Personen met een migratieachtergrond en etnische minderheden in de drughulpverlening en justitie

Personen met een migratieachtergrond en etnische minderheden hebben het vaak moeilijker in de samenleving vanwege bijvoorbeeld hun verblijfsstatuut, socio-economische status, maar ook omwille van structurele of gepercipieerde discriminatie. Dit heeft gevolgen voor de mentale gezondheid en kan probleemgebruik bij bepaalde doelgroepen beïnvloeden. Vanuit het perspectief van de drughulpverlening is het geen evidentie om deze diverse populaties te bereiken en een succesvol hulpverleningstraject te doorlopen.

Een andere achtergrond een ander traject

Verkennende studies wijzen erop dat personen met een migratieachtergrond minder aanwezig zijn in hoogdrempelige residentiële hulpverlening en oververtegenwoordigd zijn in laagdrempelige ambulante zorg. Bovendien stromen zij later in en doorlopen ze minder vaak een succesvol hulpverleningstraject. Daarenboven suggereren internationale studies dat, wanneer personen met een migratieachtergrond vanwege probleemgebruik en het plegen van strafbare feiten in contact komen met justitie, zij een ander traject doorlopen dan personen zonder migratieachtergrond. Hoewel deze verkennende studies (zoals de Belspo ZEMIV & PADUMI studies) wijzen op aanzienlijke verschillen tussen personen met en zonder migratieachtergrond, is er in België tot nu toe weinig onderzoek naar dit thema én lijkt het erop dat het thema weinig vanuit een sterktegericht perspectief vertrekt.

Samenwerking rond hete hangijzers

De komende vier jaar (2019-2022) doen de faculteit Rechten en Criminologie en de faculteit Psychologie en Pedagogie van de Universiteit Gent hierover onderzoek. Het hoofddoel is interventies in de drughulpverlening en justitie maximaal afstemmen op de noden binnen deze diverse populaties en handvaten bieden voor toekomstig onderzoek. Dit werk wordt gefinancierd door het federaal wetenschapsbeleid (Belspo), het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en het Bijzonder Onderzoeksfonds van UGent.

Het onderzoek bestaat uit vier onderzoekslijnen:

-Registratie & goede praktijken

Hoe wordt migratieachtergrond gemonitord en wat zijn goede praktijken in de Belgische en Europese drughulpverlening? (Belspo, onderzoeker Charlotte.DeKock@UGent.be, Prof. dr. Tom Decorte, in samenwerking met ULB, VAD, Fédito Wallonne & BXL)

-Herstel

Hoe ervaren personen met een migratieachtergrond hun herstel van een middelenproblematiek en wat vinden ze daarbij helpende en hinderende elementen? (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek, onderzoeker Aline.Pouille@UGent.be, Prof. dr. Wouter Vanderplasschen, Prof. dr. Freya Vander Laenen)

-Toegang

Hoe zet het beleid in op toegankelijkheid en relevantie voor, alsook het bereiken en betrokken houden van (potentiële) probleemgebruikers met een migratieachtergrond. Hoe wordt dit beleid dan vertaald in de praktijk?(Bijzonder Onderzoeksfonds UGent, onderzoeker Charlotte.DeKock@UGent.be, Prof. dr. Tom Decorte, Prof. dr. Wouter Vanderplasschen)

-Justitie

Op welke manier speelt migratieachtergrond een rol bij de justitiële doorverwijzing van personen die druggerelateerde criminaliteit plegen naar de hulpverlening? (Assistente UGent, onderzoeker Eva.Blomme@UGent.be, Prof. dr. Charlotte Colman)

Een visie voor de toekomst

In de laatste fase van het onderzoek worden de resultaten van deze vier onderzoekslijnen geïntegreerd. Dit moet leiden tot sterktegerichte, multidisciplinaire richtlijnen en aanbevelingen en bruikbare strategieën voor het omgaan met personen met een migratieachtergrond die kampen met probleemgebruik, in herstel zijn en/of strafbare feiten hebben gepleegd. Deze geïntegreerde strategieën worden ontwikkeld samen met sleutelfiguren uit de justitiële sector en de zorg, beleidsmakers en de doelgroep.

Charlotte De Kock

Onderzoeker UGent