Meerderjarigen die cannabis bezitten en/of gebruiken


Sinds de wetswijziging van 2003 wordt er voor meerderjarigen een onderscheid gemaakt tussen cannabis en andere illegale drugs.

Wanneer een meerderjarige in het bezit is van een kleine hoeveelheid cannabis voor persoonlijk gebruik, zal er - bij vaststelling van bezit - een vereenvoudigd procesverbaal worden opgesteld, waarin onder andere worden opgenomen:

  • Plaats en datum van de feiten;
  • Aard van de feiten (type en hoeveelheid van het product);
  • Volledige identiteit van de dader;
  • Samenvatting van zijn versie van de feiten.

Verder wordt men nog eens herinnerd aan de norm: cannabis is verboden.

Cannabisbezit voor persoonlijk gebruik houdt in:

  • Maximum hoeveelheid van drie gram;
  • Één geteelde plant.

In volgende gevallen wordt er wel een procesverbaal opgemaakt:

  1. Als er verzwarende omstandigheden zijn, namelijk:
    • misdrijven gepleegd ten aanzien van minderjarigen, waaronder: cannabisgebruik of -verhandeling in aanwezigheid van minderjarigen; minderjarigen aanzetten tot cannabisbezit of -gebruik;
    • lid zijn van een 'vereniging' die drugs levert;
    • door cannabisgebruik bij anderen een ongeneeslijke ziekte, blijvende arbeidsongeschiktheid, verlies van een orgaan, zware verminking of de dood veroorzaken.
  2. Als de openbare orde verstoord wordt:
    • bezit in een strafinrichting of instelling voor jeugdbescherming;
    • bezit in een onderwijs- of gelijkaardige instelling of in hun onmiddellijke omgeving. Dit zijn plaatsen waar leerlingen zich verzamelen of elkaar ontmoeten (bijvoorbeeld halte openbaar vervoer of park in de nabijheid van een school);
    • ostentatief bezit in een openbare plaats of een plaats die toegankelijk is voor het publiek (bijvoorbeeld een ziekenhuis).

De procureur zal rekening houden met lokale omstandigheden en kan een bijzondere richtlijn verspreiden naar aanleiding van massabijeenkomsten (bijvoorbeeld een festival).
In enkele specifieke uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer men niet in België woont of in een ander arrondissement woont dan datgene waar de vaststelling gebeurt en wanneer men meerdere vrouwelijke cannabisplanten bezit.

Volgende zaken waren al verboden en blijven verboden:

  • Cannabis verkopen of gratis uitdelen (dealen).
  • Rijden onder invloed van cannabis.

In al deze gevallen stelt de politie een procesverbaal op en bezorgt dit aan het parket. De nieuwe wet van juni 2003 legt de klemtoon op hulpverlening en niet op bestraffing. In elk gerechtelijk arrondissement zal er een 'case manager justitie' aangesteld worden die een lijst met 'therapeutisch adviseurs' samenstelt, waar hij of zij naar kan doorverwijzen. Bij een indicatie van problematisch gebruik zal de therapeutisch adviseur vaststellen of een behandeling nodig is, en zo ja, welke.

Het parket beschikt over volgende mogelijkheden:

  • Seponering:
    de zaak wordt zonder gevolg geklasseerd en er volgt geen doorverwijzing naar de rechtbank. Men krijgt wel een waarschuwing van de politie en wordt eventueel doorverwezen naar gespecialiseerde hulpverlening.
  • Minnelijke schikking:
    men betaalt op vraag van het parket een bepaalde geldsom, waardoor men niet voor de rechtbank moet verschijnen. Door de betaling vervalt de strafvordering. Er is geen vervolging meer mogelijk voor dat feit en er komt dan ook niets op het strafblad van de betrokkene.
  • Pretoriaanse probatie:
    het dossier wordt zonder gevolg geklasseerd mits men aan bepaalde voorwaarden voldoet (bijvoorbeeld een centrum voor hulpverlening opzoeken). Als men aan de voorwaarden voldoet, blijft de zaak zonder gevolg. Wanneer men de voorwaarden niet naleeft, is het mogelijk dat men alsnog voor de rechter moet verschijnen.
  • Doorverwijzing naar de correctionele rechtbank:
    de correctionele rechtbank blijft bevoegd voor de bestraffing van cannabisbezit voor persoonlijk gebruik, ook al is sinds de wetswijziging de correctionele straf vervangen door een minder zware politionele straf (gelijklopend met de straffen voorzien in de wet op de beteugeling van dronkenschap).

Er worden vier categorieën straffen onderscheiden:

  1. geldboete van 15 tot 25 euro voor een eerste overtreding;
  2. geldboete van 26 tot 50 euro in geval van herhaling binnen een jaar na de eerste overtreding;
  3. gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en een geldboete van 50 tot 100 euro in geval van een nieuwe herhaling binnen een jaar na de tweede veroordeling;
  4. gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en/of een geldboete van 1000 tot 100.000 euro bij openbare overlast.

Noot: alle bedragen moeten in realiteit vermenigvuldigd worden met vijf.

Gaat cannabisbezit gepaard met verzwarende omstandigheden, dan blijven de bepalingen van de wet van 24 februari 1921 volledig van toepassing: geldboete en/of gevangenisstraf.

Bij invoer, vervaardiging, vervoer en aanschaf van cannabis niet voor persoonlijk gebruik geldt nu een strafverzwaring: de rechtbank moet steeds een geldboete én een gevangenisstraf uitspreken, terwijl vroeger in bepaalde gevallen enkel een geldboete of een gevangenisstraf uitgesproken werd.

top