Een beleid opzetten

Naast het uitwerken van een alcohol- en drugbeleid in elke sector afzonderlijk, zijn afstemming en samenwerking op lokaal vlak tussen deze sectoren nodig. Want een lokaal alcohol- en drugbeleid is een zaak van iedereen: het gezin, de wijk, het jeugdhuis, de school, de sportclub, het bedrijf, de horeca,... iedereen krijgt ermee te maken.

En iedereen kan vanuit zijn eigen invalshoek een rol spelen bij het bespreekbaar maken, voorkomen en verhelpen van alcohol- en drugproblemen.   
Een lokaal beleid kan daarom niet door één organisatie worden uitgetekend, maar is het werk van vele betrokkenen. De lokale overheid kan hier ondersteuning bieden en zijn specifieke lokale voortrekkersrol opnemen.

Hoe een lokaal alcohol- en drugbeleid er concreet uitziet, verschilt van gemeente tot gemeente. Dit is afhankelijk van plaatselijke noden, structuren, aanbod van preventie en hulpverlening, etc. De lokale partners moeten zelf vorm geven aan een beleid 'op maat'. Het lokale niveau, als het meest nabije bestuursniveau, is hiervoor uitermate geschikt. Mensen voelen zich meer betrokken bij wat zich dicht bij huis afspeelt.
Lokale invulling betekent echter niet dat afstemming met andere beleidsniveaus (regionaal, provinciaal, Vlaams, Belgisch en Europees) niet noodzakelijk is ("think global, act local").

Het lokaal overleg, ook wel de ‘motor van lokaal alcohol- en drugbeleid’ genoemd, is de groep van actoren die zullen instaan voor het opstellen van het lokaal A&D beleid en die dus de lokale stakeholders vertegenwoordigen. Op basis van de lokale analyse van hun gemeente of stad komen zij tot een gemeenschappelijke visie met een aantal strategische doelstellingen die richting geven aan een meerjarenplan. Deze strategische doelstellingen worden dan geconcretiseerd naar operationele doelstellingen en acties.