Alcohol- en drugpreventie in het hoger onderwijs

Onderzoek naar de invulling van alcohol- en drugpreventie naar studenten maakt duidelijk dat er nood is aan een interventies op drie domeinen: sensibiliseren en informeren van studenten, uitwerken van omgevingsgerichte maatregelen en een begeleidingsaanbod met de nadruk op vroeginterventie-initiatieven.

Vaak is het juist de combinatie van verschillende interventies die zorgt voor de effectiviteit van het geheel. We spreken in dit kader van een integrale, beleidsmatige aanpak van alcohol- en andere drugpreventie bij studenten.

Studenten informeren en sensibiliseren

Waarrond kan je je studenten concreet informeren en sensibiliseren?

  • In de verf zetten van genderspecifieke cijfers rond alcohol- en ander druggebruik bij studenten om de overschatting van het middelengebruik bij hun peers bij te sturen;
  • Objectieve info aanreiken over de effecten, gevolgen en risico's van middelengebruik, met specifieke aandacht voor de positieve gevolgen van gebruik in het sociale leven en negatieve gevolgen op het vlak van studies en relaties;
  • Aanreiken van richtlijnen om veilig(er) te drinken;
  • Wegwijs maken naar laagdrempelige hulpverleningsmogelijkheden: waar kan de student terecht wanneer hijzelf of een vriend(in) problemen heeft met middelengebruik;
  • Voor en tijdens de examenperiode extra info aanreiken over de risico's en gevolgen van het gebruik van sedatieve en stimulerende medicatie.

Om deze informatie te verspreiden kunnen verschillende kanalen aangewend worden: het internet/intranet, het studiecurriculum, een campagne, ... Zo garandeer je een beter bereik en vergroot je de bereidheid van studenten om hulp te zoeken bij problemen. Een sensibiliserende campagne biedt bovendien tegengewicht voor alle (alcohol)reclame waar studenten aan blootgesteld worden.

Omgevingsgerichte interventies

De keuzes die studenten maken rond middelengebruik worden (mede) gevormd door de invloed van allerlei omgevingsfactoren. Activiteiten zoals cantussen en promoties (happy hour, ...), maar ook de leefsituatie van de student (het 'op kot zitten') en het studentikoze verenigingsleven hebben een impact op het middelengebruik. Volgende interventies hebben een risicobeperkend effect en zwakken de nadruk die het studentenleven legt op de rol van (veel) drinken af:

Interventies naar studentikoze activiteiten:

  • Reglementering van alcoholverstrekking en -promoties op activiteiten voor studenten (bijvoorbeeld: schenken van dranken met een laag alcoholgehalte);
  • Het trainen van sleutelfiguren in studentenverenigingen rond alcoholverstrekking;
  • Het beperken van de verkoop of het aanbod van alcohol op activiteiten of locaties die verbonden zijn aan de onderwijsinstelling.

Interventies geënt op de leefsituatie van de student:

  • Duidelijke regelgeving rond drugs en druggebruik in de studentenverblijven;
  • Extra sensibiliseren van kotstudenten rond alcohol- en cannabisgebruik;
  • Een heterogene verdeling van mannelijke en vrouwelijke studenten in de studentenverblijven.

Begeleiding: vroeginterventie en hulpverlening

Met begeleiding realiseer je een individugericht aanbod naar deze studenten die (een verhoogd risico op) problemen door alcohol- en/of druggebruik hebben. Bij studenten ligt de nadruk op vroeginterventie: studenten met riskant middelengebruik motiveren tot gedragsverandering. Je grijpt in vóór er sprake is van een gediagnosticeerde stoornis (misbruik of afhankelijkheid).

Online zelfhulp (e-interventions)
De stap zetten naar individuele gesprekken of begeleiding is niet evident. Online zelfhulp (een zelftest gevolgd door persoonlijke feedback) vormt een laagdrempelig en doeltreffend alternatief. Studenten kunnen op Test jezelf op druglijn.be hun kennis testen en testen hoe riskant hun gebruik van de meest voorkomende drugs is. Studenten die aan hun cannabisgebruik willen werken, kunnen bovendien online aan de slag met het zelfhulpprogramma. De doorstroming van studenten naar dit aanbod kan je versterken via een banner op het intranet/internet van je onderwijsinstelling, met verspreiding van flyers, het ophangen van affiches enzovoort.

Drughulpverlening
Problematisch middelengebruik kan een complexe, meervoudige en dikwijls chronische problematiek worden, waarvoor een globale en intensieve behandelingsstrategie vereist is. De vraag stelt zich of en in welke mate onderwijsinstellingen dit gedifferentieerde begeleidingsaanbod intern kunnen en moeten opnemen. Netwerking met en ondersteuning door externe drughulpverlening, al dan niet in combinatie met de uitbouw en specialisatie van het interne begeleidingsaanbod, kan aangewezen zijn.

Dit kan je onder meer realiseren door:

  • duidelijke doorverwijs- en samenwerkingsafspraken tussen de psychosociale begeleidingsdiensten van de onderwijsinstelling en de drughulpverlening in de regio;
  • organiseren van een vormingsaanbod rond korte motiverende interventies voor de psychosociale begeleidingsdiensten.

Nina De Paepe
Preventie Onderwijs / Middelengebruik bij mensen met een beperking