100 dagen: Hoe kunnen scholen en gemeenten overlast voorkomen?

VAD ontwikkelt lespakket en bundelt advies voor scholen en stads- en gemeentebesturen

Ergens tussen 27 januari (de vroegere heiligendag van Chrysostomos) en 22 maart (exact 100 dagen voor 30 juni) vieren de meeste laatstejaarsleerlingen in het Vlaamse secundair onderwijs één dag feest. Overdag met een show, viering of uitstap, ’s avonds met een fuif of door samen uit te gaan. En dan loopt het wel eens mis… Onder invloed van te veel alcohol kan het uitgelaten sfeertje van zo’n 100 dagen geleidelijk aan wat grimmig worden. Elk jaar komen er wel een paar artikels in de lokale pers over gevandaliseerde gevels, vetstiften waarmee alles volgeklad wordt, geluidsoverlast voor buurtbewoners, of andere problemen met dronken tieners. Op school zorgt het soms voor onaangename situaties, wanneer jongeren bijvoorbeeld dronken in de klas zitten. En ook voor de jongeren zelf kan een dronken uitgaansnacht heel wat risico’s met zich meebrengen. Wie is hiervoor verantwoordelijk? En hadden de problemen voorkomen kunnen worden? VAD, het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, helpt scholen en gemeentebesturen nu om zich samen beter voor te bereiden op de feestelijkheden. Er werd ook een lespakket uitgewerkt om het onderwerp met de leerlingen aan te kaarten.

Bingedrinken tijdens 100 dagen?

Uit cijfers van de VAD-leerlingenbevraging blijkt al enkele jaren dat jongeren onder de 16 steeds minder drinken, maar dat er eenmaal boven die grens van 16 van diezelfde evolutie bijna niets meer te merken is. Dat wil zeggen dat de meeste laatstejaarsstudenten tijdens het uitgaan al gewoon zijn om alcohol te drinken. De cijfers uit de meest recente leerlingenbevraging (2016-2017) zijn daar duidelijk over: 84% van de 17-18-jarigen dronk het afgelopen jaar alcohol. Één op de drie doet minstens één keer per maand aan bingedrinken, dat zijn 4 of meer standaardglazen op 2 uur voor vrouwen, en 6 of meer voor mannen. Zo’n zwaar alcoholgebruik kan op een uitgaansavond leiden tot ongevallen, of tot gedrag waar een leerling achteraf spijt van heeft. Ook voor buurtbewoners kan het onaangenaam worden: een 100 dagen-feest zorgt er al snel voor dat er meer en grotere groepen jongeren onder invloed door een stad of gemeente trekken dan op een normale uitgaansavond.

Advies gebundeld

“Voor de duidelijkheid: 100-dagen-vieringen zijn een leuke traditie,” zegt Marijs Geirnaert, directeur van VAD. “Voor de leerlingen is het een mijlpaal, een onvergetelijk moment aan het einde van hun middelbareschoolcarrière. En zo hoort het ook. Maar ongelukken, conflicten of andere incidenten kunnen dat moment verpesten. Dat is wat we willen vermijden.”


100-dagen-vieringen zijn een leuke traditie. Maar ongelukken, conflicten of andere incidenten kunnen dat moment verpesten. Dat is wat we willen vermijden.

Marijs Geirnaert, directeur van VAD

Gelukkig kunnen scholen en gemeentebesturen op die incidenten anticiperen. Zo wordt het meteen ook een moment waarop jongeren op een verantwoordelijke manier leren feestvieren.

Hoe dat dan moet? VAD ontwikkelde een fiche voor het onderwijs en een fiche voor het lokaal beleid om die vraag te beantwoorden. De fiches bevatten suggesties en tips waar scholen en lokale besturen meteen mee aan de slag kunnen. Een aantal veelgestelde vragen vormen de rode draad: Waarop kan de school letten als ze zelf een fuif organiseert? Als jongeren gewoon uitgaan, hoe kunnen ze dan aangespoord worden om dat verantwoordelijk te doen? En wie is er verantwoordelijk als het toch fout loopt?

Naast de infofiches ontwikkelde VAD ook het lespakket ‘Samen op stap’. Daarmee kunnen leerkrachten preventief aan de slag, om de jongeren voor te bereiden op hun 100-dagen-fuif of -uitgaansmoment.

Infofiches: Scholen en gemeentebesturen slaan best de handen in elkaar

Voor een goed verloop van de 100 dagen is een goede samenwerking tussen de school en de stad of gemeente van belang. Zo kan het gemeentebestuur bijvoorbeeld de lokale horeca en winkels informeren over de data van de 100-dagen-vieringen, en afspraken met hen maken. Scholen, van hun kant, kunnen onder andere coördineren met andere scholen in de gemeente, en initiatieven nemen om duidelijke afspraken te maken met hun leerlingen. Deze samenwerking tussen scholen en gemeente groeit soms vanzelf, maar kan ook een uitdaging zijn. Een belangrijk vertrekpunt is het organiseren van een coördinatieoverleg tussen de relevante partners: alle lokale secundaire scholen, de jeugd- en preventiediensten van de gemeente, de horeca, de politie, … De nieuwe infofiches bevatten concrete tips om dit overleg op gang te trekken.

Deze fiches werden opgesteld op basis van praktijkervaringen van scholen en lokale besturen doorheen heel Vlaanderen.

Lesmateriaal ‘Samen op stap’

‘Samen op stap’ laat jongeren in één of twee lessen op een luchtige en laagdrempelige manier nadenken over manieren om verantwoordelijk om te gaan met alcoholgebruik tijdens de 100 dagen of Chrysostomos, en op andere uitgaansactiviteiten. Hoe kunnen ze de mogelijke negatieve gevolgen van alcohol inperken? En hoe kunnen ze zorg dragen voor elkaar tijdens het uitgaan?

Het lesmateriaal is perfect voor de 100-dagenperiode, maar gaat inhoudelijk wel over alcohol en uitgaan in het algemeen. Het kan dus ook losstaand van de 100 dagen gebruikt worden.

De infofiches en het lespakket zijn te downloaden of te bestellen via www.vad.be en op www.preventiemethodieken.be .

Nina De Paepe
Preventie onderwijs/ Middelengebruik bij mensen met een beperking