Waarom 65-plussers graag een glaasje blijven drinken

"Wat motiveert jou om te minderen met drinken?" en "Wat verhindert jou om minder te drinken?". Dit waren twee vragen die centraal stonden in een thesisonderzoek naar alcoholgebruik bij 65-plussers.

Ouderen een stem geven

De ‘babyboomgeneratie’ bereikt de kaap van 65 jaar en deze generatie drinkt meer alcohol dan elke vorige generatie deed. Dit geeft aanleiding tot een grotere groep van overmatige alcoholgebruikers. De negatieve gevolgen van alcoholgebruik zijn daarenboven groter bij ouderen dan bij volwassenen van middelbare leeftijd. De internationale literatuur wijst daarom op een mogelijk volksgezondheidsrisico bij de huidige generatie 65-plussers. Toch blijft onderzoek naar alcoholgebruik bij deze groep een verwaarloosd thema. Gezien de impact van alcoholgebruik bij ouderen is onderzoek naar wat zij zelf benoemen over wat hen motiveert om te minderen of te stoppen met drinken uitermate relevant. Dit kan bijdragen tot het ontwikkelen van effectieve leeftijdsspecifieke interventiestrategieën.

Aan de hand van kwalitatieve interviews met tien ouderen, van wie de leeftijd varieerde tussen 65 en 79 jaar, werd in de masterproef “De beleving van alcoholgebruik bij 65-plussers: een onderzoek naar mogelijke motieven om hun drinkgedrag te veranderen” op zoek gegaan naar mogelijke motieven om te minderen of te stoppen met drinken. Deze zoektocht onthulde eveneens zaken die hen verhinderden, of in de toekomst zouden verhinderen, om hun drinkgedrag te veranderen.

“Ik ben niet verslaafd, ik overdrijf niet”

De onderzochte 65-plussers hadden allen te maken met een lange geschiedenis van alcoholgebruik. Toch definieerden ze zichzelf als ‘sociale drinkers’ (ze drinken enkel in gezelschap) en spraken ze vanuit een zelf dat niet verslaafd is en niet overdrijft. Parallel aan deze zelfidentificatie als ‘niet-verslaafd’, was er weinig reflectie bij de respondenten over het eventueel bijsturen van hun drinkgedrag.

Bovendien kwam het gebrek aan bewustzijn over de grens van 10 alcoholische standaardglazen per week (wat de richtlijn vormt voor ‘overmatig alcoholgebruik’ bij 65-plussers) en de daaraan verbonden nadelen naar voren als één van de voornaamste hindernissen om te minderen of te stoppen. Het lijkt ons dan ook van essentieel belang om in te zetten op bewustwording van de aanbevolen hoeveelheden, zowel bij 65-plussers als bij huisartsen.

In lijn met bestaande literatuur werd in de masterproef geconcludeerd dat de 65-plussers zich, naarmate ze ouder werden, meer bewust geworden waren van de negatieve impact van alcoholgebruik op de gezondheid. Daarentegen ervaarden de deelnemers op het moment van het interview geen zwaarwegende nadelen van hun alcoholgebruik, waardoor ze zich afvroegen waarom ze zouden moeten minderen.

“Ik kan dat zelf”

Voorgaande onderzoeken benadrukten het belang van steunbronnen als belangrijke motivator om te minderen of te stoppen met drinken. In deze masterproef werd eveneens gerefereerd naar deze steunbronnen, maar deze staan duidelijk meer op de achtergrond dan zelfdiscipline. ‘Zelfdiscipline’ werd vernoemd als de manier waarop ze geminderd waren of zouden kunnen minderen: ze zouden op basis van hun sterke karakter hun drinkgedrag veranderen.

“Ik ben het bier een beetje beginnen afbouwen, ik werd te dik”

Een belangrijke motivator om te minderen of stoppen met drinken bleek de gezondheid. Vermageren’ stond daarbij –relatief onverwacht- op de voorgrond. Het lijkt ons dan ook aanbevolen om via reclame in te spelen op het feit dat alcoholconsumptie gewichtstoename in de hand werkt. Huisartsen kunnen naar ons inzien een rol spelen in de bewustwording rond de aanbevolen hoeveelheden door het wekelijkse alcoholgebruik te bevragen op een niet-veroordelende manier, informatie mee te geven over de aanbevolen hoeveelheden, de daaraan verbonden nadelen én voordelen wanneer ze zouden minderen (bijvoorbeeld vermageren) en de combinatie alcohol-medicatie.


“Wij worden al een dagje ouder”

Ook ouderdom, wat samenhangt met een afgenomen tolerantie en een toegenomen levenswijsheid, had de respondenten gedreven of zou hen drijven om te minderen met drinken.

“Oppassen met de auto”

De bredere context, waarin ten heden dage strenger opgetreden wordt tegen alcoholgebruik in combinatie met autorijden, bleek een belangrijke stimulans om minder te drinken. Mogelijk doordat de participanten sociale drinkers zijn, hadden alcoholcontroles zo’n bepalende invloed.

“De compagniegeest”

De bredere context, waarin alcoholgebruik als sociaal aanvaard en vanzelfsprekend ervaren wordt, vormde tevens de voornaamste hindernis om te minderen of te stoppen met drinken. Het genot dat verschaft wordt aan het gezamenlijke drinken leek voor alle respondenten de overhand te hebben: alcohol leek inherent verbonden te worden aan amusement en het leek moeilijk te zijn om ‘nee’ te zeggen in gezelschap. Zo kan het volgens ons essentieel zijn om enerzijds in te spelen op de reeds vernoemde zelfdiscipline, anderzijds om het taboe –en zo de sociale druk- te doorbreken. Dit zou bijvoorbeeld kunnen aan de hand van groepsgesprekken, gezien 65-plussers er op dit moment meestal niet over spreken met elkaar. Daarnaast kadert alcoholgebruik binnen een groter geheel van gezondheidsaanbevelingen, waarbij door de deelnemers aangegeven werd dat eens zondigen geen kwaad kan. Toch lijkt het ons aangewezen om als overheid te blijven inzetten op een aantal schade-beperkende maatregelen zoals informatie over de negatieve gevolgen van alcohol –al dan niet in combinatie met medicatie- via huisdokters, campagnes en alcoholcontroles.

Eén deelnemer gaf ook nog een ‘tip’ mee om ervoor te zorgen dat er niet aangedrongen wordt door het gezelschap: Het is belangrijk om een goede reden te geven, bijvoorbeeld niet mogen drinken omwille van gezondheidsredenen, want gewoon zeggen dat je geen zin hebt, blijkt onvoldoende.

Ja, effenaf op de man af zeggen: “Nee ik doe dat niet meer euhm, kwestie van gezondheid”. Voila, ik heb een reden hé dan. Eh en dat nemen ze aan, voor de gezondheid he. Dus als ge direct zegt: “NEEJE NEEJE NEEJE, want ik moet oppassen voor mijn …” dan dringen ze niet aan. GE MOET EEN REDEN ZEGGEN.

Lise Van Mol
Opvoedings- en gezinspsychologe (Vrije Universiteit Brussel)