Alcohol- en druggebruik bij werknemers: een kwestie van alcohol, mannen en gevolgen op het werk

Voor het eerst werd bij Belgische werknemers problematisch middelengebruik en de negatieve effecten ervan onderzocht. Bij meer dan 5700 werknemers werd in 2016 gepeild naar hun gebruik van alcohol, cannabis en andere illegale drugs, slaap- en kalmeermiddelen, antidepressiva en tabak.

83,1% van de bevraagde werknemers consumeerde het voorbije jaar alcohol. Hiervan dronk 11,4% dagelijks minstens 5 tot 6 standaardglazen. Druggebruik ligt lager; cannabis (7,4%) is veruit de meest gebruikte illegale drug. De andere illegale drugs (2,8%) zijn cocaïne (1,4%), xtc (1,1%) en speed (0,6%). Ten slotte slikte 9,3% slaapmiddelen en bijna 8% antidepressiva. Kalmeermiddelen werden door 5,5% van de werknemers ingenomen (zie Tabel 1). Alcohol- en druggebruik bij werknemers blijkt dus wel degelijk een realiteit en heeft een belangrijke impact op de veiligheid en het werkgedrag van werknemers.


Alcohol veruit de meest gebruikte drug

Tijdens het jaar voorafgaand aan de bevraging dronk 83,1% van de bevraagde werknemers ooit alcohol. Hiervan dronk 37,2% (n=4197) meer dan 1x per week en 11% van de werknemers 4 of meer keer per week. Vooral oudere werknemers (> 46 jaar) en werknemers met een hoger opleidingsniveau dronken meer frequent. Het aantal standaardglazen per dag levert een ander beeld op: 35,4% van de laatstejaars drinkers dronk minstens 3 tot 4 standaardglazen per dag, waarvan 11,4% minstens 5 tot 6 standaardglazen per dag, significant meer bij jongere werknemers (<35 jaar) en bij minder opgeleide mannelijke werknemers. Werknemers van de bouw-, de industrie- en de transportsector drinken significant meer. 47,1% van de mannen en 25% van de vrouwen dronk meer dan 14 standaardglazen per week.

“De oude alcoholrichtlijn adviseerde volwassenen niet meer dan 3 (voor mannen) en niet meer dan 2 (voor vrouwen) standaardglazen per dag te drinken. Volgens de nieuwe preventieve richtlijn drink je best niet meer dan 10 standaardglazen per week, en wordt er ook geen onderscheid meer gemaakt tussen mannen en vrouwen.”

Marie-Claire Lambrechts

Van de laatste jaar drinkers dronk 22,7% van de werknemers minstens 1 keer per maand binge (4 standaardglazen voor vrouwen en 6 standaardglazen voor mannen in een tijdsspanne van 2 uur). 8,5% deed dat minstens 1 keer per week, en 0,7% dagelijks. Bingedrinken kwam vooral voor bij jongere mannelijke werknemers en bij alleenstaanden. Naar sector kwamen vooral werknemers uit de bouwsector, de industrie, de horeca en de transportsector in beeld.

Indicatie van problematisch alcoholgebruik

Een van de meest opvallende resultaten in deze bevraging is het aandeel problematische alcoholgebruikers op basis van de score van de AUDIT-C (‘Alcohol Use Disorders Identification Test-consumption’-editie). AUDIT-C omvat de eerste 3 vragen (frequentie, omvang en bingedrinken) van de volledige AUDIT-10, een vragenlijst om naar problematisch alcoholgebruik te screenen. Van de drinkers heeft 39,1% een indicatie van probleemdrinken, significant meer bij hoger opgeleide werknemers en mannelijke werknemers jonger dan 35 jaar oud. In de bouwsector vertoonde 51,6% van de drinkers dergelijke vorm van probleemdrinken.

Problematisch alcoholgebruik betekent niet noodzakelijk dat een werknemer een afhankelijkheidsprobleem heeft. Wel geeft het een indicatie van riskant drinken. In het licht van mogelijke gezondheid- en veiligheidsrisico’s voor de werknemer, en voor derden, is dit een belangrijke indicator.

Lode Godderis

Alcoholgebruik op het werk

We peilden ook naar het alcoholgebruik op het werk, de zogenaamde werkgerelateerde gelegenheden. In ongeveer 1 op 5 van de bedrijven waarin de respondenten tewerkgesteld waren kon er het afgelopen jaar ooit (voornamelijk maandelijks of minder) alcohol gedronken worden. Alcoholgebruik op werk kwam in onze bevraging significant meer voor bij werknemers van overheidsorganisaties, onderwijsinstellingen, diensten en horeca. De mogelijkheid om alcohol te gebruiken in de bouwsector is opvallend lager.

Sinds 2010 kunnen private organisaties regels omtrent de beschikbaarheid en het gebruik van alcohol en andere drugs concretiseren in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 100 (Cao 100). Zo nam de bouwsector het initiatief om het preventiebeleid op de verschillende bouwplaatsen zo uniform mogelijk te maken. Vooralsnog is er geen gelijkaardig wettelijk kader voor de publieke sector en voor het gesubsidieerd personeel van het vrij onderwijs.

Marie-Claire Lambrechts

Cannabis en andere illegale drugs

In deze bevraging gaf 7,4% van de werknemers aan het afgelopen jaar ooit cannabis gebruikt te hebben. Met betrekking tot de andere illegale drugs was dat 2,8%, waaronder cocaïne (1,4%), XTC (1,1%) en speed (0,6%). Zowel cannabis als de andere illegale drugs worden significant meer gebruikt door mannelijke werknemers, jonger dan 35 jaar, en door alleenstaanden.

Ter vergelijking: in de nationale gezondheidsenquête van 2013 gaf 5% van de algemene bevolking van 15 tot 64 jaar aan de afgelopen 12 maanden cannabis gebruikt te hebben, en 0,5% cocaïne, amfetamines en XTC. 3,5% van de respondenten gebruikte minstens 2 tot 4 keer per maand cannabis, en 2,4% minstens wekelijks, significant meer bij mannelijke werknemers onder de leeftijd van 25 jaar.

Psychoactieve medicatie

17,1% (significant meer vrouwen) nam (dagelijks tot minder dan maandelijks) het afgelopen jaar psychoactieve medicatie: 9,3% slikte slaapmiddelen, bijna 8% antidepressiva en 5,5% kalmeermiddelen. Werknemers die zich meer gewaardeerd voelen door hun leidinggevende, die in het algemeen tevreden zijn met hun werk, en een voldoende afwisselend werk hebben, slikken significant minder psychoactieve medicatie. In deze bevraging antwoordde 11.3% van de respondenten positief op de vraag ‘Hoe vaak heeft u het afgelopen jaar voorgeschreven medicatie gebruikt voor niet medische redenen? (bijv. omwille van de ervaring of het gevoel/gewaarwording dat dit gebruik geeft).’ Bij Nederlandstalige werknemers gaat het om 10%, bij Franstalige werknemers om 17,2%. Dit verschil is significant. Het oneigenlijk gebruik van voorgeschreven medicatie doet zich tevens significant meer voor bij lager opgeleide werknemers.

Tabak

Bijna de helft van de bevraagde werknemers heeft nooit gerookt, ook niet tijdens het afgelopen jaar. Toch nog een vijfde van de werknemers (20,1%) rookt dagelijks. Mannen roken significant meer dan vrouwen.

Gevolgen op het werk

Van de werknemers die drinken geeft 12,2% aan door eigen alcoholgebruik negatieve effecten op het werk te ervaren: onregelmatig presteren (5,1%), te laat komen op het werk (4,7%), conflicten met collega’s (3%), afwezigheid op het werk (te dronken om te gaan werk, kater; 2,6%), ongeval op het werk (1,4%), sancties van werkgever (0,9%) en ongeval op weg van en naar het werk (0,6%). Er is een significant verband tussen de AUDIT-score en werkgerelateerde gevolgen (p<0,001), waarbij dit verband meer uitgesproken is bij Franstalige werknemers. Risicofactoren zijn alleenstaand zijn, jonger dan < 35 jaar en de specifieke werkcontext: 23.5% van werknemers uit de bouwsector, 17,8% uit de horecasector en 17,1% uit de transportsector gaf aan het voorbije jaar negatieve effecten op het werk te ervaren.

Gezien alcohol en andere drugs een belangrijke impact hebben op de gezondheid, hoe iemand zich voelt op het werk en het functioneren, is het belangrijk om een A&D-beleid te hebben en effectief te implementeren.

Lode Godderis

We peilden ook naar de inschatting van werknemers omtrent de negatieve gevolgen van middelengebruik bij collega’s: 27,8% merkte negatieve effecten bij collega’s op door hun alcoholgebruik, voornamelijk te laat komen op het werk (18.3%), onregelmatig presteren (18%), afwezigheid op het werk (15,7%) en conflicten met collega’s (10,6%).Van de effectieve druggebruikers (n=403; cannabis en andere illegale drugs) ervaarde 15,2% het afgelopen jaar ooit zelf negatieve effecten. Bij laatstejaars gebruikers van psychofarmaca (n=820) is dat 17,6%. Inschatting omtrent de impact van gebruik bij collega’s was 10,7% en 7,2% respectievelijk door psychoactieve medicatie en illegaal druggebruik.


In verhouding schatten gebruikers van illegale drugs en psychoactieve medicatie de gevolgen van hun eigen gebruik beter in. Illegale drugs worden verder niet alleen minder frequent gebruikt door werknemers, het gebruik en de effecten ervan worden vaak ook niet herkend. Door het illegaal karakter ervan mogen deze drugs ook niet gebruikt worden op werkgerelateerde gelegenheden.

Marie-Claire Lambrechts

De vragenlijst en respons

In dit prevalentieonderzoek hebben we het gebruik van alcohol, cannabis en andere illegale drugs, slaap- en kalmeermiddelen, antidepressiva en tabak door werknemers bevraagd. Ook peilden we naar mogelijke werkgerelateerde gevolgen en naar het verband met jobtevredenheid.

Alcoholgebruik werd bevraagd met de vragenlijst AUDIT-C (Alcohol Use disorders Identification-consumption test). De test werd ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie en door internationaal onderzoek gevalideerd. De test is zeer geschikt voor het identificeren van riskant gebruik in beperkte tijdsomstandigheden, en blijkt even effectief te zijn als een afname van de volledige AUDIT (Gual et al, 2002). De vragen omtrent illegaal druggebruik behoren tot de DAST (Drugs Screening Test), een gevalideerd kort screeningsinstrument (Skinner, 1982). De vragen omtrent werkomstandigheden zijn gebaseerd op de burnout-studie van KU Leuven (Vandenbroeck et al (2012).

De afname werd gerealiseerd in samenwerking met de externe preventiediensten IDEWE en CESI. De schriftelijke vragenlijst werd in 2016 anoniem afgenomen bij een specifieke groep van werknemers voorafgaand aan het medisch gezondheidstoezicht (wachtzaal). De keuze van de locatie van afname werd bepaald door het vertrouwelijk en veilig karakter ervan, maar had verder geen verband met het medisch onderzoek zelf.

Respons

5367 werknemers (96%) vulden de vragenlijst in: 81% van de werknemers is Nederlandstalig en 55% is vrouwelijk. 9,6% is jonger dan 25 jaar; 78,3% in de leeftijdscategorie 25-55 jaar [29,5% tussen 25-35 jaar, 24,3% (36-45); 24,5% (46-55)] en 12,1% is ouder dan 55 jaar). 18,3% is alleenstaand (met of zonder kinderen). 52,3% volgde hoger onderwijs (niet universitair/universitair). 39,9% had een anciënniteit van 2 tot 10 jaar; 38,1% > 10 jaar en 22% < 2 jaar. 36,5% werkte in een kleine onderneming (< 50 werknemers); 35,5% in een middelgrote onderneming (50 tot 500) en 27,9% in een onderneming met 500 of meer werknemers. Werknemers kwamen uit volgende sectoren: bouw (7%), dienstensector (12,1%), gezondheidszorg (22,7%), handel (6,4%), industrie (7,1%), onderwijs (10,3%), overheid (11,4%), transport (4,8%) en andere (14,9%).

Over de onderzoekers

Het onderzoek werd uitgevoerd door Marie-Claire Lambrechts en Prof. Dr. Lode Godderis KU Leuven, Omgeving en Gezondheid. Marie-Claire Lambrechts is tevens coördinator sector arbeid van het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD). Lode Godderis is directeur Kennis, Informatie en Onderzoek bij IDEWE. Dr. Lieve Vandersmissen (IDEWE) werkte mee aan de verzameling en analyse van de resultaten.

Dit prevalentieonderzoek maakt deel uit van het UP-TO-DATE 2-project waarin diverse aspecten van alcohol- en druggebruik bij de werkende bevolking werden onderzocht. Het project werd gesponsord door BELSPO (Federaal Wetenschapsbeleid) en door de federale overheidsdiensten FOD WASO en FOD Volksgezondheid. KU Leuven coördineerde het project waaraan ook de universiteiten van Antwerpen (Centrum voor Huisartsengeneeskunde) en Luik (Département de Médecine général, Unité de Recherche Soins primaires et Santé) hun medewerking verleenden.

Downloads

Marie-Claire Lambrechts – marieclaire.lambrechts@kuleuven.be

Prof. Dr. Lode Godderis – lode.godderis@kuleuven.be