Controverses in de verslavingszorg

21/02/2016

Op 8 december vond in Amsterdam het negende landelijk Symposium Verslaving plaats. Op dit symposium werd een uitvoerige stand van zaken gegeven over de klinische bruikbaarheid van enkele innovatieve behandelingsvormen die de afgelopen jaren als veelbelovend werden naar voor geschoven. Een impressie van een aantal interessante lezingen lees je hieronder.

De e-sigaret: oplossing of nieuw probleem?

Er is weinig discussie over het feit dat roken de moeder aller verslavingen blijft met alle individuele en maatschappelijk nadelige gevolgen van dien. De e-sigaret wordt door velen naar voor geschoven als alternatief wegens minder schadelijk en als hulpmiddel bij rookstopbegeleiding. Maar doorstaan deze claims wel het wetenschappelijk onderzoek?

Het gebruik van de e-sigaret onder volwassenen stijgt en degenen die experimenteren met e-sigaretten zijn voornamelijk rokers van conventionele sigaretten of ex-rokers. Over het gebruik bij jongeren zijn nog weinig gegevens bekend en het is nog onduidelijk of de e-sigaret jongeren aanzet tot roken.

De damp van e-sigaretten bevat schadelijke stoffen, al zijn de gezondheidsrisico’s veel kleiner dan bij het roken van conventionele sigaretten. Het is wel niet zo dat het roken van de e-sigaret helemaal ongevaarlijk is of niet schadelijk voor de mee-rokers. Ook in de uitgeademde lucht zitten nog schadelijke stoffen.

Dr. Tromp stelde dat er nog onduidelijkheid is over de effectiviteit van de e-sigaret bij rookstopbegeleiding. Het rookgedrag blijft gehandhaafd en er is een grote kans op terugval naar gewone sigaretten. Als laatste schadebeperkende optie bij chronische longaandoeningen (OCPD, longkanker) kan de e-sigaret wel uitkomst bieden. Er is trouwens nog geen enkel land ter wereld waar de e-sigaret als geneesmiddel voor rookstopbegeleiding al geregistreerd werd.

Kan de e-sigaret worden ingezet bij de behandeling van nicotineverslaving in de verslavingszorg? Wel …, doorgaan met roken van de sigaret/e-sigaret vermindert de kans op succes bij de behandeling van andere verslavingen en er bestaat altijd het risico op toevoeging van drugs aan de e-sigaret: cannabis, GHB (?), ritalin, alcohol, … Bij residentiële opnames bestaat bovendien het risico op binnensmokkelen van andere drugs in de ampullen van de e-sigaret.

Vanuit een maatschappelijk standpunt kan men zich de bedenking maken dat door de e-sigaret het roken weer genormaliseerd wordt en daardoor nieuwe kansen aan de tabaksindustrie worden geboden.

Neuromodulatie: veelbelovende behandeling of nutteloos speeltje?

Het uitgangspunt van neuromodulatie is dat men op een al dan niet invasieve manier hersengebieden en hersenbanen moduleert die rechtstreeks betrokken zijn bij verslavingsprocessen. Hoofdzakelijk gaat het hier over interventies zoals: EEG- en fMRI neurofeedback en Deep Brain Stimulation (DBS), een neurochirurgische interventie waarbij een tweetal elektrodes die zijn verbonden met een batterij pulsen afgeven aan het Brain-Reward-System (nucleus accumbens) in de hersenen, het meest geschikte en veilige targetgebied voor verslaving. Onderzoek heeft zich vooral gericht naar de effecten op craving. Er zijn matige effecten waar te nemen op craving, maar de onderzoeken tonen veel methodologische tekortkomingen. De effecten zijn wel interessant op wetenschappelijk vlak, maar klinisch niet relevant genoeg om bruikbaar te zijn voor de praktijk van de verslavingszorg. De meest hoopgevende resultaten van DBS laten zich zien bij therapieresistente depressies en obsessief-compulsieve stoornissen.

De spreker besluit met de beschouwing dat we misschien te veel hopen via het brein verslavingsproblemen op te lossen. Ze stelt dat we te gemakkelijk verslaving als een hersenziekte benaderen, wat het – ondanks de veranderingen die plaats vinden in de hersenen – toch niet is. Ze maakt daarbij de vergelijking met ziekte van Parkinson, waar er wel een verklaringsmodel voor een hersenziekte is.

Is neuromodulatie dan een speeltje? Het antwoord is genuanceerd. Ondanks de geringe evidentie voor klinische bruikbaarheid, pleitte dr. Luigjes toch voor verder onderzoek naar de effecten op craving. Het kan namelijk misschien iets toevoegen aan behandelingen waar we nog altijd met lege handen staan, zoals bij cocaïnebehandeling. Ten slotte hield de spreekster vooral een pleidooi om het breindiscours terug een plek te geven tussen de andere aspecten van verslaving.

Legalisering GHB en xtc: goed idee of levensgevaarlijk?

Enkele Nederlandse politieke partijen hadden een ballonnetje opgelaten om GHB en xtc te regulariseren. In weerwil van wat sommige deskundigen beweren: de acute risico’s van zowel GHB als xtc laten zich niet vergelijken met alcohol of cannabis!

Wat prevalentie betreft is deze relatief hoog voor xtc, GHB lijkt kleinschaliger te worden gebruikt. Prevalentie in de verslavingszorg is erg laag voor xtc en ook relatief laag voor GHB, vergeleken bij andere drugs, zoals cannabis of cocaïne.

Maar … Xtc kan al levensgevaarlijke incidenten veroorzaken bij één tablet en de ernst van de incidenten en het aantal fatale incidenten met xtc neemt toe. Incidenten met GHB zijn vaak ernstig (disproportioneel vaker dan met alcohol of cannabis) en hangen samen met de aard van het middel (coma). Ondanks de bescheiden aantallen in de verslavingszorg, vormen de GHB-patiënten wel een extra uitdaging. Afkicken van GHB zonder professionele begeleiding is levensgevaarlijk en GHB-patiënten vertonen een hoge terugval.

Aandachtbias: essentieel of nauwelijks relevant voor de praktijk?

Aandachtsbias is al enkele jaren een hot item in de verslavingszorg. De vraag is hoe we dit kunnen inzetten in de klinisch praktijk. Het staat vast dat aandachtsprocessen een belangrijke rol spelen in verslaving: de mate van craving is geassocieerd met de mate van aandacht die verslaafden voor druggerelateerde stimuli hebben. Maar kunnen we hier iets mee voor diagnostiek en heeft het een voorspellende waarde voor terugval? Onderzoek geeft gemengde resultaten en vertoont veel methodologische tekortkomingen. Relevantie voor de praktijk? Wellicht in de toekomst maar nog niet voor morgen. Dr. Ingmar Franken besloot dat het de weg zou kunnen openen voor nieuwe behandelingen, zoals cognitieve retraining, of gebruikt worden als een soort thermometer die de motivatie voor middelengerelateerde zaken weerspiegelt.

Op dit symposium werden enkele innovatieve behandelmethodes die al enkele jaren als veelbelovend naar voor werden geschoven geëvalueerd op hun klinische bruikbaarheid. Bij sommige interventies viel dat tegen, andere zijn nog te weinig onderzocht om er definitieve uitspraken over te doen. We volgen deze nieuwe ontwikkelingen uiteraard verder op!

Geert Verstuyf
Stafmedewerker alcohol- en drughulpverlening