Een alcohol- en drugbeleid opzetten in je organisatie

Het voorkomen, begeleiden en beperken van middelengerelateerde problemen gebeurt het meest effectief wanneer er een coherente en gemeenschappelijke aanpak is. Er is hierbij geen standaard aanpak. Iedere organisatie vult dit in op maat van de eigen context, de eigen rol, de samenstelling van het team en de eigenheid van de cliënten waarmee men werkt.

Deze aanpak op maat kan je uitwerken aan de hand van het kader ‘alcohol- en drugbeleid’. Dit omvat het gebruik en voorkomen van alcohol, psychoactieve medicatie en illegale drugs zoals cannabis. Je kan ervoor kiezen om ook gamen en gokken aan bod te laten komen als gedrag met een risico op verslaving.

Een alcohol- en drugbeleid is een samenhangend geheel van afspraken over hoe de organisatie omgaat met alcohol en andere drugs.

Het alcohol- en drugbeleid vertrekt vanuit de visie op de thematiek, die kadert in de algemene visie van de organisatie. Het beleid bestaat verder uit de pijlers regelgeving, begeleiding, informatie en vorming en structurele maatregelen.

Een alcohol- en drugbeleid is voor jou als medewerker een belangrijke ruggensteun voor het omgaan met alcohol en andere drugs. Het biedt een duidelijk kader waarop je kan terugvallen in specifieke situaties.

Alle vier de pijlers van het drugbeleid zijn belangrijk en ze vullen elkaar aan. Als deze pijlers evenwichtig worden uitgewerkt, ontstaat er een beleid waarbij verschillende maatregelen en acties op elkaar zijn afgestemd en elkaar versterken.

Regelgeving

In deze pijler verduidelijkt de organisatie wat kan en niet kan in verband met alcohol en andere drugs, en welke procedures gehanteerd worden als de regels overtreden worden. De wetgeving vormt hier het kader. Met een goed uitgebouwde pijler regelgeving anticipeert de organisatie op mogelijke incidenten. Tegelijk werkt ze preventief door duidelijk te stellen wat de normen zijn op vlak van middelengebruik.

Begeleiding

In deze pijler werkt de organisatie uit welke begeleidende rol ze opneemt naar cliënten met (vermoedelijke) problemen door alcohol of andere drugs. De organisatie legt vast wat er gebeurt op vlak van opmerken, inschatten en bespreekbaar maken van mogelijke problemen, wat opgenomen wordt in de eigen begeleiding en wanneer doorverwezen wordt naar externe hulpverlening.

In deze pijler kan de organisatie ook haar rol ten aanzien van de omgeving van cliënten met middelenproblemen omschrijven.

Informatie en vorming

In de pijler informatie en vorming bepaalt de organisatie wat ze zal doen op preventief vlak. Hoe worden cliënten geïnformeerd over middelengebruik en bewust gemaakt van de risico’s en het belang van verantwoordelijk gebruik?

Structurele maatregelen

Structurele maatregelen ondersteunen de doelstellingen van het alcohol- en drugbeleid. Ze hoeven niet altijd alcohol- of drugspecifiek te zijn, maar dragen wel steeds bij tot een omgeving die gezonde keuzes stimuleert en het welbevinden van cliënten verhoogt.

Hoe werk je aan een drugbeleid?

Aangezien ze meestal al geconfronteerd zijn met alcohol- en drugproblemen, hebben de meeste organisaties al initiatieven genomen op dit vlak.

Je start dan ook best met het in kaart brengen van wat er in de organisatie al allemaal gebeurt met betrekking tot de alcohol- en drugthematiek. Je gaat na wat goed loopt en wat niet, waar moet worden bijgestuurd en wat extra aandacht verdient.

Vervolgens bepaal je de prioritaire werkpunten en maak je een planning.

Op basis van deze planning werk je een of meerdere onderdelen van een beleid (verder) uit.

Bij de toepassing in de praktijk is het belangrijk om voor voldoende ondersteuning te zorgen met vorming , materiaal etc.

Werken aan een alcohol- en drugbeleid is een circulair proces. Je bouwt regelmatig evaluatiemomenten in, bijvoorbeeld jaarlijks of wanneer een specifiek onderdeel van het beleid een bepaalde periode werd toegepast. Je vult de eerder gemaakte inventaris dan aan en evalueert of jullie de vooropgezette doelstellingen bereikt hebben.

Je kan hierbij een beroep doen op een preventiewerker tabak, alcohol en drugs, verbonden aan een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg in je regio. Een preventiewerker werkt als een neutrale procesbegeleider en levert expertise over het thema. Verwacht geen pasklare antwoorden, maar ondersteuning bij het ontwikkelen van een beleid op maat van jouw voorziening.

In sommige regio’s zijn ook intergemeentelijke en/of lokale preventiewerkers actief die een gelijkaardig ondersteuningsaanbod hebben.

Joke Claessens
Welzijn & Hulpverlening /Vroeginterventie & Motiverende gespreksvoering