VAD-leerlingenbevraging van 2000-'01 tot 2018-'19

De evolutie van alcohol, tabak en cannabis in het secundair onderwijs: minder gebruik in totaal, maar verschillen en excessen blijven
VAD volgt al 20 jaar het alcohol-, tabak- en druggebruik en het gokken op van de leerlingen uit het secundair onderwijs in Vlaanderen. Ieder jaar beantwoorden tienduizenden leerlingen daarvoor anoniem de enquête van de leerlingenbevraging. Omdat er in schooljaar 2019-2020, door de coronamaatregelen, geen representatieve steekproef getrokken kon worden, zijn er deze keer geen nieuwe cijfers. VAD maakte van de nood een deugd. In plaats van in te zoomen op de cijfers van dat ene schooljaar, stelde het team een meer overkoepelend rapport op over de evoluties en trends van de beginjaren van de leerlingenbevraging tot nu. Het valt daarbij op dat het gebruik van alcohol in het algemeen gedaald is tussen 2000 en 2019, maar dat dronkenschappen en bingedrinken niet mee gedaald zijn. Ook de cijfers over tabaksgebruik vertonen in die periode een dalende trend, al blijft het gebruik in TSO en vooral BSO nog steeds hoog. Wat cannabis betreft zit het gebruik ook lager dan aan het begin van de eeuw, maar die daling is de laatste 5 jaar wel gestopt.

VAD is de partnerorganisatie van de Vlaamse overheid in het kader van het preventiebeleid van alcohol- en andere drugproblemen.

Tabak: cijfers voor roken blijven hoog in TSO en vooral BSO

Evoluties in regelmatig tabaksgebruik (alle leerlingen)

Wat voor tabaksgebruik het meest opvalt is de fikse daling. Dat geldt algemeen, maar ook in elke onderwijsvorm. Toch valt het blijvende verschil tussen de onderwijsvormen sterk op. Het TSO, maar vooral het BSO telt opvallend meer regelmatige rokers. We weten uit de rapporten van de voorbije jaren dat deze jongeren het voorlopig ook minder goed doen voor laatstejaarsgebruik, dagelijks roken en de leeftijd waarop begonnen wordt met roken. Zij blijven daarom de grootste uitdaging voor tabakspreventie. Dit blijft een urgent probleem, want eenmaal regelmatige roker is het niet makkelijk om weer te stoppen.

Alcoholgebruik daalt, maar dronkenschap en bingedrinken niet

Sinds het begin van de eeuw drinken de leerlingen in het secundair onderwijs duidelijk minder alcohol. Het aandeel leerlingen dat ooit al alcohol dronk, daalde van 87% in het jaar 2000, naar 57% in 2019. Het regelmatige gebruik, waarbij de leerling het afgelopen jaar minstens wekelijks alcohol dronk, zakte van 29% naar 12%.

Evoluties in alcoholgebruik (alle leerlingen)

Goed nieuws dus, maar er zijn wel twee kanttekeningen te maken. De eerste is dat de daling in het gebruik zich minder sterk doorzet bij de oudere leerlingen dan bij de jongere. Dat kan gelinkt worden aan de motieven die leerlingen aanduiden op de vraag waarom ze niet drinken: dat alcohol onder de 16 jaar verboden is, is een alsmaar belangrijker argument voor min-16-jarigen om geen alcohol te drinken. Deze trend is een duidelijk argument om de minimumleeftijd voor alcohol op te trekken naar 18 jaar.

Een tweede kanttekening gaat over dronkenschap en bingedrinken (minstens zes standaardglazen alcohol binnen de twee uur voor jongens, en minstens vier standaardglazen alcohol in dezelfde tijdspanne voor meisjes). Dat meer excessieve gebruik is in de laatste 20 jaar niet gedaald. Het aantal jongeren dat het afgelopen jaar dronken was, schommelt steeds rond de 25%, het aantal dat minstens eenmaal per maand aan bingedrinken doet, schommelt rond de 15%. Met andere woorden: het aantal jongeren dat ooit alcohol dronk en het aantal jongeren dat regelmatig alcohol drinkt is weliswaar gezakt, maar de groep die wel eens uitspattingen vertoont is niet mee gekrompen.

Cannabisgebruik daalde tot 2014-’15, maar is sindsdien gestabiliseerd

Wat cannabis betreft, zien we ook een daling, zij het minder rechtlijnig en minder sterk. Opvallend is dat de daling in het vorige decennium stopte en er sindsdien een lichte stijging van het gebruik zichtbaar is.

Evoluties in cannabisgebruik (alle leerlingen)

Dit hangt samen met twee andere evoluties. Sinds midden de jaren ’10 geven steeds meer leerlingen aan dat ze makkelijk aan cannabis of andere drugs denken te geraken. Daarnaast lijkt er de laatste jaren ook iets meer tolerantie in de vriendengroep te zijn voor het gebruik van cannabis.

Bij andere illegale drugs dan cannabis zien we exact dezelfde tendensen. Het gebruik is gedaald sinds het begin van de metingen, maar die daling is gestopt. Het gaat dan uiteraard wel om een veel kleinere groep: om en bij de 2% laatstejaarsgebruik in de laatste vijf schooljaren.

Waarom gebruiken jongeren?

In de enquête zitten niet enkel vragen over het gebruik zelf, maar ook over de motieven om wel of niet te gebruiken. Er zijn duidelijke verbanden tussen bepaalde motieven, en de mate waarin het gebruik zich voordoet.

Een duidelijke meerderheid van de jongeren die ooit alcohol of cannabis gebruikten, en van zij die dat het laatste jaar deden, gaf aan dat te doen ‘voor de gezelligheid met vrienden’ en ‘om te ontspannen’. Naarmate het gebruik frequenter of excessiever wordt, treden er andere, meer negatief gerelateerde motieven op de voorgrond. Dat kan zijn ‘om dronken of stoned te worden’, ‘om me goed te voelen’ of ‘om mijn zorgen te vergeten’. Die antwoorden wijzen op middelengebruik als vlucht voor een minder positieve gemoedstoestand.

Ook de omgeving speelt een rol in het middelengebruik van jongeren. Zo is er een sterk verband tussen het aantal vrienden die tabak, alcohol of cannabis gebruiken, en het eigen gebruik. Of een leerling denkt makkelijk aan een bepaald middel te geraken, staat ook in verband met zijn of haar gebruik.

Leerlingen met ouders uit niet-Europese landen vertonen minder gebruik

VAD bestudeerde ook de verbanden tussen de etnische achtergrond van de leerlingen en hun gebruik. Algemeen geldt dat leerlingen met ouders die allebei in België of een ander Europees land geboren zijn, meer ooitgebruik, laatstejaars-gebruik en regelmatig gebruik vertonen. En dat voor zowel tabak, alcohol, cannabis als gokken .

Aan het andere uiterste zien we dat leerlingen met ouders die allebei in sub-Sahara-Afrika of in Turkije, Maghreb of (andere) Arabische landen geboren zijn, duidelijk de laagste prevalenties en frequenties vertonen. Er zijn drie uitzonderingen waarbij deze groepen wel (minstens) even hoog scoren als de andere groepen. Dat zijn slaap- en kalmeermiddelen (voor beide niet-Europese groepen), en specifiek voor de Turks/Maghreb/Arabische groep regelmatig tabaksgebruik en laatstejaarsdeelname aan sportweddenschappen.

Enkele overkoepelende conclusies

Door de evoluties over de jaren heen te bekijken, zijn er nog een aantal andere overkoepelende conclusies te maken:

  • Bij zowel tabak als alcohol als cannabis verkleint de marge tussen ooitgebruikers en laatstejaarsgebruikers. Dit wil zeggen dat wie ermee begint, er minder vaak mee stopt dan vroeger.
  • De daling in gebruik van tabak en alcohol zet zich ook minder sterk door bij de oudere leerlingen dan bij de jongsten.
  • Er zijn, voor zowel alcohol, tabak als cannabis, duidelijk meer jongens dan meisjes die gebruiken.
  • Zowel in het laatstejaarsgebruik van ADHD-medicatie, wat zich vooral bij jongens situeert, als in het laatstejaarsgebruik van slaap- en kalmeermiddelen, wat vooral bij meisjes voorkomt, is er de laatste jaren een gestage stijging en dit voor beide geslachten.
  • Wat gokken betreft, zijn krasbiljetten altijd de populairste spelvorm geweest. Er is voor alle gokvormen een dalende trend voor wat het gokken in het voorgaande jaar betreft.

Naast het blijven ontwikkelen van methodieken voor in het secundair onderwijs, willen we ook nadenken hoe we peers, ouders, en broers en zussen meer kunnen betrekken bij de preventie van middelengebruik.

Katleen Peleman, directeur VAD

Katleen Peleman, directeur van VAD, stelt het volgende vast: “Dat het gebruik van alcohol, tabak, cannabis en andere illegale drugs, èn het gokken in de loop van de jaren gedaald is, is een opsteker voor iedereen die met preventie bezig is. Tegelijkertijd is het duidelijk dat we niet op onze lauweren mogen rusten. Sommige groepen vertonen nog steeds hoge gebruikscijfers. Het is daarbij verontrustend dat risicovolle gebruikspatronen zoals bingedrinken en dronkenschap een even groot probleem blijven. Wat cannabispreventie bij tieners betreft, hebben we absoluut nog werk te doen. Dat het gebruik van psychoactieve medicatie, en dan vooral slaap- en kalmeermiddelen, op die jonge leeftijd licht toegenomen is, vraagt verder onderzoek, het is zeker een thema dat om aandacht vraagt. Het is dus duidelijk dat we blijvend op deze thema’s moeten inzetten. Scholen en leerkrachten spelen hierin een belangrijke rol. Naast het blijven ontwikkelen van methodieken voor in het secundair onderwijs, willen we ook nadenken hoe we peers, ouders, en broers en zussen meer kunnen betrekken bij de preventie van middelengebruik.”

Stefaan Hendrickx, stafmedewerker in het Vlaams Instituut Gezond Leven, wijst erop dat de drempel naar sigaretten voor minderjarigen nog steeds te laag is in ons land: “Tabak blijft overal te koop en is, in vergelijking met de buurlanden, goedkoop. Het aantal verkooppunten moet dus drastisch naar beneden en de prijs moet flink omhoog. In de verkooppunten moet er een uitstalverbod komen. Er moeten ook strengere controles komen op de verkoop aan minderjarigen. We moeten daarnaast blijven inzetten op de omgeving van jongeren, want die stuurt hun rookgedrag sterk. Door meer tabakspreventie in de scholen, door in te zetten op de ‘peers’ van jongeren en door rookstop en rookvrije omgevingen te stimuleren bij hun ouders."

Vlaams minister van Welzijn en Gezondheid, Wouter Beke, bevestigt: “Er is een nood aan objectieve gegevens over de gezondheid van de bevolking, zodat we het beleid ook kunnen onderbouwen en richting geven op basis van de actuele en evoluerende noden bij de bevolking en bij specifieke doelgroepen. De VAD levert hiertoe een sterke bijdrage, door al 20 jaar lang gegevens te verzamelen over het alcohol-, tabak- en druggebruik en het gokken van leerlingen uit het secundair onderwijs in Vlaanderen. Een blik over die 20 jaar heen biedt interessante inzichten in de evoluties op dit vlak, wat leidt tot specifieke acties binnen het preventief gezondheidsbeleid naar jongeren toe. Het VAD zal onder meer begin volgend jaar hun vernieuwde materialen voor ouders in de kijker zetten. Ook de leerlijn verslavingspreventie krijgt een update, wat dient om concreet preventieaanbod in de klas mee vorm te geven en goed te onderbouwen.”

Alcohol-, tabak- of drugpreventie in het secundair onderwijs? Dit zijn de aandachtspunten!

Bij vragen en problemen trekken jongeren sneller naar informele vertrouwensfiguren dan formele aanspreekpunten. Vrienden zijn de meest aangegeven vertrouwensfiguren, gevolgd door ouders en broers of zussen. Opmerkelijk is dat het belang van vrienden in de loop van de twee laatste decennia licht afnam, en dat van ouders in diezelfde periode licht toenam. Zeker vermeldenswaard: formele aanspreekfiguren en ouders worden eerder gekozen door leerlingen die niet of weinig gebruiken. Zij zijn dus belangrijke partners in universele preventie. Aan de andere kant worden vrienden, boers en zussen sterker door (frequent) gebruikende leerlingen in vertrouwen genomen. Zij hebben dus potentieel om in selectieve preventie in te schakelen. 

Qua doelgroep is specifieke preventie naar oudere leerlingen zeker een blijvend aandachtspunt, waarbij de focus op de risico’s van regelmatig en excessief gebruik, maar ook op de geldende wetgeving – iets wat effect had bij de jongere leerlingen – gelegd kan worden. 

Een ander aandachtspunt is de belangrijke rol van de omgeving, in de eerste plaats de peers, die zowel een beschermende als een risicoverhogende invloed kunnen hebben. Meer gebruik en meer tolerantie voor gebruik bij de vrienden, verhoogt de kans op meer eigen gebruik. Anderzijds spelen vrienden een voorname rol als vertrouwensfiguur bij vragen en problemen, waarbij vooral jongeren die al ‘dieper’ in dat gebruik zitten hun vrienden zouden aanspreken. 

Een actor die best bij universele preventie in het onderwijs betrokken wordt, zijn de ouders. Niet in het minst omdat zij voor veel jongeren, vooral diegenen die niet of weinig gebruiken weliswaar, een belangrijk aanspreekpunt zijn bij vragen en problemen.

Meer resultaten rond tabak, alcohol en illegale drugs, alsook rond psychoactieve medicatie, gokken, gamen en middelengebruik in de leefwereld van jongeren, ontdek je in deze infographic en in het volledige rapport.

Johan Rosiers
Ginger / Uitgaansonderzoek / Studentenbevraging / Sportivos