Welke zorg voor wie in de toekomst?

Vlaanderen heeft een ruim en gedifferentieerd zorgaanbod voor personen met problematisch middelengebruik. Dat is ook nodig want voor deze vaak meervoudige en complexe problematiek bestaat geen ‘One size fits all’-behandeling. Om ervoor te zorgen dat het aanbod afgestemd is op de problematiek en de hulpvraag van de cliënt is vooreerst een kwaliteitsvolle inschatting noodzakelijk.

In sommige landen worden gestandaardiseerde hulpmiddelen gebruikt om het verwijsproces te vergemakkelijken en de zorg functioneler te maken. Sommige verwijsmodellen zijn gebaseerd op geprotocolleerde instrumenten voor zorgzwaartemeting en triage wat beperkend kan zijn voor de keuzevrijheid bij zowel cliënt als hulpverlener.

Binnen een evolutie naar geschakelde zorg in transmurale zorgpaden is het echter noodzakelijk om op een rationale manier aan indicatiestelling te doen om te komen tot een kwaliteitsvol verwijsmodel.

De nieuwe richting die de Vlaamse overheid wil uitgaan met een inkanteling van de verslavingszorg in de GGZ dwingt ons stil te staan bij hoe een ideaal zorgpad voor onze doelgroep er dan wel moet uitzien, hoe wenselijk een instrument voor zorgzwaartemeting in onze sector is, welk verwijsmodel zou kunnen gebruikt worden om de beste behandelopties te kiezen, …

In aansluiting op de Algemene Ledenvergadering van VAD op 16 juni 2017 werden de leden uitgenodigd voor een lezing en een verdiepende discussie over het thema Welke zorg voor wie in de toekomst?

Maarten Merkx over de ervaringen in Nederland

In de voormiddag gaf Maarten Merkx (Ned) een lezing over de toepasbaarheid en de voorspellende waarde van geprotocolleerde indicatiestelling in de verslavingszorg. Hij promoveerde in 2016 met het proefschrift ‘Guidelines for patient treatment matching in the substance abuse treatment system.” aan de Universiteit van Amsterdam.

Sinds eind jaren ’90 nemen de meeste voorzieningen uit de Nederlandse verslavingszorg deel aan het kwaliteitsprogramma Resultaten Scoren. Een belangrijk onderdeel van dit programma is de standaardisering van de indicatiestellingsprocedure en expliciete beslisregels voor het bepalen van de behandelingsintensiteit en dit alles binnen een ‘stepped care’-model.

We onthouden uit de lezing dat geprotocolleerde indicatiestelling al ingeburgerd is in de Nederlandse verslavingszorg, tot een grotere transparantie heeft geleid en tot een verandering van patiëntenstromen. Ook de kloof tussen wetenschap en praktijk is er kleiner door geworden.

We kregen een mooi overzicht van de betreffende wetenschappelijke literatuur die aantoont dat cliëntkenmerken geen voorspellende validiteit hebben voor indicatiestelling naar behandelmethoden of aangrijpingspunten voor behandeling. Wel zijn verslavingsernst, ernst van psychiatrische comorbiditeit en de mate van sociale integratie samen goede voorspellers voor de intensiteit van behandeling.

Uit het evaluatie-onderzoek van M. Merkx bleek dat het toewijzen van cliënten aan een bepaalde intensiteit van behandeling niet automatisch leidt tot betere behandelresultaten. De bevinding dat patiënten die op een hoger intensiteitsniveau behandeld werden een beter behandelresultaat hadden dan cliënten die op het voorgeschreven intensiteitsniveau behandeld werden, zou er kunnen op wijzen dat de beslisregels voor indicatiestelling tot onderbehandeling leiden.

Een belangrijke conclusie uit het onderzoek bleek ook dat de behandelrespons tijdens de eerste weken van de behandeling de beste voorspeller was voor het uiteindelijke behandelresultaat. Dit zal er wellicht toe leiden om in de toekomst de behandelgeschiedenis niet meer zo centraal te stellen in de indicatiestelling maar eerder de behandelrespons tijdens eerdere behandelingen. Een ander verbeterpunt is dat bij een psychiatrische comorbiditeit het aangewezen is om eerst te detoxificeren in plaats van reeds te kiezen voor een zwaardere intensiteit van behandeling.

Download hier de powerpointpresentatie van Maarten Merkx.

Kennis en ervaringen uit het eigen werkveld

Na de middag kregen de aanwezigen de kans om eigen kennis en ervaringen uit te wisselen in debattafels rond drie thema’s: cliëntenprofielen, cliëntenoverleg en ontwikkeling van een zorgpad. We kregen boeiende nieuwe projecten, inzichten en praktijkervaringen voorgesteld en uit de discussies kwam heel wat bijkomende informatie en feedback waar we verder mee aan de slag kunnen.

De meeste deelnemers waren het erover eens dat we in Vlaanderen duidelijk nog niet zo ver staan als in Nederland op vlak van indicatiestelling en verwijsmodellen. Maar door een andere structuur, financiering en snelheid van hervorming van de gezondheidszorg is het appelen met peren vergelijken. Het is wel leerrijk om uit de Nederlandse evaluatie de valkuilen en verbeterpunten mee te nemen naar de Vlaamse alcohol- en drughulpverlening. Er is ook overeenstemming dat kwaliteitsbevorderende initiatieven voor indicatiestelling en doorverwijzen belangrijk zijn. Zo is er een interessant voorstel om als eerste stap in het proces van kwaliteitsbevordering uit de verschillende zorgnetwerken de beslissingsprocessen aan te leveren en samen te brengen in een focusgroep.

Ongetwijfeld krijgen deze boeiende debattafels nog een vervolg.

Geert Verstuyf
Alcohol- en drughulpverlening