Prevalentie en trends in middelengebruik, gokken en gamen in Vlaanderen

VAD bundelt jaarlijks recente cijfergegevens over middelengebruik, gokken en gamen. Dit geeft meer inzicht in de frequentie van middelengebruik en al dan niet risicovolle gebruikspatronen. Daarnaast geven de cijfers een inschatting van de maatschappelijke impact op gezondheid, in het verkeer, op justitie etc. Dit artikel focust op de cijfers over gebruik en op de hulpvraag.

Alcohol: gebruik daalt, problematisch gebruik stijgt

In Vlaanderen nam het percentage personen van 15 jaar en ouder dat het laatste jaar alcohol dronk af, van 86% in 1997 tot 78% in 2018. Eén op vijf van de mannen en 7% van de vrouwen dronken in 2018 meer dan de nieuwe Vlaamse alcoholrichtlijn voorschrijft, meer dan 10 glazen per week dus. Vooral personen tussen 55 en 64 jaar overschreden deze richtlijn. Mannen van 15 tot 24 jaar dronken met gemiddeld 13 glazen het meeste glazen per week.

Hoewel het alcoholgebruik over het algemeen afnam, steeg het percentage Vlamingen dat ooit problemen had met alcoholgebruik. Terwijl dat nog 5% was in 2001, ging het om 14% in 2018. In 2018 was voor 779.082 personen in Vlaanderen het alcoholgebruik problematisch te noemen uitgaande van de resultaten van de CAGE-vragenlijst. Slechts een minderheid deed beroep op hulpverlening. Toch was een groot deel van de nieuwe hulpvragen bij de gespecialiseerde hulpverlening alcoholgerelateerd: in 2017 was bijna de helft van de nieuwe behandelingsaanvragen te wijten aan alcohol als voornaamste middel.

De prevalentie van alcoholgebruik daalde ook onder Vlaamse jongeren. Ten opzichte van tien jaar geleden was er een daling van 24%. In het schooljaar 2017-2018 dronk 49% van de leerlingen in het secundair onderwijs in Vlaanderen alcohol. Tien procent dronk minstens eenmaal per week tot dagelijks. De laatste tien jaar was er een sterke afname van alcoholgebruik bij jongeren onder de 16 jaar: hun laatstejaarsgebruik daalde in deze periode met 21%, het ooitgebruik met 29%.

Experimenteren met cannabis neemt toe

Cannabis is het meeste gebruikte illegale middel in Vlaanderen. Cannabisgebruik komt vooral voor bij jongvolwassenen en bij mannen. In 2018 gaf 22% van de Vlaamse bevolking aan dat ze ooit cannabis hadden gebruikt. Een aanzienlijke stijging tegenover de vorige meting in 2013 (14%). Op basis van een nieuwe vragenlijst in de nationale gezondheidsenquête blijkt dat 3% van de Vlaamse bevolking in 2018 een verhoogd risico had op cannabisgerelateerde problemen. Dit was meer het geval bij mannen en bij de leeftijdsgroep 25-44 jaar.

Cannabis was ook het meest gebruikte illegale middel bij jongeren in het secundair en het hoger onderwijs en onder uitgaanders. 11% van de leerlingen in het secundair onderwijs gebruikte het jaar voor de bevraging cannabis (schooljaar 2017-2018). De laatste tien jaar schommelde bij jongeren het laatstejaarsgebruik van cannabis tussen de 10% en 14%, terwijl het ooitgebruik van cannabis afnam. Van de studenten in het hoger onderwijs in Vlaanderen had een op de vier in het voorbije jaar cannabis gebruikt. Onder uitgaanders kwam cannabisgebruik het meest voor: 33% van de uitgaanders gebruikte het voorbije jaar cannabis (2018). Een daling ten opzichte van 2007 toen dat nog 44 procent was.

Hoe frequenter cannabis gebruikt wordt, hoe groter de kans op problemen. In 2017 was zeventien procent van het totale aantal nieuwe hulpvragen bij de gespecialiseerde hulpverlening cannabisgerelateerd.

Andere illegale drugs

Wat betreft het gebruik van andere illegale middelen dan cannabis, springt de stijging in cocaïnegebruik erbovenuit. Na cannabis is cocaïne samen met xtc de meest gebruikte illegale drug bij de algemene bevolking. Dat betekent echter niet dat cocaïnegebruik bij de algemene bevolking heel veel voorkomt: 1,7% van de Vlamingen van 15 tot 64 jaar gebruikte het afgelopen jaar cocaïne. Personen die cocaïne gebruikten waren overwegend mannen tussen 25 en 34 jaar. Hoewel slechts een klein deel van de algemene bevolking cocaïne gebruikt, steeg het percentage personen dat cocaïne gebruikte tussen 2008 en 2018, van 0,8% naar 1,7%.

Bij leerlingen en studenten in het secundair en het hoger onderwijs in Vlaanderen is cocaïnegebruik eveneens beperkt. 0,5% van de leerlingen in het secundair onderwijs gaf aan dat ze in het voorgaande jaar cocaïne gebruikten (schooljaar 2017-2018). Onder Vlaamse studenten in het hoger onderwijs gaf in 2017 5% aan dat ze het laatste jaar cocaïne gebruikten.

Na cannabis en xtc is cocaïne het meest gebruikte illegale middel bij uitgaanders in Vlaanderen. Achttien procent gebruikte het voorgaande jaar cocaïne (2018), ongeveer evenveel als in 2007. Hoewel het cocaïnegebruik na 2007 verminderde, steeg het duidelijk weer 2018.

In de gespecialiseerde hulpverleningscentra nam het aandeel nieuwe behandelingen voor cocaïne als voornaamste middel van 9% naar 11% toe tussen 2015 en 2017.

Op bevolkingsniveau en bij leerlingen in het secundair onderwijs komt gebruik van xtc of amfetamines slechts bij een klein percentage voor. 0,3% van de leerlingen in het secundair onderwijs gebruikte het laatste jaar amfetamines, 0,7% xtc. 0,5% van de 15-64-jarigen gebruikte amfetamines, 1,3% xtc. Het gebruik van deze middelen ligt iets hoger bij studenten uit het hoger onderwijs (3% amfetamines en 7% xtc) maar valt vooral op bij uitgaanders (8% amfetamines, 22% xtc). Ten opzichte van 2007 betekende dit een lichte stijging van het xtc-gebruik en een lichte daling van het amfetaminegebruik.

Het aantal behandelingen in de gespecialiseerde hulpverlening bleef voor xtc en amfetamines stabiel tussen 2015 en 2017.

Gebruik van opioïden komt op bevolkingsniveau zeer weinig voor. Voor België zijn er onvoldoende gegevens om iets te kunnen zeggen over evoluties in het gebruik van opioïden. De laatste drie jaar daalde het aantal cliënten dat werd behandeld voor gebruik van opioïden.

Ook het gebruik van NPS komt op bevolkingsniveau zeer weinig voor. NPS zijn wel bekend bij Belgische jongeren tussen 15 en 24 jaar: 8% gebruikte deze middelen ooit. Recent gebruik van GHB en ketamine wordt vooral gerapporteerd door uitgaanders. In 2018 nam 0,8% van de uitgaanders het laatste jaar GHB, en 6% ketamine. Ketaminegebruik toonde de laatste tien jaar een stijgende tendens.

Toename in gebruik van psychoactieve medicatie

Psychoactieve medicatie wordt vooral gebruikt door 55-plussers en door vrouwen. Het gaat vooral om het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Meer laag- dan hooggeschoolden gebruiken psychoactieve medicatie. Tussen 1997 en 2018 nam het gebruik van psychoactieve medicatie bij de algemene bevolking toe van 10% tot 16%.

Vergeleken met andere Europese landen is het medicatiegebruik in België hoog. België bekleedt de derde plaats in Europa voor wat betreft gemiddelde uitgaven aan geneesmiddelen.

Als jongeren in het secundair of het hoger onderwijs psychoactieve medicatie gebruiken, dan gaat het vooral om het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Zeven procent nam het afgelopen jaar slaap- en kalmeringsmiddelen (schooljaar 2017-2018).

In 2017 nam 8% van de studenten in het hoger onderwijs het afgelopen jaar slaap- en kalmeringsmiddelen en 7% opwekmiddelen. Regelmatig gebruik van deze medicatie deed zich vooral voor in de blok- en examenperiodes. In het uitgaansleven gebruikte 7% het laatste jaar slaap- en kalmeringsmiddelen.

De laatste drie jaar bleef in de gespecialiseerde hulpverlening het aandeel cliënten dat werd behandeld voor het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen met 4% redelijk stabiel.

1 op de 10 Vlamingen speelt wekelijks voor geld

In 2018 speelde 32% van de Vlamingen van 15 jaar en ouder minstens een keer een kans- en geldspel in de afgelopen 12 maanden. 10% deed dat wekelijks. Jongeren spelen meer op kansspelen die een hoger risico inhouden op risicovol gokken (bv. elektronische gokspelen, sportweddenschappen).

31% van alle leerlingen in het secundair onderwijs speelde ooit met krasloten en 18% met de lotto (in schooljaar 2017-2018). Twaalf procent speelde ooit op de bingo, 9% pokerde ooit voor geld en 10% speelde ooit op sportweddenschappen. Elf procent van de leerlingen speelde het afgelopen jaar met krasloten. Nochtans zijn deze kansspelen verboden onder de achttien jaar. In 2018 liep in Vlaanderen 1% van de bevolking een risico op gokverslaving, waarvan 0,3% een hoog risico. Jongvolwassenen (25-34 jarigen) en mannen liepen het grootste risico met 1%.

Slechts 14% van de probleemgokkers zocht al hulp voor het gokken. Ook uit de cijfers van de hulpverleningsinstellingen blijkt dat gokproblemen maar een beperkt deel uitmaken van de hulpvragen.

Gamen is een populair tijdverdrijf bij jongeren

47% van de Vlamingen van 16 jaar en ouder speelde in 2018 minstens maandelijks een digitale game. Het grootste aandeel gamers bevond zich onder de 16-24-jarigen. Gamen kwam iets meer voor bij mannen dan vrouwen maar het verschil is klein.

Vooral voor jongeren maakt gamen een vast deel uit van de vrijetijdsbesteding. Tijdens het schooljaar 2017-2018 gamede 75% van de jongeren in het secundair onderwijs in de week voordat de bevraging bij hen werd afgenomen. Jongens gamen vaker en langer dan meisjes. Jongere leerlingen gamen eveneens frequenter.

De helft van de studenten in het hoger onderwijs in Vlaanderen had in 2017 de afgelopen 12 maanden gegamed. Meer dan dubbel zoveel mannelijke (73%) dan vrouwelijke (32%) studenten gameden de afgelopen 12 maanden.

Voor een kleine groep wordt gamen problematisch. Drie procent van de Belgische bevolking van 18 jaar en ouder gamede problematisch. Van de scholieren in het secundair onderwijs voldeed tijdens het schooljaar 2017-2018 12% aan de criteria voor problematisch gamen. Dit kwam vooral voor bij jongens en bij de jongste leeftijdsgroepen.

Voor meer cijfers download de factsheets.

Else De Donder