De beschikbaarheid van alle middelen is groot. Of iemand een middel kan kopen én in welke hoeveelheid hangt voornamelijk af van het beschikbare geld. Community fieldworkers geven aan dat er voor elk product variaties in de prijzen bestaan, afhankelijk van de dealer bij wie of de plaats waar (bv. thuis, discotheek, coffeeshop,…) men koopt. Het bestedingspatroon hangt vooral af van het (legaal of illegaal) inkomen (vb. uitkering, vast werk, vakantiejob of zakgeld), hun woonsituatie en de aard en patronen van gebruik.

M.b.t. plaatsen van gebruik zien community fieldworkers tussen allochtone en autochtone jongeren opmerkelijke verschillen. In tegenstelling tot autochtone jongeren zijn allochtonen frequenter in het ‘straatbeeld’ aanwezig. Het (bijna) dagelijkse gebruik van cannabis door deze jongeren, gebeurt hoofdzakelijk in groep én in mindere mate individueel. Ze gaan er van uit dat wie middelen alleen gebruikt (ongeacht de wijze van gebruik), is geëvolueerd naar gebruik met problematische allures. Bovendien zorgt ook het onderling delen van middelen (vanuit een gebrek aan (stabiel) inkomen) ervoor dat jongeren vaker samen gebruiken.

Hoewel de inschatting van de kwaliteit, net zoals bij dak- en thuisloze jongeren (en jongeren in de prostitutie), louter subjectief is, vormt de kwaliteit van de producten onder deze jongeren dikwijls een gespreksonderwerp. De percepties van de kwaliteit hebben bijgevolg een impact op de markt van vraag en aanbod. Anno 2009 staat onder deze jongeren vooral de kwaliteit van xtc ter discussie.

Output

TIEBERGHIEN, J. & DECORTE, T. (2011). Geen dak boven je hoofd? Over dakloze jongeren en middelengebruik. Tijdschrift voor Verslaving, 7(4), 30-39.

TIEBERGHIEN, J. (2010). Antwerpse Monitor Jongeren, Alcohol en Drugs. Jongeren en middelengebruik in een lokale context. Paper presented at the 20e Forum Alcohol en Drugs Onderzoek, Utrecht (Nederland), 17 november 2010.

TIEBERGHIEN, J. (2010). Jongeren en middelengebruik in een lokale context: AMJAD. VAD-berichten, 9(4), 16-17.

TIEBERGHIEN, J. & DECORTE, T. (2010). Antwerpse Monitor Jongeren Alcohol en Drugs (AMJAD), Jongeren en middelengebruik in de lokale context. Leuven: Acco.

DECORTE, T. & TIEBERGHIEN, J. (2010), Antwerpse Monitor Jongeren en Alcohol en Drugs (AMJAD). Noden en behoeften van jongeren: enkele bevindingen nader bekeken. Presentation at the Studienamiddag “Jongeren en middelengebruik in een lokale context. Antwerpse Monitor Jongeren, Alcohol en Drugs”, Antwerpen, 17 juni 2010.

TIEBERGHIEN, J. (2010). ‘Een kwalitatief monitoring systeem als instrument voor een lokaal drugsbeleid: ‘hidden populations’ in beeld’. In PAUWELS, L. e.a. (reds.) Update in de criminologie. Actualia Strafrecht en Criminologie 2010 (Reeks Gandaius, V), Antwerpen: Maklu.

TIEBERGHIEN, J., (2010). Een kwalitatief monitoring systeem als instrument voor een lokaal drugsbeleid: ‘hidden populations’ in beeld. Paper presented at the Update in de Criminologie 5: Actualia in het strafrecht en de criminologie, Gent, 1 april 2010

Contact

Universiteit Gent, Vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht, Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (ISD)
Prof. dr. T. Decorte
09 264 69 62 - tom.decorte@ugent.be

Algemene info

Looptijd

Startdatum 01/01/2009
Einddatum 31/12/2009

Methode

Participerende observatie

Type

Longitudinaal onderzoek
Andere

Gefinancierd door

Lokale overheid

Product

Illegale drugs

Discipline

Sociologisch / psychologisch / criminologisch onderzoek

Regio

Vlaams

Status

Afgerond

Datum laatste wijziging: 10/06/2016
Dit item aanpassen