Prestatiebevorderende middelen op het werk, in de sport en in de gevangenis

Prestatiebevorderende middelen of performance enhancing drugs (PED) worden gebruikt om fysieke en cognitieve prestaties te bevorderen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het gebruik van voedingssupplementen, vitamines, maar ook om hormonen of anabole steroïden. Het gebruik van deze middelen was lang beperkt tot de sportsector, maar tegenwoordig is er bewijs dat PED in verschillende omgevingen worden gebruikt. Denk maar aan de amateursport, de gevangenissen, de werkvloer en het studentenleven. Door het algemenere gebruik, brengen PED ook gevaren voor de volksgezondheid met zich mee. Daarom hebben beleidsmakers tegenwoordig meer aandacht voor het fenomeen en verschijnen er ook meer wetenschappelijke studies over.

PED-gebruik bij de algemene bevolking

In februari 2019 startten onderzoekers van de UGent, de KULeuven en de universiteit van Lausanne onder leiding van prof. dr. Wim Hardyns met een studie naar PED-gebruik. De studie onderzoekt de potentiële risicofactoren van PED-gebruik bij de algemene bevolking. Daarvoor nemen de onderzoekers drie contexten met een verhoogd risico onder de loep: de werkcontext, met in het bijzonder horeca en transport, het gevangeniswezen en de sportsector.

Een eerste deel van het onderzoek focust op de bestaande kennis omtrent PED in binnen- en buitenland. Aan de hand van de bestaande literatuur werd de wereldwijde prevalentie van PED-gebruik in kaart gebracht. Daarbij onderzocht men de motieven voor het gebruik en de effecten op de fysieke en mentale gezondheid van de gebruiker.

Het tweede deel zoomt verder in op de Belgische bevolking. Met een representatieve bevolkingssurvey (n=1753) probeerden de onderzoekers een algemeen beeld te krijgen van de prevalentie van PED binnen de Belgische bevolking. De dataverzameling vond plaats in oktober en november 2018 en kaderde binnen het project Social CApital in Neighborhoods (SCAN) (Hardyns et al, 2019).

Fitness, een hoog risico voor PED-gebruik?

De prevalentie van PED-gebruik in de fitnesswereld werd in kaart gebracht met een online survey bij Belgische fitnessbeoefenaars. De vragen peilden naar het fitnessprofiel van de respondent, het gebruik van voedingssupplementen en vitaminen, het gebruik van anabole steroïden, motieven voor gebruik van anabole steroïden en de attitude ten aanzien van doping. De online vragenlijst werd verspreid via fitness.be, de beroepsvereniging voor de fitness- en wellnessindustrie. Zij stimuleerden managers en uitbaters van fitnesscentra om de survey te verspreiden onder hun leden. Ook via diverse bodybuildingfora en via de Facebookpagina van het onderzoeksproject werd de vragenlijst verspreid. Zo werden in totaal 1706 fitnessbeoefenaars bereikt.

Daarnaast organiseerden de onderzoekers zowel in Vlaanderen als in Brussel en Wallonië een focusgroep met fitnessbeoefenaars, managers van fitnesscentra en gebruikers van anabole steroïden.

Werk en gevangenis

Ook in de gevangenis en bij werknemers in de horeca- en de transportsector schat men het risico op PED-gebruik hoger in.

In de werkcontext namen de onderzoekers een survey af bij werknemers in de horeca- en transportsector. Ze kregen de vragenlijst voorgelegd in afwachting van hun periodiek gezondheidsonderzoek door de arbeidsartsen van de Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het werk. De link naar de vragenlijst werd ook verspreid via de websites van werkgevers of vakbonden en via sociale media. De onderzoekers organiseerden ook zowel in Vlaanderen als in Brussel en Wallonië een focusgroep met stakeholders uit de horeca- en transportsector.

Wat betreft het gevangeniswezen nam er per gewest een gevangenis deel aan het onderzoek. In de Vlaamse gevangenis werd een vragenlijst afgenomen bij 50 gedetineerden. Ze beantwoordden vragen over het gebruik van de fitnessvoorzieningen en over steroïdengebruik. Vervolgens werd er een focusgroep georganiseerd met gedetineerden die voor of tijdens hun detentie anabole steroïden gebruikt hadden. Voor de Brusselse en Waalse gevangenissen werd gebruik gemaakt van participerende observatie. Hierbij werden individuele interviews afgenomen met gedetineerden die reeds anabole steroïden gebruikt hadden. In beide gevangenissen werd ook een focusgroep gehouden.

Herkomst PED en hulpverlening

In een vierde deel werd onderzoek gedaan naar de herkomst van de producten op de Belgische markt. Hiervoor werd een diepte-interview afgenomen bij een expert die gespecialiseerd is in drughandel en drugmarkten in België. Daarnaast analyseerden de onderzoekers de databanken met inbeslagnames van postzendingen door de douane, de politie en het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.

Het vijfde deel brengt de bestaande zorgverlening in Vlaanderen, Brussel en Wallonië in kaart. Denk maar aan onder meer eerstelijnszorg, specialisten en hulpverleningsorganisaties in de alcohol- en drugsector. Daarbij werd nagegaan of deze hulpverleners specifieke informatie en zorg op maat hebben voor werknemers, gevangenen en fitnessbeoefenaars. Zo konden de onderzoekers mogelijke tekortkomingen in de zorgverlening identificeren. Dit werd onderzocht aan de hand van een survey onder huisartsen, sportartsen, arbeidsartsen van Interne en Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het werk, zorgverleners in de gespecialiseerde alcohol- en drugsector en zorgverleners in het gevangeniswezen.

In een zesde en laatste deel werden op basis van voorgaande onderzoeksactiviteiten aanbevelingen geformuleerd om gebruikers, preventiemedewerkers en zorgverleners bewust te maken van de problematiek van PED-gebruik.

Het onderzoek loopt eind september 2019 af, het eindrapport wordt verwacht tegen eind december.

Lees hier de onderzoeksfiche over dit onderzoek.

Hardyns Wim (UGent), Freya Vander Laenen (UGent), Marie-Claire Lambrechts (KULeuven), Lode Godderis (KULeuven), Bertrand Fincoeur (University Lausanne), Clio Lambrechts (UGent), Isabelle Boets (KULeuven), Diana Mendes Fonseca (University Lausanne).

Financierende instantie: BELSPO (co-financiers: Flanders - Minister Muyters - Work, economy, innovation and sports; Flanders - Minister Vandeurzen - Well-being, Health and Family; Walloon Region - Minister Greoli - Social action, Health, Equal Opportunities, Administrative Simplification; Commission communautaire française (COCOF) - Minister Jodogne – Health; Commission communautaire commune - Minister Gosuin – Health; German Community - Minister Antoniadis - Health, social and family affairs).

Begin- en einddatum onderzoek: 01-02-2019 – 30-09-2019.