Middelengebruik, gamen en gokken bij cliënten in de thuis- en gezinszorg

10/02/2021
In september 2020 stuurde VAD een online vragenlijst naar de thuis- en gezinszorg in Vlaanderen. Met de bevraging wilden we een beter zicht krijgen op de problemen en noden bij middelengebruik (alcohol, cannabis, andere illegale drugs, psychoactieve medicatie), en bij gamen en gokken van volwassen cliënten. Een dertigtal leidinggevenden en beleidsmedewerkers vulden de vragenlijst in, waarvan tweeëntwintig volledig. Praktijkwerkers werden niet bereikt. De resultaten geven daardoor een weliswaar beperkte, maar interessante kijk op hun ervaringen. Benieuwd naar de resultaten? We zetten ze hieronder op een rij.
© Daisy-Daisy via istockphoto

Organisaties in de thuis- en gezinszorg hebben nood aan handvatten

De belangrijkste conclusie is dat organisaties nood hebben aan handvatten en ondersteunend materiaal. De meest prioritaire noden zijn: vorming en training van medewerkers, ondersteuning om een aanpak op maat van een organisatie uit te werken en informatie voor thuiszorgmedewerkers, bijvoorbeeld via folders of online.

Alcohol en psychoactieve medicatie zijn koplopers in problematisch gebruik

Medewerkers in de thuis en gezinszorg worden geregeld geconfronteerd met problematisch gebruik. We definiëren problematisch gebruik hier ruim: elke vorm van middelengebruik, gamen of gokken die een negatief effect heeft op het lichamelijk, psychisch of sociaal functioneren van de cliënt zelf, zijn omgeving of de werking van de dienst of organisatie'.

Het afgelopen jaar werden medewerkers het vaakst geconfronteerd met problematisch gebruik van alcohol en van psychoactieve medicatie, gevolgd door cannabis en andere illegale drugs. Problematisch gamen en gokken kwam veel minder voor of werd minder vaak opgemerkt. 

Opvallend is dat alle medewerkers in het afgelopen jaar met problematisch alcoholgebruik geconfronteerd werden. De meerderheid zelfs op wekelijkse of maandelijkse basis.

Problematisch gebruik komt men op het spoor door info van andere hulpverleners die bij de cliënt betrokken zijn, door signalen die men zelf opmerkt, door familieleden van de cliënt die de medewerker hierover aanspreken en door info van collega’s en leidinggevenden. De meest genoemde signalen van problematisch gebruik zijn een geur van bijvoorbeeld alcohol of cannabis en grote hoeveelheden lege blikjes, flessen of medicatieblisters in huis. Andere belangrijke signalen zijn veranderingen in gedrag en functioneren, gebruik in aanwezigheid van de thuiszorgmedewerker, overlast in de woning of in de buurt, bezorgde familieleden, het verstoppen van voorraden en grensoverschrijdend gedrag naar de thuiszorgmedewerker.

Bij problematisch gebruik of een vermoeden daarvan reageert men vooral door dit aan te kaarten tijdens het teamoverleg, in gesprek te gaan met de cliënt of door te overleggen met een collega of leidinggevende die de cliënt goed kent.

Middelengebruik zorgt voor problemen in de begeleiding van cliënten. 

Ook in de begeleiding van cliënten ontstaan een aantal problemen door middelengebruik of gokken of gamen. Het meest voorkomende probleem is dat de cliënten zelf nadelige gevolgen van hun gebruik of gedrag ondervinden. Denk bijvoorbeeld maar aan financiële problemen, onrust in de familie, valpartijen, vereenzaming of vergeetachtigheid. Sommige van die ongewenste effecten hebben ook een directe impact op het werk van de thuiszorgmedewerkers. Andere problemen waarmee begeleiders te maken krijgen is dat de cliënten voor overlast zorgen, grensoverschrijdend gedrag vertonen of dat ze negatief reageren wanneer de begeleider het gebruik of gedrag ter sprake brengt. Alcoholgebruik zorgt het vaaks voor overlast en grensoverschrijdend gedrag. Cliënten die psychoactieve medicatie innemen reageren het vaakst negatief op bemerkingen van medewerkers over dit gebruik.

Bijna de helft van de medewerkers vindt het moeilijk om de ernst in te schatten van de problemen van de cliënt. Daarnaast geven de respondenten aan dat deze begeleidingen veel energie kosten en psychisch zwaar zijn voor de medewerkers. Dit komt onder meer door een gebrek aan zelfinzicht van cliënten, de ontkenning van signalen, en de moeilijke bespreekbaarheid en doorverwijzing. Deze extra problemen illustreren dat het voor medewerkers niet evident is om gemotiveerd te blijven om binnen deze context hulp te blijven verlenen.

De helft van de medewerkers voelt zich onvoldoende deskundig

De helft van de respondenten geeft aan zich ondeskundig te voelen. Het aanleren van vaardigheden wordt als het meest ondersteunend gezien in de omgang met deze cliënten in de dagdagelijkse praktijk. Samenwerken met externen, kennis over de problematiek, overleg met collega’s en overleg met cliënten zijn andere belangrijke hulpbronnen.

Het is dan ook geen verrassing dat opleiding of training van medewerkers naar voor komt als de meest gewenste ondersteuningsvorm. De meest genoemde vormingsnoden zijn signalen opmerken en bespreekbaar maken, gesprekstechnieken aanleren, en een alcohol- en drugbeleid voor cliënten.

Organisaties zijn op de goede weg

Veel organisaties hebben al een vorm van beleid rond alcohol- en druggebruik bij cliënten, maar dat is meestal nog niet op alle vlakken even sterk uitgewerkt.

Zo zetten organisaties binnen de sector al sterk in op begeleiding en zorg. Bijna elke respondent weet wat er in zijn organisatie van hem verwacht wordt als er signalen van problematisch gebruik opgemerkt worden. Ook geven medewerkers aan dat ze het gesprek met de cliënt aangaan wanneer ze zich zorgen maken over het gebruik. De thuiszorg ziet voor zichzelf dus een belangrijke signaal- en vroegdetectiefunctie weggelegd.

Wat regels & afspraken betreft blijken regels over middelengebruik bij cliënten het meest uitgewerkt te zijn. Hoe men moet reageren bij het overtreden van deze regels is echter minder duidelijk.

Bij iets meer dan de helft van de medewerkers zet de organisatie in op het deskundig maken van de medewerkers inzake middelengebruik, en informeren en sensibiliseren de medewerkers cliënten om verantwoord met middelen om te gaan.

Bij meer dan de helft van de thuiszorgdiensten wordt er samengewerkt met een huisarts bij problemen met of aanpassingen aan het gebruik van psychoactieve medicatie door cliënten. Het hulpverleningslandschap is gekend.

Impact van COVID-19 op gebruik

Bijna de helft van de medewerkers merkt een impact van COVID-19 op het gebruik van cliënten. Men ziet een toename van middelengebruik bij cliënten, vooral wat betreft alcoholgebruik. Vermelde oorzaken zijn meer eenzaamheid bij de cliënten en minder externe controle op hun middelengebruik.

VAD zet in op deskundigheidsbevordering

De komende jaren zet VAD met informatie- en vormingsinitiatieven stapsgewijs in op de deskundigheidsbevordering van leidinggevenden en medewerkers.

Uit de nodenbevraging blijkt verder dat organisaties binnen de thuis- en gezinszorg op beleidsmatig vlak vooral inzetten op de pijler welzijn & zorg. Regels, afspraken en procedures bij problematisch gebruik zijn minder aanwezig. Daarom werd de ontwikkeling van een alcohol- en drugbeleid op maat van deze sector in de VAD-planning opgenomen. Deze gids wordt een hulpmiddel om alle pijlers van het beleid te concretiseren.

Bekijk hier de resultaten kort samengevat in een infographic.

Joyce Borremans
Eerstelijnswelzijnswerk, VAPH, psychoactieve medicatie