Mensen met een migratieachtergrond vertellen over middelengebruik

Een multidisciplinair onderzoeksteam bestudeerde in “Substance use among people with a migration background” de aard van middelengebruik bij 247 personen met een migratieachtergrond, hoe deze personen probleemgebruik definiëren en ervaren, wat deze personen aanzet om beroep te doen op hulp en welke barrières zij hierbij ervaren. De interviews werden afgenomen door personen met eenzelfde migratieachtergrond in het kader van een Community Based Participatory Research onderzoeksmodel.

Onderzoeksmethode

Commmunity Based Participatory Research is participatief, coöperatief en emancipatorisch en slaat een brug tussen onderzoek en actie in het veld. Het model wordt vooral toegepast om kwetsbare groepen op een gelijkwaardige basis te betrekken in onderzoek naar thema’s die vooral op hun levenskwaliteit betrekking hebben. Per doelgroep werden 15 personen opgeleid als gemeenschapsonderzoekers. Zij kregen een training over het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek, ethische dilemma’s, de deontologie van de onderzoeker en het afnemen van semigestructureerde interviews. Tijdens de training werden de onderzoeksvragen verfijnd en werd een interviewleidraad uitgewerkt door de gemeenschapsonderzoekers.

Middelengebruik

De deelnemers aan dit onderzoek beschreven vooral alcohol- en cannabisgebruik. Ook vijfentwintig heroïnegebruikers met voornamelijk een Turkse migratieachtergrond deden hun verhaal. Het gebruik van tabak werd niet bevraagd in deze studie. Zowel bij participanten met een Turkse migratieachtergrond als bij de bevraagde asielaanvragers, vluchtelingen en personen zonder wettige verblijfsdocumenten beschreef twee derde van de respondenten het gebruik als problematisch. Slechts een op vijf van de deelnemers met een Oost-Europese migratieachtergrond beschreef het gebruik als problematisch.

De redenen die respondenten aangaven voor voortgezet en probleemgebruik zijn zeer uiteenlopend. In grote lijnen komen die overeen met redenen die ook probleemgebruikers zonder migratieachtergrond aangeven. Toch zijn enkele (deel)fenomenen uniek voor gebruikers met een migratieachtergrond. Turkse respondenten haalden vooral familiale problemen zoals huwelijksproblemen (soms veroorzaakt door gearrangeerde huwelijken bij zowel vrouwen als mannen) aan en vroege levenservaringen zoals onzekerheid over het verblijf in België en discriminatie op school. Asielaanvragers, vluchtelingen en personen zonder wettige verblijfsdocumenten hadden het op hun beurt vooral over het gebrek aan verblijfsdocumenten en bijhorende onzekerheid alsook de traumatische migratiegeschiedenis en eenzaamheid.

“Stel je voor dat je één dag identiteitskaart heb en dag daarna illegaal. Als je in de kou moet buiten blijven, wat doe je dan. Ik gebruikte opium of alcohol, wanneer moest ik buiten slapen.”

Abdul, probleemgebruiker zonder wettige verblijfsdocumenten

“I left in 1998, I lived in Spain, went to Italy, France and Belgium in 2012. But until now, I didn’t find settlement. Maybe I’ll go to Sweden or Norway or any country that I can find myself; or I’ll take more doses of heroin, wallah, and end my life, I get tired from this alienation.”

Demir, probleemgebruiker zonder wettige verblijfdocumenten

Oost-Europese deelnemers vertelden veelal over financiële en werkgerelateerde problemen (onder meer discriminatie op de arbeidsmarkt) en familiale problemen (vaak veroorzaakt doordat familie die in een ander land woont). Bij Congolese respondenten kregen we weinig specifieke redenen voor gebruik te horen.


Zorggebruik

Slechts een derde van de Turkse respondenten en van de bevraagde asielaanvragers, vluchtelingen en personen zonder wettige verblijfsdocumenten gaf aan reeds contact te hebben gehad met diensten voor probleemgebruik. Slechts een op zeven respondenten in de Oost-Europese doelgroep geeft aan hier ervaring in te hebben. Turkse en Congolese respondenten vertelden vaak dat de afhankelijkheidsproblematiek ‘hun eigen probleem’ is en dat men vindt er individueel, zonder hulp, iets aan te moeten doen. Ook werd opgemerkt dat vooral in de Oost-Europese doelgroep de vraag naar psychologische en andere ondersteuning groot is. Ten laatste vertelden veel deelnemers over hun contact met huisdokters en dat zij onvoldoende hulp konden bieden met betrekking tot vragen die gerelateerd zijn aan middelenafhankelijkheid.

De onderzoekers concluderen dat vier geclusterde thema’s deze ‘behandelingskloof’ beïnvloeden, en dat de invloed ervan varieert bij personen met verschillende migratieachtergronden. Ten eerste spelen taboe, schaamte en sociale druk een belangrijke rol in de perceptie van middelenafhankelijkheid en belemmeren ze zorggebruik in de Congolese en de Turkse doelgroepen. De sociale druk binnen deze gemeenschappen zorgt ervoor dat gebruik een stigma draagt, wat in sommige gevallen de stap naar hulpverlening belemmert. In de twee andere doelgroepen is dit minder het geval omdat het hier strikt gezien niet gaat om ‘gemeenschappen’ gaat waardoor sociale druk een minder grote rol speelt en eerder het gebrek aan een sociaal netwerk en eenzaamheid de bovenhand nemen.

“Als mijn ouders dit zouden weten komen, dan zullen ze kapot gaan. Ik ben de enige en als dat uitkomt, zal ik de zwarte schaap zijn van het gezin."

Svetlana, 32, probleemgebruiker

Ten tweede is het gebrek aan informatie over herstelgerichte zorg vrij groot bij Oost-Europese respondenten en bij de bevraagde asielaanvragers, vluchtelingen en personen zonder wettige verblijfsdocumenten. Dit blijkt vooral gelinkt te zijn aan gebrekkige taalkennis en beperkte sociale inbedding. Daarnaast hebben personen zonder wettige verblijfspapieren slechts in beperkte mate toegang tot de bestaande zorg.


“I know there is help, but if anyone has no papers like me, they won’t help him. He was my friend [the one who died] in Brussels, he went to the drug rehabilitation centre, they refused te help him, because he didn’t have the residency documents. I can’t pay the cost of my treatment.”

Almir, probleemgebruiker zonder wettige verblijfsdocumenten.

Ten derde hebben ook etnische identiteitsvorming, acculturatiestress en gepercipieerde discriminatie een invloed op middelen- en zorggebruik. Alle deelnemers geven aan al met racisme en / of discriminatie geconfronteerd te zijn en probleemgebruikers hebben minder mentale veerkracht om daarmee om te gaan (De Kock, Hauspie, et al., 2017). De meerderheid van de deelnemers voelt zich geen Belg en heeft in tegendeel moeite om zijn of haar etnische identiteit te definiëren.
Ten laatste bestaat de sociale kring van de meerderheid van de respondenten uit personen met eenzelfde migratieachtergrond en uit mensen met gelijkaardige gebruikerspatronen. Ook leven heel wat van de respondenten betrekkelijk geïsoleerd, hetzij omdat zij hun gebruikersmilieu willen vermijden, hetzij omdat zij zich niet meer welkom voelen in de familie of de gemeenschap, hetzij omdat zij geen familiale banden hebben in België, en al te vaak ook doordat men zich uitgesloten voelt. Dit zorgt ervoor dat het herstelkapitaal (Cloud et al., 2008) van deze mensen betrekkelijk laag ligt.

Socio-economische risicofactoren

“Zij beginnen van nul de Vlamingen. En euh allochtoonse gemeenschap begint van -3.”

Ender, 23, probleemgebruiker

De literatuur inzake middelenafhankelijk bij personen met een migratieachtergrond benoemt vaak culturele en religieuze visies op die afhankelijk als beslissende factoren in (het succes van) herstelgerichte zorg. Deze studie nuanceert dit standpunt gedeeltelijk. Alhoewel bijvoorbeeld veel Turkse respondenten afhankelijkheid slechts als problematisch omschrijven wanneer er sprake is van fysieke afhankelijkheid, heeft dezelfde doelgroep grote kritiek op behandeling die vooral op medicatie gebaseerd is. Bij de Oost-Europese deelnemers was veel vraag naar psychologische ondersteuning. Ook het gebruik van alternatieve behandelingsmethoden (consultatie van hodjas, scientology) is slechts in beperkte mate in deze studie waargenomen en lijkt niet wijdverspreid.

De onderzoekers besluiten dat gezien de belangrijke link tussen socio-economische status en (mentale) gezondheid, het onontbeerlijk is te vermelden dat de meerderheid van de deelnemers een lage socio-economisch status heeft en dat zij dus meer risico lopen op depressie en chronische stress. De impact van socio-economische risicofactoren worden onderschat zowel op het niveau van de gebruiker, in de gemeenschappen als op het institutioneel niveau van herstelgerichte zorg en beleid. Daarom, zo stellen zij, blijft het noodzakelijk om discriminatie van personen met een migratieachtergrond structureel op de agenda te zetten, om zo de (mentale) gezondheidsstatus van deze doelgroep te verbeteren.

“I just need the help to have a work, to go to study and to have normal life, these can help me to stop using substances”

Dave, probleemgebruiker zonder wettige verblijfsdocumenten

Wie meer wil lezen:

De Kock, C., Decorte, T., Schamp, J., Vanderplasschen, W., Hauspie, B., Derluyn, I., Sacco, M. & Jacobs, D. (2016). Substance use among people with a migration background: a community-based participatory research study. Antwerpen: Garant.

De Kock, C., Decorte, T., Vanderplasschen, W., Derluyn, I. & Sacco, M. (2017). Studying ethnicity, problem substance use and treatment: From epidemiology to social change. Drugs: education, prevention and policy, (in press).

De Kock, C., Decorte, T., Vanderplasschen, W., Schamp, J., Derluyn, I., Hauspie, B., Jacobs, D. & Sacco, M. (2016). Community based participatory research in de studie van druggebruik bij etnische minderheden. Panopticon, 37(3).

De Kock, C., Hauspie, B., Decorte, T., Derluyn, I., Vanderplasschen, W. & Schamp, J. (2017). Een kwalitatieve verkenning van gepercipieerde discriminatie, etnische identiteit, sociaal netwerk en middelengebruik bij personen met een Turkse en Oost-Europese migratieachtergrond in Gent. Sociologos, 38(1).

De Kock, C., Schamp, J., Vanderplasschen, W., Decorte, T., Derluyn, I., Hauspie, B., Jacobs, D. & Sacco, M. (2017). Implementing Community-Based Participatory Research in the study of substance use and service utilisation in eastern European and Turkish communities in Belgium. Drugs: education, prevention and policy (in press).

Charlotte De Kock, Tom Decorte (Instituut voor Sociaal Drugonderzoek, ISD, UGent),
Julie Schamp, Wouter Vanderplasschen (Vakgroep Orthopedagogiek, Universiteit Gent)
Ilse Derluyn, Bert Hauspie (Departement Sociaal werk en Sociale Pedagogiek, Universiteit Gent)
Dirk Jacobs, Muriel Sacco (Université Libre de Bruxelles)

Dit onderzoek werd gesubsidieerd door de Federale Overheidsdienst voor Wetenschapsbeleid (Belspo) (DR/00/069).