Waarom is een verslaving moeilijk te doorbreken?

Psycho-educatief werkboekje voor cliënten met een verslaving

In samenwerking met aan aantal hulpverleners uit de verslavingszorg heeft VAD een nieuwe psycho-educatieve brochure uitgewerkt. De basis is het zogenaamde duale procesmodel, het evenwicht tussen automatismen en bewuste beslissingen dat ons gedrag aanstuurt. Door deze systemen uit te leggen, maakt het werkboekje cliënten duidelijk hoe gewoontegedrag en verslaving tot stand komen. Het helpt ook om te begrijpen waarom gedragsverandering niet zo eenvoudig is.

Wie probeert om alcohol- of druggebruik of ander verslavingsgedrag onder controle te krijgen, merkt al gauw dat dat niet vanzelfsprekend is. Ook al heb je goede voornemens gemaakt, je kan ze niet altijd waarmaken. Je verzeilt snel terug in je oude gewoontes. Die vaststelling is heel frustrerend voor iemand die oprecht aan zijn gebruik wil werken.

Er gebeurt heel wat onderzoek naar gewoontegedrag. Snappen hoe gedrag tot stand komt en een gewoonte wordt, kan cliënten sterker maken. Het kan hen helpen om vol te houden, of hen niet te laten ontmoedigen door herval.

Het nieuwe werkboekje maakt cliënten wegwijs in hoe automatismen werken. Het eerste deel legt uit welke rol die spelen in àl ons gedrag, het tweede deel staat specifiek stil bij het niveau van verslaving.

Twee systemen in één hoofd: bewust versus automatisch systeem

Gedrag komt tot stand door een samenspel van twee systemen. Het automatische systeem en het bewuste systeem.

  • Het automatische systeem zet gedrag spontaan in gang . Het systeem werkt snel, op basis van indrukken, ingevingen en gevoelens. Je moet er niet bewust bij nadenken, het kost dus weinig moeite. Maar het systeem is daardoor soms moeilijk onder controle houden.
  • Het bewuste systeem zet gedrag in gang na een beslissing. Dit systeem zorgt voor bewuste aandacht en redeneren. Maar het is trager, het kan niet zoveel indrukken tegelijk verwerken en vraagt veel inspanning. We gebruiken ons bewust systeem ook om de automatische werking van ons automatisch systeem te controleren. Met andere woorden: als je automatisch systeem je impulsief een bepaald gedrag wil laten doen, kan je bewust systeem dat tegenhouden of bijsturen.

Drie automatismen vormen de motor van het automatisch systeem

Wanneer we iets nieuws leren, gaat dat in het begin moeizaam. We moeten er onze aandacht bijhouden. We gebruiken ons bewust systeem. Denk bijvoorbeeld aan leren fietsen of autorijden. Maar als we dit nieuwe gedrag vaak genoeg stellen, kost het op den duur geen moeite meer. We moeten er niet meer over nadenken. We gebruiken dan ons automatisch systeem. Het is een gewoonte geworden.

Zoals gezegd worden die gewoontes niet bewust aangestuurd. Maar wat zet ze dan wel in gang? Het antwoord is een samenspel van drie automatismen. Het zijn die automatismen die bij een verslaving op hol slaan.

  • Automatische aandacht: Als je veel met iets bezig bent, dan doet dat iets met hoe je naar de wereld kijkt. Je aandacht wordt heel sterk getrokken en vastgehouden door alles wat te maken heeft met je interesses en gedachten. Als je verslaafd bent aan een bepaald middel, gaat dat je gedachten en je waarneming beheersen. Je aandacht wordt heel sterk getrokken en vastgehouden door alles wat te maken heeft met dat middelengebruik.
  • Automatische geheugenlinken: Ons geheugen werkt heel associatief. Je associeert bijvoorbeeld automatisch een liedje met een bepaalde gebeurtenis of gevoel. Bij een verslaving doet alles wat met het gebruik te maken heeft, automatisch denken aan het lekkere gevoel dat je kreeg wanneer je gebruikt had. Het krijgt zo een positieve bijbetekenis. Het kan ook gaan over het verdwijnen van een negatieve toestand, bijvoorbeeld dat je minder pijn of spanning voelde wanneer je gebruikt had.
  • Automatische gedrag: Gedrag wordt automatisch in gang gezet zonder dat je je er bewust van bent. Bepaalde associaties (plaatsen, tijdstippen, gevoelens, geuren, indrukken, …) lokken automatisch gedrag uit. Wie langdurig middelen gebruikt, krijgt een sterke, automatische neiging om dingen op te zoeken die met die verslaving te maken hebben. Zonder dat hij of zij er op dat moment bewust voor kiest om te gaan gebruiken.

Metafoor van paard en ruiter

Het twee-systemen-model is gemakkelijker te begrijpen in beeldspraak. In deze brochure stellen we het automatische systeem voor door een paard en het bewuste systeem door een ruiter.

Het bewuste systeem, ‘de ruiter’, zorgt voor de controle op het automatisch systeem, ‘het paard’. Maar bij een verslaving slaat het paard op hol. Het wordt moeilijker om de drie automatismen onder controle te houden. Als iemand bijvoorbeeld de beslissing genomen heeft om minder wiet te gebruiken, dan gaat die persoon proberen zijn automatische gewoonte om een joint te roken niet in gang te laten schieten. Hij of zij probeert het tegen te houden.

Langdurig middelengebruik leidt dus tot sterke automatismen. Tegelijk zorgt het ervoor dat het controlerend systeem, de ruiter, minder sterk wordt. Er is een link met ons brein. Door schade aan de hersenen, door een niet volgroeid brein, door mentale problemen, … werkt het controlerend systeem minder. Het wordt moeilijker om het automatisch gedrag tegen te houden of te stoppen.

Hoe “paard” temmen en “ruiter” versterken

De ruiter moet het paard te slim af zijn door vooruit te denken. Op voorhand een veilig traject uitstippelen, je dag plannen en onverwachte situaties proberen te vermijden.

In het boekje krijgt de cliënt een aantal tips en hulpmiddelen om de controle te versterken:

  • Je aandacht scherp houden.
  • Je automatismen leren kennen.
  • Je bewust worden van je spanningen.
  • Hertrainen van je automatismen via computerprogramma’s.

Aan de slag met het boekje

Deze brochure is een informatie- en werkboekje voor cliënten met een verslavingsprobleem. Het werkboekje wordt best gebruikt onder begeleiding van een hulpverlener met minimale notie van het duale procesmodel. Je kan het boekje hier downloaden of bestellen.

Het ontstaan van verslaving en hoe ermee om te gaan, dient natuurlijk niet alleen vanuit het duale procesmodel begrepen te worden. Heel veel dingen spelen een rol. Het gaat om een samenspel tussen verschillende factoren die te maken hebben met de mens die gebruikt, het middel dat gebruikt wordt en het milieu waarin de gebruiker vertoeft. Graag verwijzen we hiervoor naar de map “ De invloed van Mens, Middel en Milieu (MMM) op druggebruik en drugproblemen - een psycho-educatiepakket voor cliënten en hun naastbetrokkenen.”

Gilles Geeraerts
Vorming & Hulpverlening