EUSPR-conferentie Berlijn: state of the art preventiewetenschap

EUSPR, voluit de European Society for Prevention Research, was aan zijn zevende congres toe dit najaar (van 31 oktober tot 2 november). Gegroeid vanuit alcohol- en drugonderzoek, stonden deze keer ook de laatste onderzoeksresultaten rond preventie van pakweg pesten, gamen, geweldpleging of beweging ter discussie. Dat levert niet alleen een interessante mix van deelnemers op. We kunnen er vooral ook veel van elkaar leren door over het spreekwoordelijke muurtje te kijken. Dit verslag brengt slechts een kleine, in het oog springende selectie van de meer dan 70 posters, 4 preconference workshops, verschillende internationale projectvergaderingen en tientallen parallelle sessies. Het volledige programma is te vinden op de website euspr.org. Voor specifieke presentaties, neem contact op met Johan Jongbloet.

Maatschappelijk draagvlak voor preventie

Een eerste geruststellende bevinding voor het preventieveld komt van sociologe Nanna Mik-Meyer (Danish National Centre for Social Research). Ze stelt dat we nooit zo gezond zijn geweest als nu. En dat terwijl de maatschappelijke ongerustheid over gezondheid en welzijn nooit groter is geweest. Maatschappelijk draagvlak voor preventie is er dus zeker! Toch is er ook een belangrijke valkuil. Dat een gezond leven synoniem is met een goed en gelukkig leven is vooral gedachtegoed van de middenklasse. Dat geldt echter niet voor iedereen en mensen dreigen zo uit de boot te vallen.

Beleid

Gregor Burkhart (EMCDDA) brengt een avant-première. Hij presenteert de resultaten van een studie van EMCDDA die pas binnenkort gepubliceerd wordt. In deze publicatie worden de beleidsmatige systemen die aan de grondslag van preventie liggen, tussen verschillende lidstaten van de Europese Unie vergeleken. Ze hebben hierbij oog voor het wettelijk kader (denk aan verschillende alcoholwetgeving, of wettelijke staat van een gebruiker van illegale drugs), voor betrokkenheid van verschillende beleidsactoren, maatschappelijke factoren als (on)gelijkheid, hoe implementatie georganiseerd is, enzovoort. VAD houdt de publicatie alleszins in de gaten. We kijken met argusogen naar hoe Vlaanderen/België het hierin doet, en wat we kunnen leren van andere lidstaten.

Opvoedingsondersteuning

Frances Gardner (VS) is een grote naam in het veld van de opvoedingsondersteuning. Haar laatste onderzoeksproject vergeleek 129 effectevaluaties van programma’s voor opvoedingsondersteuning. De onderzoekers stelden hierbij de vraag of er een verschil is in effect tussen zelfgemaakte interventies of interventies die ingevoerd worden uit andere landen. Ze vinden geen enkel significant verschil in effect, zelfs niet voor geografisch en cultureel totaal verschillende gemeenschappen. Daaruit leiden ze af dat bepaalde onderliggende theorieën van opvoedingsondersteuning wel degelijk universeel zijn. Meer nog, ze besluit dat wanneer we kiezen om een bepaalde interventie te implementeren, we beter kiezen op basis van evidence base dan op basis van het cultureel kader. In de kantlijn is het wel belangrijk op te merken dat een aangepast cultureel kader een voorwaarde is voor de succesvolle adoptie van een interventie.

Implementatie en disseminatie

Opmerkelijk voor het EUSPR-congres 2016, is dat er naast veel presentaties over effectiviteit van interventies, ook veel aandacht ging naar implementatie en disseminatie. Nick Axford (VK) geeft ons zo 10 tips om een evidence based interventie te verspreiden. Eén van de belangrijkste voor de intermediair is het zichtbaar maken van de resultaten van de interventie. Vaak zijn de gewenste effecten van preventie enkel op populatieniveau zichtbaar en bijgevolg blijft de intermediair bij wijze van spreken met lege handen achter. Daarom is het belangrijk om zichtbare indicatoren naar voor te brengen, waaraan we effect zien op niveau van de preventieorganisatie.

Risicovol alcoholgebruik bij studenten

Claudia Pischke (DE) brengt de eerste resultaten van een interventie ter preventie van risicovol alcoholgebruik bij studenten hoger onderwijs. De interventie gebeurt online en is gebaseerd op de social norms theory. Deze theorie zegt dat jongeren hun drinkgedrag laten beïnvloeden door wat hun peers doen. Maar jongeren schijnen dat gebruik bij peers schromelijk te overschatten. Deze interventie corrigeert die overschattingen met feitelijke cijfers. En dat werkt, want we zien inderdaad dat risicovol alcoholgebruik afneemt. Wat echter anders is aan deze interventie: de onderzoekers doen een community readiness assesssment (CR). Ze meten daarmee de bereidheid van intermediairs om deze interventie uit te voeren. Bij de laagste score op die CR is er nood aan sensibilisering. Bij een gemiddelde score krijgen intermediairs uitleg over de interventies en hoe ze werken. Bij de hoogste scores kan er direct overgegaan worden tot implementatie. Een interessante methode die VAD alvast verder wil bekijken.

Ongewenste effecten

Als laatste spreker van een rijkgevuld driedaags congres komt Chris Bonell (VK) zijn Dark Logic: theorising the harmful consequences of public health interventions voorstellen. Met deze paper winnen Chris en zijn collega’s de EUSPR prijs voor beste research paper 2016. Hij voert een pleidooi om naast gewenste effecten ook altijd ongewenste effecten te bestuderen. Soms worden immers tegengestelde effecten gemeten. Het is goed mogelijk dat een preventie-initiatief ongewenste effecten teweeg brengt op factoren die het niet eens probeerde te beïnvloeden, laat staan dat het gemeten wordt in de daaropvolgende evaluatie.

Johan Jongbloet
Preventie / Evidence based werken