Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: nood aan een gedeelde visie

Onderzoekers van de UGent, UCLouvain en KU Leuven evalueerden in de periode 2019-2021 het Belgische drugsbeleid. De studie, gefinancierd door Federaal Wetenschapsbeleid, toont aan dat een update van dat beleid broodnodig is, onder meer om het af te stemmen op de maatschappelijke uitdagingen van vandaag.
© Austin P via Unsplash

Het federaal parlement

Zowel de federale regering als de deelregeringen geven vorm aan het Belgische drugsbeleid. Via twee overkoepelende beleidsplannen, de Federale Drugsnota en de Gemeenschappelijke Verklaring, stelden ze in 2001 en 2010 een gemeenschappelijke aanpak van het drugsfenomeen voor.

Een versnipperd beleid met gebrek aan visie

Het huidige drugsbeleid steunt nog steeds op die twee beleidsplannen, ook al zijn ze gedateerd. Het resultaat is dat het Belgisch drugsbeleid niet meer is aangepast aan de huidige context. Zo ziet het hulpverleningslandschap er intussen bijvoorbeeld anders uit na de zesde staatshervorming. Daarnaast worden preventie, hulpverlening en handhaving met nieuwe uitdagingen geconfronteerd, zoals een toenemende grensoverschrijdende drugshandel of trends zoals lachgas. 

Bovendien kan de beleidsvisie zoals die in de Federale Drugsnota en Gemeenschappelijke Verklaring wordt beschreven, omschreven worden als een "compromis à la belge”. Het beleid somt vage en breed geformuleerde doelstellingen op, waarbinnen elk beleidsniveau en -domein de ruimte neemt om zijn eigen individuele koers te varen zonder gedeelde visie. Beleid en praktijk groeien zo steeds verder uit elkaar. Dat zien we bijvoorbeeld met de introductie van gebruiksruimtes in Luik en Brussel, die ontstaan zijn zonder een wettelijk kader of steun van de (toenmalige) federale regering.

Het onderzoek toont verder aan dat de huidige aanpak van alles omtrent drugs versnipperd is over de diverse beleidsdomeinen en –niveaus. Dat leidt tot een gebrek aan overzicht van wat gerealiseerd is. Recente drugsbeleidsinitiatieven worden vaak binnen een specifiek beleidsniveau (bv. in Vlaanderen) en beleidsdomein (bv. Volksgezondheid) genomen, maar een integrale aanpak ontbreekt. Die versnippering zien de onderzoekers ook in de praktijk, waar samenwerking vooral op initiatief van organisaties zelf gebeurt, bijvoorbeeld op initiatief van hulpverleningsvoorzieningen, voorzieningen die in preventie voorzien, lokaal bestuur, lokale politiezone, lokaal parket, …

Ten slotte heeft niemand een volledig overzicht van wat nu precies wordt ondernomen binnen het Belgische drugsbeleid, of zelfs van de initiatieven en realisaties binnen een specifiek subdomein (bijvoorbeeld een inventaris van alle drugspreventieacties in elke gemeenschap/gewest).

Het huidige drugsbeleid mist aansturing en samenwerking

Hoewel een ‘integrale en geïntegreerde samenwerking’ het mantra is van het Belgisch drugsbeleid, blijkt uit het onderzoek dat dat voornemen moeilijk te vertalen is naar de praktijk.

Het coördinatieorgaan voor het Belgisch drugsbeleid, de Algemene Cel Drugsbeleid, wordt beschouwd als een cruciaal discussieforum om het integraal en geïntegreerd drugsbeleid vorm te geven. Verschillende aspecten van deze Algemene Cel Drugsbeleid, zoals het grote aantal leden, het gebrek aan continuïteit bij de leden en het wankele evenwicht tussen bevoegdheden, bemoeilijken echter een stabiel en duurzaam drugsbeleid.

In tegenstelling tot wat de onderzoekers zien op lokaal niveau, is coördinatie en samenwerking op federaal en deelstatelijk beleidsniveau veel minder vanzelfsprekend. Zo is er bijvoorbeeld een gebrek aan politieke consensus en afstemming tussen verschillende beleidsactoren in centrale discussies zoals de ontwikkeling van een alcoholbeleid.

© Photo by cottonbro from Pexels

Nood aan input van onderzoek, praktijk en ervaringsdeskundigheid

Hoewel het huidige drugsbeleid benadrukt evidence-based te zijn, is dit in de praktijk minder het geval en wordt de stem van onderzoek, praktijk en ervaringsdeskundigheid vaak niet meegenomen in de ontwikkeling van het beleid. Beleidsmakers beschikken nochtans over veel internationaal en nationaal onderzoek rond effectieve praktijken, zoals effectieve preventiemethoden en behandelingsmodellen. Deze basis kan het beleid informeren. Toch leiden resultaten van wetenschappelijk onderzoek slechts sporadisch tot een effectieve ontwikkeling of bijsturing van het Belgische drugsbeleid.

Verder stelden de onderzoekers vast dat veel initiatieven en realisaties bottom-up tot stand komen. Verschillende initiatieven worden vaak eerst lokaal opgestart en pas daarna omgezet in beleid. Dat is een positieve zaak omdat deze initiatieven eerst op kleine schaal uitgeprobeerd worden en deze manier van werken toelaat rekening te houden met een lokale context. De praktijk blijkt dus in realiteit vaak de motor van het Belgisch drugsbeleid te zijn, vooral in het bieden van een (innovatief) antwoord op de steeds veranderende uitdagingen. Toch is er bij de ontwikkeling van het Belgisch drugsbeleid weinig ruimte voor die praktijkkennis, net zoals er weinig ruimte is voor de stem van ervaringsdeskundigen.

Naar een nieuw Belgisch drugsbeleid

De onderzoekers besluiten dat er nood is aan een drugsbeleid dat een antwoord kan bieden op de huidige realiteit, waarin we geconfronteerd worden met nieuwe uitdagingen zowel aan de vraagzijde als de aanbodzijde. Een drugsbeleid dat een duidelijke en overkoepelende visie, verantwoordelijkheden en rolbepaling uitstippelt, zodat alle administraties in de toekomst samen dezelfde koers varen in plaats van enkel hun eigen thema’s uit te werken. Een drugsbeleid waarin plaats is voor legale drugs, illegale drugs, psychoactieve medicatie en gedragsverslavingen. En tot slot een evidence-informed drugsbeleid dat de stem van praktijk, ervaringsdeskundigen en wetenschap optimaal vertaalt.

Infographics met beleidsaanbevelingen

De onderzoekers vatten hun beleidsaanbevelingen samen in een stappenplan in overzichtelijke infographics. Je kan de infographics hier bekijken.

© EVADRUG

Meer info

Het onderzoek werd gefinancierd door Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO)

Lees het volledige rapport hier na of bekijk de samenvatting (NL, FR, ENG).

Onderzoeksteam: Charlotte Colman (Universiteit Gent), Eva Blomme (Universiteit Gent), Pablo Nicaise (UCLouvain), Freya Vander Laenen (Universiteit Gent), Tom Decorte (Universiteit Gent), Lode Godderis (KU Leuven), Vanessa Makola (UCLouvain), Marjolein De Pau (Universiteit Gent), Marie-Claire Lambrechts (KU Leuven)

Referentie naar het rapport: Colman, C., Blomme, E., Nicaise, P., Vander Laenen, F., Decorte, T., Godderis, L., Makola, V., De Pau, M. & Lambrechts, M-C. An evaluation of the Belgian Drug Policy. Final Report. Brussels : Belgian Science Policy Office 2021, 486 p. (Federal Research Programme on Drugs)

Eva Blomme
Prof. Charlotte Colman
UGent, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht