Wegen naar herstel van een drugverslaving: het REC-PATH onderzoek

Herstel van een verslaving is eerder de regel dan de uitzondering, ook al doen heel wat mensen met een ernstig verslavingsprobleem er vaak lange tijd over om tot stabiel herstel te komen. Het meeste onderzoek dat deze stelling onderbouwt, is gebaseerd op Amerikaans onderzoek. Daarom sloegen we in 2017 de handen in elkaar met Britse en Nederlandse collega’s voor een grootschalig onderzoek naar herstel van verslaving aan illegale drugs. Het ‘Recovery pathways and societal responses in the UK, Netherlands and Belgium’ (REC-PATH) onderzoek vult daarmee een aantal belangrijke leemtes in de literatuur.
© EQUALITY//ResearchCollective

Cover van het boek Recovery Pathways

Focus op herstel

Herstel is de afgelopen jaren het devies en leidmotief in de Vlaamse geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg, zonder dat hierover een algemeen aanvaarde definitie bestaat of vastgelegd is hoe herstelondersteunend werken vorm moet krijgen. Het gezaghebbende Betty Ford Consensus Panel (2007) definieerde herstel van verslaving als “a voluntarily maintained lifestyle, characterized by sobriety, personal health, and citizenship”. Herstel is duidelijk niet louter gelijk te stellen met abstinentie en ook gezondheid, welbevinden en maatschappelijke participatie spelen hierbij een belangrijke rol. Vooraanstaande Amerikaanse onderzoekers zoals William White, John Kelly en Alexandre Laudet toonden aan dat herstel van verslaving wel degelijk mogelijk is en vaker voorkomt dan men doorgaans aanneemt: meer dan de helft van de mensen die ooit een verslavingsprobleem hadden, komt tot herstel.

Aangezien het meeste herstelonderzoek tot nog toe focuste op mannen in de Verenigde Staten in herstel van een alcoholverslaving, is over heel wat aspecten van herstel nog maar weinig geweten. Zo is er weinig bekend over de rol van omgevings- en contextuele factoren, welke mechanismen helpen om herstel op lange termijn vol te houden en in welke zin hersteltrajecten verschillen tussen mannen en vrouwen. Ook het aandeel van hulpverlening in deze hersteltrajecten valt moeilijk in te schatten, gezien de grote verschillen in zorgorganisatie tussen de VS en Europa.

Onderzoeksaanpak

Het REC-PATH onderzoek is het eerste Europese onderzoek dat herstel onderzocht bij personen met een verslaving aan illegale drugs. Omdat eerder onderzoek aantoonde dat ‘tijd in herstel’ een belangrijke voorspeller is van het verloop van het herstelproces, maakten we onderscheid tussen pril (< 1 jaar), volgehouden (1-5 jaar) en stabiel herstel (> 5 jaar).

We onderscheiden ook vijf mogelijke veranderingsmechanismen, die zowel professionele als meer informele of zelfs geen hulp omvatten: 1. zelfhulpgroepen gebaseerd op 12-stappen principes (AA, NA, …); 2. andere vormen van zelfhulp; 3. ambulante behandeling (incl. substitutiebehandeling); 4.residentiële behandeling; 5. spontaan herstel, zonder gebruik te maken van een van de voorgaande mechanismen. Veel mensen maken tijdens hun herstelproces gebruik van meer dan een van de opgesomde herstelmechanismen.

Met deze concepten in het achterhoofd, zetten we een ‘multimethod study design’ op, waarbij we verschillende kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden combineerden. De rekrutering gebeurde in 2018 aan de hand van een korte online survey (Life in Recovery (LiR)). Daaraan namen in totaal 722 personen deel verspreid over 3 landen: het Verenigd Koninkrijk (n=311), Nederland (n=230) en België (n=181) (Martinelli et al., 2020). We maakten gebruik van socialemediakanalen, nieuwsbrieven, congressen, flyers, posters en contacten met alcohol- en drughulpverleningsorganisaties om de oproep tot deelname aan het onderzoek te verspreiden.

Iedereen die minstens 3 maanden in herstel was van een verslaving aan illegale drugs, kwam in aanmerking voor deelname aan het onderzoek. Via de projectwebsite kregen geïnteresseerden bijkomende informatie over het onderzoek en konden ze toestemmen om deel te nemen. Wie geen of moeilijk toegang had tot het internet, kon de vragenlijst invullen op papier. De bevindingen uit deze online survey zijn na te lezen in een bijdrage in het eerste nummer van het nieuwe Tijdschrift Verslaving & Herstel.

Wat bevordert herstel?

Uit deze toevalssteekproef selecteerden we per land een honderdtal kandidaten (368 in totaal) die bereid waren tot verdere deelname aan het onderzoek en ons hun contactgegevens bezorgden. Deze cohorte vormde de basis voor het kwantitatief en kwalitatief gedeelte van het REC-PATH onderzoek. Zij werden uitgebreid bevraagd bij aanvang van het onderzoek en 12 maanden later. We peilden hierbij onder meer naar hun middelengebruik, gezondheid en welbevinden, ervaren sociale steun, levenskwaliteit, huisvesting, maatschappelijke participatie en ondersteuningsnoden en -behoeften.

Een belangrijke bevinding uit de eerste meting is dat bijna 70% van alle respondenten ooit beroep deed op een zelfhulpgroep en dat dit nauw samenhing met de aanwezigheid van meer herstelkapitaal, de uitbouw van nieuwe sociale netwerken en een sterkere bereidheid tot abstinentie. Een van de grote conclusies van het REC-PATH onderzoek is dan ook dat zelfhulpgroepen een belangrijke plaats zijn om nieuwe (niet-gebruikende) sociale netwerken uit te bouwen en om abstinentie te promoten en vol te houden.

311 respondenten (85%) konden we een jaar later een tweede keer bevragen. Onze bevindingen tonen – in lijn met de literatuur – consistent aan dat meer tijd in herstel samenhangt met betere scores op diverse herstelindicatoren bij de eerste en tweede meting. Personen die meer dan 5 jaar in herstel zijn, geven meer blijk van ‘actief burgerschap’. Dit uit zich onder meer in deelname aan betekenisvolle vrijetijdsactiviteiten, stabiele huisvesting en beperkte contacten met politie of justitie. We vonden hierbij weinig verschillen tussen mannen en vrouwen.

Zoals hierboven aangegeven, rapporteerden personen die tijdens hun herstel gebruik maakten van zelfhulp – vaak na of aansluitend op een vorm van residentiële of ambulante behandeling – betere scores op het vlak van levenskwaliteit en sociaal functioneren en hadden ze minder niet beantwoorde zorgnoden.

Keerpunten en kansen

In elk land selecteerden we ook 30 respondenten voor een diepte-interview, waarbij we nader zicht wilden krijgen op hoe zij tot herstel gekomen zijn en wat hen hierbij geholpen heeft. Het betrof een gerichte steekproef, waarbij we streefden naar gelijke aantallen mannen en vrouwen en evenveel personen in pril, volgehouden en stabiel herstel. Verder beoogden we maximale diversiteit binnen de steekproef.

Voor het Vlaamse luik van dit kwalitatief onderzoek gingen we na wat belangrijke keerpunten waren in het herstelproces en kwamen we bij volgende elementen uit: negatieve druggerelateerde ervaringen, vader of moeder worden, een dieptepunt bereiken (hitting rock bottom), aanknopen met of verlies van het sociaal netwerk, en beroep doen op hulpverlening.

Voordat dergelijke momenten echter als een keerpunt ervaren kunnen worden, is het belangrijk dat een aantal contextuele factoren en dynamieken aanwezig zijn (bv. bewustwording van toekomstperspectieven of hulpverleningsmogelijkheden), zodat deze daadwerkelijk tot een ommekeer leiden. De resultaten bewijzen in elk geval dat een bepaalde gebeurtenis of keerpunt op zich niet onmiddellijk tot verandering leidt, maar dat het vaak een geleidelijk en moeizaam proces is dat sterk verschilt van persoon tot persoon.

© EQUALITY//ResearchCollective

Foto uit het boek Recovery Pathways

Vrouwen in herstel

Omdat de stem van vrouwen vaak onderbelicht blijft in herstelonderzoek, focuste het laatste deel van het REC-PATH project specifiek op vrouwen in herstel. We maakten hierbij gebruik van een Photovoice-methodologie waarbij we in Vlaanderen 8 vrouwen rekruteerden. Via fotografie wilden we beter zicht te krijgen op hun herstelervaringen en op wat hen hielp om herstel te initiëren en vol te houden.

Over dit onderdeel van het onderzoek werd al gerapporteerd in een eerder VAD-artikel en in een internationale publicatie, maar de foto’s zullen ook te zien zijn in een fototentoonstelling (onder meer in het museum Dr. Guislain in het voorjaar 2022) en in een boekpublicatie ‘Recovery pathways: Day-to-day life of women with a drug use history’, uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts.

De verschillende foto's en verhalen tonen hoe ‘in herstel zijn’ een ingewikkeld web is van individueel, sociaal en maatschappelijk herstelkapitaal. Dit krijgt vorm tegen de achtergrond van hedendaagse ideeën en verwachtingen over schoonheid, verslaving, vrouw-zijn en moederschap. Vier thema’s kwamen naar voor als bouwstenen voor het initiëren en onderhouden van herstel: (Her)opbouwen van mijzelf; Ontwarren wat het echte leven is en wat verslaving is; (Opnieuw) verbonden raken; en Toekomstperspectieven in de praktijk brengen.

Uit dit deel van het onderzoek bleek dat Photovoice methodologisch potentieel heeft om de onderling verbonden herstelervaringen en -uitdagingen van vrouwen te vatten, maar ook om de destructieve impact van negatieve sociale normen op hun herstel naar boven te brengen.

Praktische info

Het REC-PATH onderzoek was een samenwerking tussen onderzoekers van de Universiteit Gent (W. Vanderplasschen, L. Bellaert, F. Vander Laenen & C. Colman) en de Hogeschool Gent (J. De Maeyer & T. Van Steenberghe). We werkten samen met collega’s van de universiteiten van Derby (D. Best) en Manchester (T. Millar) in het Verenigd Koninkrijk en met onderzoekers van het Instituut voor Verslavingsonderzoek (IVO, G. Nagelhout & T. Martinelli) en de Universiteit Tilburg (D. Van de Mheen) in Nederland. Honderden personen in herstel werkten actief mee aan deze studie, wat onder meer resulteerde in een geactualiseerde en interactieve website. Tevens maakten we verschillende wetenschappelijke artikels en boekpublicaties over dit onderzoek en vormde het REC-PATH onderzoek de aanleiding voor een special issue van het wetenschappelijk tijdschrift Drugs: Education, Prevention, and Policy. Het Belgische luik van het onderzoek werd gefinancierd door FWO Vlaanderen en BELSPO.

Prof. dr. Wouter Vanderplasschen
Coördinator REC-PATH België

dra. Lore Bellaert
Onderzoeker

Universiteit Gent, Vakgroep Orthopedagogiek, Onderzoeksgroep Herstel & Verslaving