Lachgas. Handvatten voor een lokaal actieplan

Het gebruik van lachgas is geen nieuw fenomeen. Al jaren krijgt lachgas aandacht in de media en doen er verhalen de ronde over het gebruik van lachgas. Dit stelt ook steden en gemeenten voor heel wat uitdagingen.
© iStock

Kies voor een lokale integrale aanpak van lachgas

Steden en gemeenten krijgen van tijd tot tijd te maken met overlast door gebruik van lachgas. Denk hierbij aan (geluids)overlast en het achterblijven van zwerfvuil (lege patronen, ballonnen, …). Steden en gemeenten zijn uitstekend geplaatst om deze problemen en de gezondheidsrisico’s die samenhangen met het gebruik van lachgas te beperken. Een gedragen lokaal actieplan met aandacht voor de verschillende aspecten en nuances van het fenomeen kan hier soelaas bieden.

Lokale samenwerking

Lokale overheden zijn uitstekend geplaatst om een lokale, op maat gerichte aanpak van het lachgasfenomeen op hun grondgebied te coördineren. Zij kunnen lokale stakeholders met elkaar in contact brengen om op die manier een gezamenlijke aanpak van het fenomeen uit te werken, en dit op maat van hun stad of gemeente. Voorbeelden van lokale stakeholders zijn lokale of intergemeentelijke preventiewerkers, het jeugd- en welzijnswerk, straathoekwerk, onderwijs, eerstelijnswerkers, uitgaanssector, detailhandel en de lokale politie.

De lokale situatie in kaart brengen

Breng het lachgasfenomeen in de stad of gemeente in kaart:

  • Welke signalen van gebruik kregen de verschillende stakeholders?
  • Wie zijn de mensen die lachgas gebruiken (jongeren -18 jaar, jongvolwassenen, …)?
  • Welke acties hebben de stakeholders al ondernomen (preventie, beleidsmatig, handhaving, …)?
  • Wat zijn de (openbare) hotspots van gebruik? Intermediairs en stadspersoneel (bijvoorbeeld groendienst, afvalophalers, …) kunnen hierbij bijvoorbeeld gevraagd worden om de vindplaatsen van lege patronen te signaleren.

Een lokaal plan van aanpak uitwerken

Organiseer een overleg met alle lokale stakeholders en stel samen met hen een plan op, waarin zowel wordt ingezet op de beschikbaarheid als het gebruik van lachgas. Besteed aandacht aan zowel:

  1. educatie (voorlichting en sensibiliseren);
  2. omgevingsinterventies (structurele maatregelen);
  3. regels en handhaving;
  4. zorg en begeleiding.

1. Educatie (voorlichting en sensibilisering)

Welke kennis deel je met wie en waarop focus je als stad of gemeente? En wat kunnen onverwachte, schadelijke neveneffecten zijn van deze communicatie?

Voorlichting en sensibilisering over lachgas richt zich best op wie al lachgas gebruikt en op actoren uit zijn of haar leefomgeving. Dit zijn bijvoorbeeld ouders, scholen, verantwoordelijken binnen het uitgaansleven en jeugd- en welzijnswerkers. Doordat zij dichtbij de personen die lachgas gebruiken staan, zijn zij ideaal geplaatst om gebruik te signaleren, het fenomeen bespreekbaar te maken en deze personen waar nodig door te verwijzen naar de gepaste hulpverlening.

Ook in de publieke ruimte zijn veel intermediairs werkzaam die personen die lachgas gebruiken kunnen tegenkomen: lokale preventiewerkers, straathoekwerkers, jeugd- en welzijnswerkers, wijkagenten, …. Zij zijn allen goed geplaatst om op een laagdrempelige manier het gesprek aan te gaan en informatie uit te wisselen met deze personen. Materialen die ze hiervoor kunnen gebruiken, zijn beschikbaar via de website van De Druglijn en de website en infostand van Safe ’n Sound. Daarnaast werd recent een video ontwikkeld door onze Nederlandse collega’s van het Trimbos-instituut met risicobeperkende tips voor jongeren die lachgas gebruiken.

Om deze taak te kunnen vervullen, dienen intermediairs uiteraard over voldoende kennis over lachgas beschikken. Als stad of gemeente kan je aan deskundigheidsbevordering van deze intermediairs doen door:

Wanneer je als stad of gemeente communiceert over lachgas, is het belangrijk om er rekening mee te houden dat het breed delen van kennis en informatie (bijvoorbeeld in een postercampagne gericht op alle jongeren of via (lokale) media) een ongewenst of zelfs averechts effect kan hebben. Een brede campagne over een product dat slechts door een kleine minderheid gebruikt wordt, riskeert immers dit product te normaliseren. Wanneer het daarenboven gaat over een product dat potentieel een grote aantrekkingskracht op jongeren uitoefent en makkelijk en legaal verkrijgbaar is, vergroot het risico dat de communicatie schadelijke gevolgen met zich meebrengt (i.c. meer jongeren die het middel willen uitproberen) nog meer. Bij lachgas spelen al deze elementen een rol en dient de communicatie erover met veel zorg te worden aangepakt en dringt een aanpak op maat zich op. Hierover kan je meer lezen in deze visietekst van VAD.

Gerichte acties naar scholen, jeugd- en sportverenigingen:

  • Informeer hoe je als stad of gemeente het lachgasfenomeen zal aanpakken (actieplan). Hierdoor kan je voorkomen dat scholen, jeugd- en sportverenigingen aan de slag gaan met preventieprogramma's die productinformatie over lachgas meegeven aan alle jongeren (bijvoorbeeld klassikaal). Deze kunnen immers nieuwsgierigheid opwekken en er net voor zorgen dat jongeren beginnen met experimenteren.
  • Breng hen op de hoogte waar ze terecht kunnen met vragen over (de aanpak van) lachgas in de school, jeugd- of sportvereniging (bijvoorbeeld bij de preventiedienst).
  • Moedig hen aan om te werken aan een brede preventieve aanpak rond alcohol en drugs binnen hun organisatie.

2. Omgevingsinterventies (structurele maatregelen)

Structurele of omgevingsgerichte maatregelen zijn gericht op het creëren van een ondersteunende leefomgeving die het maken van gezonde keuzes stimuleert. Combineer het inzetten op de leefomgeving met maatregelen om de beschikbaarheid van lachgas te beperken en maatregelen om overlast in de publieke ruimte aan te pakken.

Enkele voorbeelden:

  • Gekende hotspots en hangplekken (parkjes, pleintjes, parkings, …) beter verlichten om zo de sociale controle en gebruik in de publieke ruimte te ontmoedigen.
  • Stimuleer winkeliers om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Dit kan bijvoorbeeld door:
  • Hen te informeren over de effecten en gevolgen van (overmatig) lachgasgebruik. Dit kan door een preventiefolder ter beschikking te stellen of een informatiesessie te organiseren.
  • Hen te vragen aandachtig te zijn voor het fenomeen en jongeren te vragen wat ze met grote hoeveelheden van plan zijn. Dit werkt alvast ontmoedigend.
  • Laat hen het aantal patronen dat verkocht wordt aan jongeren registreren (op die manier kan het gebruik verder in kaart gebracht worden)
  • Vraag hen geen kortingen te geven op lachgas.
  • Vraag hen om de patronen op een niet prominente plaats te bewaren (bijvoorbeeld achter de toonbank in plaats van in het zicht). Op die manier is de drempel hoger om de patronen aan te kopen.
© iStock

3. Regels en handhaving

Omdat het verkopen, bezitten en gebruiken van lachgas niet bij wet verboden[1] is, wordt lachgas door jongeren vaak niet aanzien als een drug. Regels en handhaving behoren tot de mogelijkheden van een stad/gemeente om problemen met lachgasgebruik op lokaal niveau te verhelpen. Kader dit evenwel altijd binnen een bredere preventieve aanpak en vermijd een louter repressieve aanpak. Dit kan namelijk leiden tot een verplaatsingseffect van het fenomeen. Een verbod opleggen is dan ook enkel aangewezen wanneer uit de lokale analyse blijkt dat er lokaal daadwerkelijk een probleem is met lachgas. Wanneer dit het geval is kan er gedacht worden aan volgende acties:

  • Burgers kunnen gevraagd worden om de vindplaatsen van lege patronen en ballonnen te melden. De lokale politie kan deze opruimen en vervolgens ook extra toezicht houden op de plaatsten waar de patronen werden aangetroffen.
  • Spreek organisatoren van evenementen en horeca- en feestzaaluitbaters aan om een verbod op het gebruik van lachgas op te nemen in hun huishoudelijk reglement.
  • Een verbod op lachgas kan opgenomen worden in het lokale reglement voor het uitreiken van vergunningen voor evenementen.
  • Sommige steden en gemeenten bestraffen het gebruik van lachgas door middel van GAS-boetes voor de handel in en het (bezit gericht op) oneigenlijk gebruik van lachgas. De GAS-boetes variëren meestal van 50 tot 350 euro.
  • In een aantal gemeenten gaat men een stap verder en werd in het gemeentereglement een verbod op het gebruik van lachgas in de openbare ruimte en op de verkoop van lachgaspatronen aan minderjarigen opgenomen.
  • Bij verkeerscontroles kan extra aandacht geschonken worden aan het oneigenlijk vervoer van lachgas in het kader van de Europese ADR-wetgeving[2].
  • Communiceer de lokale regelgeving naar de inwoners van je stad of gemeente.

[1] Momenteel ligt er binnen de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel op tafel tot wijziging van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de personen die gebruiken op het vlak van de voedingsmiddelen en andere producten, teneinde de verkoop aan minderjarigen van metalen patronen met distikstofmonoxide te verbieden.

[2] Het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR) is een bevoegdheid van de Vlaamse overheid. ADR staat voor ‘Accord européen relatif au transport international de marchandises Dangereuses par Route’. Dat ADR-verdrag is omgezet in een Europese richtlijn en is van toepassing op alle vervoer op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. In dit verdrag werd onder meer een verbod op het vervoeren van meer dan twee kilogram lachgas opgenomen (gasflessen met lachgas).

4. Zorg en begeleiding

Naast het uitwisselen van informatie aan personen die lachgas gebruiken in de publieke ruimte zijn intermediairs die in contact komen met deze personen (lokale preventiewerkers, straathoekwerkers, jeugd- en welzijnswerkers, wijkagenten, ….) ook uitstekend geplaatst om op een laagdrempelige manier het gesprek aan te gaan met jongeren van wie zij weten dat die lachgas gebruiken. Het beste is om het gesprek niet aan te gaan tijdens het gebruik, maar daar op een later moment op terug te komen. (Problematisch) gebruik kan zo bespreekbaar gemaakt worden.

  • Zorg dat jongeren die problemen ervaren door gebruik, weten waar ze terecht kunnen met hun hulpvraag. Denk aan de website, telefoon-, mail- en chatservice van De Druglijn.
  • Neem contact met het CGG van je regio om tezamen te bekijken welke rol zij kunnen opnemen (bijvoorbeeld aanbieden van laagdrempelige gesprekken, psycho-educatie op maat, …)
  • Versterk eerstelijnswerkers in het bespreekbaar maken, signaleren en eventueel doorverwijzen.

Je staat er als stad of gemeente niet alleen voor

Lokale, intergemeentelijke en regionale CGG-preventiewerkers kunnen de nodige ondersteuning bieden bij het uitwerken van het lokale actieplan en het uitvoeren van bepaalde acties. De VAD-doorverwijsgids zet je op het juiste spoor.


Merk op: de keuze voor deze lokale integrale aanpak van lachgas is gedeeltelijk gebaseerd op: Nijkamp, L. (2020). Lachgas: Van zorgen naar acties. Een handreiking voor gemeenten, handhavers en preventieprofessionals in de aanpak van de verkoop en het gebruik van lachgas. Utrecht: Trimbos-instituut.

Je kan dit artikel hieronder downloaden bij de gerelateerde materialen. 

David Möbius
Lokaal beleid