Een dag uit het leven van ... de Early Warning System-coördinator

We volgen Peter Blanckaert één dag. Hoe ziet zijn werkdag eruit als er melding wordt gedaan van een verdacht druggerelateerd overlijden?


9u00:
Ik start de dag met het schrijven van de conclusie van een wetenschappelijke paper over de zuiverheid en mogelijke verontreiniging van de drugs in ons land. Plots rinkelt m’n telefoon: een van de laboratoria in het EWS-netwerk heeft iets raars gezien in hun resultaten. Al mijn aandacht gaat nu naar een meisje van 16 dat dood in bed werd aangetroffen met een onbekende drug in haar bloed. Op dat moment weet ik dat ik mijn geplande agenda voor de komende week mag schrappen.

10u00:

Het blijkt om een nog onbekend amfetaminederivaat te gaan. Samen met het labo overleg ik: wat is theoretisch mogelijk? Welke analyses moeten er nog uitgevoerd worden?

10u15:
Ik neem contact op met de betrokken onderzoeksrechter. Ik moet me immers een beeld kunnen vormen van de omstandigheden van het overlijden. Hij kent me en hij kent de opdracht van het Belgian Early Warning System on Drugs (BEWSD). Ik verlies dus geen tijd met het winnen van zijn vertrouwen. We bespreken de zaak, ik probeer zoveel mogelijk achtergrondinformatie te verzamelen, zodat ik me een precies beeld kan vormen van wat er gebeurd is. De tiener blijkt overleden te zijn na een nachtje stappen met vrienden. Ik verneem dat in dit dossier nog identieke tabletten gevonden werden.

11u00:
Ik stap ik m’n auto en ga een tablet ophalen bij de onderzoeksrechter. Meestal hebben we niet zoveel geluk, het werk wordt wat makkelijker als er nog een tablet is.

12u00:
Dan volgt er een stukje routine: ik karakteriseer de tablet, maak een foto en overleg met het labo. Het is de bedoeling dat ik exact weet wat er aanwezig is, en in welke hoeveelheid. Dosis facit venenum. Als het over een gekende stof gaat, is het wat makkelijker, dan kan er vrij snel een alert de deur uit. Indien het echter over een nieuwe onbekende stof gaat, moet ik uitzoeken wat de toxiciteit en effecten zijn. Ik moet immers inschatten of dit een ernstig probleem kan opleveren voor de uitgaande jeugd. Op Google is vaak weinig te vinden. Hoe diep je zoekt, is ook afhankelijk van de situatie: werd er een nieuwe stof aan de grens onderschept? Of is er iemand overleden na gebruik van die stof? Het is vaak een zuiver wetenschappelijke speurtocht in toxicologie, neuropsychofarmacologie en medicinale chemie. Je komt terecht in een wereld van hersenreceptoren, moleculen, obscure drugs en analytische chemie. Het is ook absoluut de hoofdreden waarom ik hou van dit werk. Constant bijleren, wetenschappelijke papers lezen en overleggen met (inter)nationale collega’s in het veld.

16u30:
Alle informatie wordt samengevat in een factsheet en in een EWS-alert gegoten. Hiervoor contacteer ik ook mijn collega’s in de regio’s en dan kan het de deur uit. Partners zoals VAD en Eurotox spelen een grote rol in het verder verspreiden van de informatie. Ik geef alle informatie ook door aan het EMCDDA en Europol en aan de collega’s in binnen- en buitenland.

6u00:
De volgende ochtend word ik opgebeld door een radiojournalist, die live een interview wil, naar aanleiding van een artikel in een krant over de nieuwe dodelijke drug. De rest van de dag geef ik interviews voor televisie, radio, kranten. Niet noodzakelijk leuk, maar het is een fundamenteel onderdeel: ik doe m’n job immers om te voorkomen dat er nog slachtoffers vallen.

Peter Blanckaert
Coördinator BEWSD