français - english login - uw winkelmandje (leeg)
Alcoholgebruik is in onze maatschappij algemeen aanvaard, zeker bij volwassenen, maar ook bij jongeren. Alcohol maakt deel uit van de leefwereld van jongeren. De meeste jongeren groeien op in een gezin waar af en toe gedronken wordt. Sommige jongeren groeien op in een gezin waar sprake is van alcoholmisbruik.
Jongeren drinken ook zelf. Uit de cijfers van de VAD-leerlingenbevraging schooljaar 2007-2008 blijkt dat 82,8% van de 15-jarigen ooit alcohol dronk. Van de 16-jarigen drinkt 32,7% regelmatig, 21,8% drinkt zowel in de week als in het weekend alcohol. Het Uitgaansonderzoek van VAD (2008) toont aan dat alcohol de belangrijkste partydrug is en blijft.
Of iemand al dan niet (problematisch) alcohol zal beginnen drinken is afhankelijk van de persoon in kwestie (mens), de eigenschappen en de hoeveelheid van het product alcohol (middel), de omgeving (milieu) en de interactie tussen deze drie factoren.
Naast de risicofactoren die ook voor volwassenen gelden, hebben jongeren omwille van hun leeftijd een aantal specifieke kwetsbaarheden. Uit de literatuur blijkt dat:
Naast bovenstaande kwetsbaarheden die voor alle jongeren gelden, zijn er een aantal specifieke groepen jongeren die extra kwetsbaar zijn voor problematisch middelengebruik:
Jongeren met psychische problemen
top
Omwille van bovenstaande argumenten is het ontraden van alcoholgebruik door jongeren en het uitstellen van de beginleeftijd voor VAD een belangrijke doelstelling.
Veilige of risicoloze grenzen aangeven is omwille van de specifieke risicofactoren die jongeren kenmerken niet mogelijk. Het is wel mogelijk om aanvaardbare drinknormen voorop te stellen. De veiligste optie voor kinderen en jonge adolescenten is geen alcohol te drinken. Oudere adolescenten stellen het drinken van alcohol best zolang mogelijk uit.
In sommige situaties is niet drinken voor iedereen echter de enige optie: sport, studie, werk, verkeer,…
Jongens en meisjes
1. geen alcohol drinken onder de 16 jaar
2. geen sterke drank onder de 18 jaar
Jongens tussen 16 en 18 jaar
3. niet meer dan 2 standaardglazen per keer
4. niet meer dan 2 dagen per week
5. geen wekelijkse gewoonte
Meisjes tussen 16 en 18 jaar
6. niet meer dan 1-2 standaardglazen per keer
7. niet meer dan 2 dagen per week
8. geen wekelijkse gewoonte
Vanaf 18 jaar hanteert VAD de normen voor volwassenen vastgelegd door de WHO.
Lees ook de richtlijnen voor aanvaardbaar alcoholgebruik en de definitie van binge drinking
Om deze doelstellingen te kunnen realiseren is er een maatschappelijk draagvlak nodig en dienen wetgeving, preventie en hulpverlening parallel en evenwaardig uitgebouwd te worden.
Gedrag en gedragsverandering is geen louter individueel gebeuren, maar speelt zich af in een context, waarin een aantal factoren het gewenste gedrag kunnen versterken of hypothekeren. Vandaar het belang om voor elke gedragsverandering een maatschappelijk draagvlak te creëren, waarin dat gedrag als wenselijk en positief wordt erkend. Hiervoor moeten we de nodige argumenten leveren waarom het beoogde gedrag wenselijk is. Sensibiliseren en herhalen van steeds dezelfde boodschap is nodig. Wetgeving en een zichtbaar preventie- en hulpverleningsaanbod zijn aanvullend nodig om dit maatschappelijk draagvlak in stand te houden.
Het aanbieden of verkopen van alcohol aan minderjarigen is onderworpen aan de Belgische wetgeving die bepaalt dat wijn en bier in de horeca niet mag geschonken worden aan jongeren onder de 16 jaar. Sterke drank mag volgens de Belgische wetgeving niet verkocht of aangeboden worden aan jongeren onder de 18 jaar. In een gemeenschappelijke verklaring betreffende het toekomstige alcoholbeleid van de cel gezondheidsbeleid drugs op 17 juni 2008 stellen de ministers van volksgezondheid dat ook de verkoop van bieren en wijnen aan min-16-jarigen in handelszaken moet verboden worden.
VAD steunt het voorstel om het schenken én verkopen van alcohol onder de 16 jaar te verbieden en een prijsverhoging door te voeren in horeca én winkels. Dit zal de drempel om alcohol te kopen hoger maken voor jongeren. Ook andere maatregelen zoals geen happy hours voor alcoholische dranken, geen all-in fuiven, geen zuipkaarten,… werken drempelverhogend voor excessief drinken.
Duidelijke wetgeving moet echter gepaard gaan met voldoende controle.
Preventie is in de eerste plaats gericht op het voorkomen van problemen ten gevolge van gebruik. Omwille van de specifieke risicofactoren die jongeren kenmerken, betekent dit voor min-16-jarigen het stimuleren van niet-gebruik. Preventie moet gebeuren in dialoog met de jongeren en vertrekken van hun realiteit. Die realiteit is echter dat de meeste jongeren op de leeftijd van 16 jaar al alcohol gedronken hebben.
Preventie op maat van jongeren kan best gerealiseerd worden via een alcohol- en drugbeleid in de verschillende maatschappelijke sectoren zoals, onderwijs, jeugdwerk,… In dat kader moeten jongeren geïnformeerd worden over de specifieke risico’s van alcoholgebruik op jonge leeftijd en moeten ze de kans krijgen om attitudes en vaardigheden aan te leren om op een verantwoordelijke manier met alcohol om te gaan.
Het preventiebeleid voor jongeren moet gekaderd zijn in een globaal preventiebeleid waarin ook volwassenen en ouders, omwille van hun voorbeeldfunctie, een belangrijke doelgroep zijn. Verder dient een maatschappelijk draagvlak te ontstaan waarbij de samenleving alcoholgebruik door kinderen en jongeren als niet vanzelfsprekend/niet aanvaardbaar beschouwt en alle actoren niet-gebruik door kinderen en uitstellen van de beginleeftijd van jongeren ondersteunen.
Voor jongeren die door hun alcoholgebruik problemen krijgen is een gepast hulpverleningsaanbod nodig. Dit betekent in de eerste plaats dat professionelen in alle maatschappelijke sectoren oog hebben voor signalen van risicovol gebruik. Het eerstelijnswelzijnswerk en de eerstelijnsgezondheidszorg hebben een belangrijke rol te vervullen op het vlak van screening en vroeginterventie. Bij verder gevorderde problemen is een gespecialiseerd ambulant of residentieel hulpverleningsaanbod noodzakelijk en dit steeds op maat van de cliënt. Het behandelingsproces dient zich te richten op zowel de jongere als op zijn context (ouders, gezin). Vaak gaat problematisch alcoholgebruik hand in hand met andere psychiatrische en/of gedragsproblemen. Een geïntegreerde behandeling is dan een must.