Studenten en middelengebruik: meesten hebben het onder controle, maar grote groep ook niet

Studentenbevraging 2017

Er wordt vaak gedacht dat er onder studenten veel problemen zijn met alcohol, cannabis, tabak en stimulerende medicatie. Maar klopt dat wel? VAD, het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, houdt de vinger aan de pols met ‘In hogere sferen?’, een bevraging onder Nederlandstalige studenten van alle hogeronderwijsinstellingen in Vlaanderen en Brussel. Uit de meest recente bevraging kunnen we concluderen dat er wel degelijk problemen met middelengebruik zijn, maar dat we die niet mogen veralgemenen. De meeste studenten gaan doorgaans verstandig met middelen om.

Nadat in 2005, 2009 en 2013 al grootschalige studentenbevragingen doorgingen, werd in 2017 een vierde golf opgezet. Groter dan ooit, want dit is de eerste editie waaraan alle instellingen van het hoger onderwijs in Vlaanderen en het Nederlandstalig hoger onderwijs in Brussel deelnamen. Van begin maart tot eind april 2017 werd de enquête opengesteld. In die periode vulden in totaal 36.041 studenten de online vragenlijst in. Deze steekproef werd gewogen volgens de instellings-, leeftijd- en geslachtsverdeling van de Vlaamse studentenpopulatie. Zo kwamen de onderzoekers tot een zo representatief mogelijk beeld. VAD werkt voor dit onderzoek samen met onderzoekers van Universiteit Antwerpen, Universiteit Gent, Vrije Universiteit Brussel en met een studentenarts van de KU Leuven. Dit zijn een aantal opvallende resultaten.

Opmerkelijk verschil tussen de groep die relatief weinig, en de groep die heel veel drinkt

Het drankgebruik van iets minder dan twee derde van de studenten blijft – wat betreft het aantal glazen – onder de VAD-richtlijn. Deze richtlijn beveelt gezonde volwassenen onder andere aan om niet meer dan 10 glazen alcohol per week te drinken. 37% van de studenten gaat wel over die richtlijn. Het valt daarbij op dat er een groot verschil is tussen de twee groepen. De groep die minder dan de richtlijn drinkt, drinkt gemiddeld 3 standaardglazen per week tijdens de lesperiodes. De andere groep drinkt in diezelfde periodes gemiddeld 29 standaardglazen per week.

Risicovol alcoholgebruik is een realiteit, maar wordt overschat door medestudenten

Ondanks het grote aandeel van de studenten dat onder de 10 glazen blijft, blijkt toch dat de helft van de studenten een verhoogd risico op probleemgebruik vertoont. Dat heeft te maken met het drinkpatroon. Er zijn met andere woorden heel wat studenten die op weekbasis bekeken niet zoveel drinken, maar wel af en toe risicogedrag vertonen. Sommigen doen dat zelfs regelmatig. Van de studenten die het afgelopen jaar alcohol dronken, deden 11% wekelijks of vaker aan bingedrinken (1), 15% wekelijks of vaker aan het indrinken voor het uitgaan, en 10% wekelijks of vaker aan het spelen van drinkspelletjes.

Hoewel een niet te verwaarlozen groep regelmatig risicovol alcohol gebruikt, overschatten studenten de frequentie waarin zich dat in de hele studentengemeenschap voordoet. Zes op tien respondenten denkt dat de doorsnee student wekelijks of vaker bingedrinkt, terwijl dit dus ‘slechts’ bij 11% het geval is.

De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn aanzienlijk. De mannelijke studenten scoren op de meeste indicatoren (onder andere aantal glazen per week en diverse vragen die peilen naar risicovol alcoholgebruik) hoger dan de vrouwelijke studenten.

1 op 12 gebruikte ooit stimulerende medicatie om beter te studeren – meestal tevergeefs

9% van de studenten nam ooit stimulerende medicatie om hun studieprestaties te verbeteren. 4% deed dat het afgelopen jaar, en ongeveer de helft daarvan deed dit wekelijks of vaker tijdens de blok- of examenperiode. In deze cijfers werden de studenten die dergelijke medicijnen nemen of namen in het kader van een medische behandeling (bijvoorbeeld ADHD) buiten beschouwing gelaten.

Opvallend is dat de meeste studenten concluderen dat het hen eigenlijk niet helpt. Bijna 2/3e van de studenten die het ooit deden, zegt af en toe tot nooit een gewenst effect te hebben ondervonden.

2.400 studenten in Vlaanderen gebruiken dagelijks cannabis

24% van de respondenten gebruikte het afgelopen jaar cannabis. Daarbij valt op dat er in de blok- en examenperiodes minder gebruikt wordt dan tijdens de gewone lesperiodes.

1% van de studenten gebruikt het hele academiejaar door dagelijks cannabis, dus zowel tijdens de les- als de blok- en examenperiodes. Procentueel gezien niet zo’n grote groep, maar als we dat cijfer toepassen op de volledige studentenpopulatie, dan gaat het toch om 2.400 Vlaamse studenten.

E-sigaretten ook onder de rokende studenten een trend

31% van de studenten gaf aan het afgelopen jaar gerookt te hebben. Een kwart daarvan zei wel eens e-sigaretten te roken. 3% van de rokers houdt het zelfs enkel bij e-sigaretten.

Meerderheid doet het goed, maar relatief grote groep vraagt toch om aandacht

Uit al deze cijfers blijkt eerst en vooral dat de meeste studenten op een (relatief) gezonde manier omgaan met alcohol, tabak, cannabis en psychoactieve medicatie. Twee derde drinkt niet te veel, en de helft vertoont geen risicovol drinkpatroon. Driekwart gebruikte het afgelopen jaar geen cannabis. Twee derden rookt niet. En de groep die stimulerende medicatie oneigenlijk gebruikt, vormt een minderheid in de studentenpopulatie.

Er kan ook gewerkt worden aan het veel te goedkope aanbod van alcohol, zoals zuipkaarten, gratis vaten en happy hours. In de plaats kan het niet-alcoholisch aanbod in studentencafés verbeterd en beter gepromoot worden.

Marijs Geirnaert, directeur van VAD

“Maar daaruit concluderen dat we van de doelgroep ‘studenten’ geen prioriteit moeten maken, zou een vergissing zijn,” zegt Marijs Geirnaert, directeur van VAD. “Wat alcohol betreft heeft de helft van de studenten een verhoogd risico op problemen, en een derde drinkt systematisch te veel tot veel te veel. We moeten dus blijven werken aan een mentaliteitswijziging, door ons te richten tot de studenten zelf, maar ook tot hun ouders, leiders van studentenverenigingen, studentencafés, enzovoort. Er kan ook gewerkt worden aan het veel te goedkope aanbod van alcohol, zoals zuipkaarten, gratis vaten en happy hours. In de plaats kan het niet-alcoholisch aanbod in studentencafés verbeterd en beter gepromoot worden. Er kan dus nog veel gebeuren.

Ook de andere thema’s zijn van belang. Zelfs al is het een minderheid, het aantal studenten dat problemen ondervindt door cannabis, is niet te onderschatten. Dat een andere groep studenten hun toevlucht zoekt tot stimulerende medicatie voor redenen waarvoor ze niet ontwikkeld zijn, is ook zorgwekkend. Preventie-inspanningen over deze thema’s zijn ook zeker op hun plaats.”

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Met het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ zetten we resoluut in op settinggericht werken, dus ook naar locaties waar jongeren prominent aanwezig zijn zoals onderwijs en vrije tijd. Het is een goed signaal dat de resultaten van deze bevraging aantonen dat de meeste studenten wat alcoholgebruik betreft op de goede weg zijn, maar het onderzoek toont ook dat we nog voor enkele uitdagingen staan. VAD werkt momenteel aan nieuwe preventieve methodieken voor studenten en hun ouders. Blijven investeren in deze doelgroep is cruciaal.”

Meer gedetailleerde onderzoeksresultaten kan je lezen in het rapport ‘In Hogere Sferen? Volume 4’. Je kan dit document hier lezen of bestellen.

Downloads

Joris Van Damme
Stafmedewerker Cannabis / Hoger Onderwijs