français - english login - uw winkelmandje (leeg)
Rijden onder invloed van illegale drugs zoals cannabis, cocaïne, XTC, heroïne,... is absoluut verboden. Maar wat gebeurt er nu als de politie iemand tegenhoudt bij een drugcontrole?
De politie volgt een procedure die uit drie stappen bestaat:
Men mag de testen weigeren om medische redenen. De politie zal dan een arts oproepen om dit te controleren. Blijkt de weigering ongegrond, dan zal men de kosten voor het oproepen van de dokter moeten betalen. Een urinetest of bloedproef weigeren zonder wettige reden is dus geen goed idee.
Bij het weigeren van een urinetest wordt het rijbewijs voor minimum twaalf uur afgenomen. Bij het weigeren van een bloedproef zonder wettige reden volgt er een gerechtelijke vervolging.
Nog enkele belangrijke opmerkingen:
top
Het alcoholverbruik in het wegverkeer wordt eveneens gereglementeerd. Sinds december 1994 is een alcoholgehalte van 0,5 promille in het bloed strafbaar. De verkeerswetgeving bepaalt dat rijden (met de wagen, de motorfiets of brommer én met de fiets) met meer dan 0,5 promille alcohol in het bloed strafbaar is.
De politie kan onmiddellijk 137,50 euro innen of kan voor hetzelfde bedrag een minnelijke schikking treffen. Men krijgt een rijverbod van minimum drie uur. De rechter kan een boete uitspreken tot 2.750 euro en het recht tot sturen ontzeggen.
Vanaf 0,8 promille worden de straffen zwaarder. Bij een minnelijke schikking betaalt men 400 tot 550 euro (afhankelijk van het precieze alcoholgehalte in je bloed). Het recht tot sturen wordt minimum zes uur ontnomen en het rijbewijs kan onmiddellijk ingetrokken worden, bijvoorbeeld als het rijgedrag gevaarlijk is voor de verkeersveiligheid. De rechter kan boetes van 1.100 tot 11.000 euro uitspreken.
Bij herhaalde overtredingen worden de boetes nog zwaarder.
Responsible Young Drivers en Drive Up Safety willen jonge mensen duidelijk maken dat veilig verkeer en verantwoord rijgedrag een must zijn. Dat alcohol en drugs tot de aandachtspunten behoren, spreekt voor zich. Beide organisaties kennen de taal van de jongeren en communiceren onder andere via bewustwordingscampagnes en spraakmakende acties met hen.
Sinds 1 oktober 1998 is in België een nieuw Koninklijk Besluit (KB) van kracht. Een bestuurder van een motorvoertuig is niet rijgeschikt als hij aan een lichamelijke of geestelijke aandoening lijdt die in het KB van 23 maart 1998 is opgenomen. Dat KB vermeldt onder meer neurologische aandoeningen, geestelijke aandoeningen, epilepsie, aandoeningen van hart en bloedvaten, diabetes en normen voor de visuele functies.
Ook bij het voorschrijven van geneesmiddelen moet de geneesheer nagaan welke invloed het geneesmiddel heeft op de rijvaardigheid en de patiënt hiervan op de hoogte brengen.
De geneesmiddelen worden onderverdeeld in drie klassen naargelang hun potentiële invloed op de rijvaardigheid:
De geneesheer bepaalt dus de rijgeschiktheid van de patiënt en de geldigheidsduur van het advies.
De patiënt die aan psychotrope stoffen verslaafd is of die stoffen overmatig gebruikt zonder verslaafd te zijn, is sowieso niet rijgeschikt. Na een periode van bewezen onthouding van minstens zes maanden kan deze patiënt opnieuw rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal drie jaar.
De patiënt die regelmatig in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijvaardigheid kunnen hebben of die dusdanige hoeveelheden gebruikt dat het rijgedrag daardoor ongunstig wordt beïnvloed, is niet rijgeschikt. Hetzelfde geldt bij gebruik van alle andere geneesmiddelen of geneesmiddelencombinaties die de waarneming, de stemming, de aandacht, de psychomotoriek en het oordeelsvermogen ongunstig beïnvloeden.
De geneesheer gaat bij het voorschrijven van geneesmiddelen na wat de invloed is op het rijgedrag van elk geneesmiddel afzonderlijk, in combinatie met andere geneesmiddelen of in combinatie met alcohol. De geneesheer licht zijn patiënt in over de mogelijke gevolgen voor het rijgedrag.
Het is de plicht van de geneesheer om de patiënt te informeren dat het rijbewijs moet worden ingeleverd wanneer men vaststelt dat de patiënt niet meer beantwoordt aan de vastgestelde medische normen. Vanaf dat moment ligt de verantwoordelijkheid bij de cliënt.