Over de invloed van Mens, Middel en Milieu (MMM) op druggebruik en drugproblemen

Een psycho-educatiepakket voor cliënten en hun naastbetrokkenen

VAD werkte een psycho-educatief pakket uit, dat hulpverleners kunnen gebruiken met cliënten en hun naastbetrokkenen. De map geeft een aantal visuele handvatten om uit te leggen welke factoren leiden naar middelengebruik en problematisch gebruik. Het MMM-model (Mens-Middel-Milieu) is de rode draad doorheen dit materiaal. Het pakket helpt om een antwoord te formuleren op de vraag: hoe komt het dat iemand drugs gaat gebruiken en er (al dan niet) problemen mee krijgt?

Het MMM-model in het kort

Of een persoon een bepaald middel gaat gebruiken, en of hij daarna door dat gebruik in de problemen raakt, hangt af van een veelheid aan beïnvloedende factoren en de interactie daartussen. Deze factoren kunnen in drie grote groepen ingedeeld worden:

  • Mens: de individuele kenmerken van de gebruiker.
  • Middel: de specifieke kenmerken van de drug die gebruikt wordt, de manier waarop die gebruikt wordt en het gebruikspatroon.
  • Milieu: de directe omgeving en omstandigheden waarin gebruikt wordt, het sociaal netwerk (gezin, leeftijdsgenoten, enzovoort) en de ruimere maatschappelijke omgeving.

Druggebruik gaat altijd over een persoon (Mens) die alcohol, of een andere drug of medicatie (Middel) gebruikt in een bepaalde context (Milieu). Welk effect en welk risico dat gebruik heeft, hangt met andere woorden niet enkel af van het middel, maar ook van wie gebruikt in welke context. De drie M's zijn in realiteit niet los te koppelen van elkaar. Ze beïnvloeden elkaar. Vaak gaat het niet om één oorzaak, maar om een samenhangend geheel van factoren.

In de inleiding van het pakket wordt het MMM-model beknopt en bevattelijk verder uitgelegd.

Wat is de meerwaarde van het MMM-model in het kader van psycho-educatie?

Het MMM-model kan de cliënt of de naastbestaanden nieuwe inzichten geven in hun eigen situatie. Via het MMM-model kan je mensen de volgende zaken leren begrijpen:

  • Hoe een eerste gebruik optreedt.
  • Hoe men al dan niet evolueert naar problematisch gebruik (riskant gebruik, verslaving).
  • Hoe afhankelijkheid en verslaving in stand worden gehouden.
  • Dat het effect (roes, risico’s, …) van een drug niet alleen bepaald wordt door het middel (de drug), maar ook door de gebruiker en de context (setting) waarin wordt gebruikt.
  • Hoe het behandeldoel al dan niet wordt bereikt.
  • Welke gevolgen verslaving en afhankelijkheid met zich mee kunnen brengen.

Wie kan er met dit pakket aan de slag?

Het psycho-educatiemateriaal is in eerste instantie gericht op hulpverleners die cliënten en hun naastbetrokkenen begeleiden. Het kan zowel individueel als in groep gebruikt worden. Het gaat daarbij om cliënten die ambulant of (semi)residentieel in begeleiding zijn omwille van problemen met alcohol, (andere) drugs, psychoactieve medicatie, gamen of gokken.

Mits wat creativiteit kan dit materiaal ook gebruikt worden in de context van opleiding en vorming. Dus ook preventiewerkers en lesgevers die het MMM-model op een interactieve manier willen brengen, kunnen deze map handig vinden. Met de affiches en kaartjes kan de gebrachte theorie wat visueler voorgesteld worden.

Werkwijze

De map bevat – naast een korte handleiding van hoe ze te gebruiken - een hele reeks kaartjes. Op elk kaartje staat één mogelijke factor, elk uit de Mens-, Middel- of Milieu-categorie. Naast de kaartjes zijn er een aantal affiches, waarop het MMM-model afgebeeld staat als drie in elkaar grijpende tandwielen.

Er is geen vaste manier van werken – de kaartjes en affiches zijn multi-inzetbaar – maar we stellen wel een basis-aanpak voor. Zo kan de hulpverlener een aantal vragen stellen aan de cliënt of de naastbestaande, over het middelengebruik en over hun concrete situatie. De map geeft daarvoor vijf methodieken mee, elk met een basisvraag en richtvragen. Voor de antwoorden die de cliënt of naastbestaande geeft, kunnen bijpassende kaartjes gezocht worden. Tijdens het gesprek worden die kaartjes in de drie categorieën (Mens, Middel en Milieu) geordend. Dat kan bijvoorbeeld door de toepasselijke kaartjes te schikken op één van de affiches, op de juiste plaats in het schema. Zo wordt het samenspel van al die verschillende factoren, in de concrete situatie van de cliënt, overzichtelijk gemaakt. Je kan zelf uiteraard op andere manieren aan de slag gaan door de methodieken verder creatief aan te passen aan je doelgroep.

Een valkuil bij psycho-educatie is dat de hulpverlener te veel overkomt als ‘de deskundige’. Dat het gesprek verloopt als een meester die zijn leerlingen toespreekt. Dit pakket gaat daar tegenin. Het uitgewerkt materiaal stimuleert een interactieve manier van werken om cliënten en naastbetrokkenen deze informatie te geven. In de gesprekken geven zij zelf de nodige antwoorden om meer inzicht te krijgen in hun situatie.

Gilles Geeraerts
Stafmedewerker vorming en hulpverlening