français - english login - uw winkelmandje (leeg)
Voor het bezit en/of het gebruik van andere illegale drugs dan cannabis wordt er altijd een procesverbaal opgemaakt en doorgestuurd naar het parket.
Bij het parket kan de procureur dezelfde maatregelen treffen als diegene die hier beschreven staan voor cannabisbezit en/of -gebruik, namelijk seponering, minnelijke schikking, pretoriaanse probatie en doorverwijzing naar de correctionele rechtbank.
De klemtoon ligt op hulpverlening en niet op bestraffing. Een 'case manager justitie' en een 'therapeutisch adviseur' kunnen worden ingeschakeld. Hier is er geen verschil met overtredingen in verband met cannabis die door het parket worden onderzocht.
Als de zaak door het parket toch wordt doorverwezen naar de correctionele rechtbank, is er wél een verschil: waar er voor cannabis minder zware politionele straffen mogelijk zijn, gelden voor andere illegale drugs enkel de correctionele straffen uit de wet van 24 februari 1921.
De correctionele rechtbank kan volgende maatregelen nemen:
De algemene regel is dat men voor drugzaken een gevangenisstraf tussen drie maanden en vijf jaar en een geldboete tussen 1.000 en 100.000 euro kan krijgen (vermenigvuldigd met vijf, in werkelijkheid dus van 5.000 tot 500.000 euro). De wet bepaalt dus een minimum- en een maximumstraf, waartussen de rechter de straf kan bepalen. Zo kan de straf aangepast worden aan de situatie van de persoon en aan de gepleegde feiten. De rechtbank kan rekening houden met verzwarende omstandigheden. Wanneer er daarentegen verzachtende omstandigheden zijn, kan de rechtbank een lichtere straf uitspreken. Ze kan bijvoorbeeld een deel van de gevangenisstraf of boete voorwaardelijk uitspreken. Bijvoorbeeld: van een geldboete van 5.000 euro moet men slechts 500 euro betalen. Zolang men gedurende een opgelegde proefperiode (maximum vijf jaar) op het rechte pad blijft, moet men de rest van de boete niet betalen.
Naast een gevangenisstraf en een geldboete, kan de rechtbank ook alle zaken die verband houden met de gepleegde inbreuk en die in beslag genomen werden, verbeurd verklaren. De drugwetgeving maakt dit ook mogelijk wanneer ze geen eigendom zijn van de betichte. Bijvoorbeeld: de auto van een vriend waarmee drugs vervoerd werden, of geld dat verdiend werd met dealen.
De rechtbank kan de straf eveneens opschorten of uitstellen, al dan niet onder bepaalde voorwaarden. Indien er voorwaarden worden opgelegd spreken we van probatie-opschorting of probatie-uitstel. Bij probatie-opschorting wordt geen straf uitgesproken zolang men zich aan de voorwaarden houdt; bij probatie-uitstel wordt er wel een straf uit gesproken, maar wordt ze niet uitgevoerd als men de voorwaarden naleeft. Bij probatie-opschorting komt er geen vermelding op het strafblad, bij een probatie-uitstel komt de veroordeling er wel op te staan. De voorwaarden kunnen bijvoorbeeld zijn: geregeld een centrum voor hulpverlening opzoeken, niet omgaan met druggebruikers, geen alcohol en andere drugs gebruiken, een vormingscursus over drugs volgen. De rechter heeft ook de mogelijkheid om een 'autonome werkstraf' op te leggen. Dit is een straf waarbij men verplicht wordt om een aantal uren te werken ten bate van de gemeenschap.
Na de uitspraak door de rechter is het de probatiecommissie die er samen met de justitieassistent op toeziet dat men de opgelegde voorwaarden naleeft of de werkstraf uitvoert. Houdt men zich niet aan de voorwaarden, dan kan de probatiecommissie aan het parket vragen om de zaak opnieuw voor de rechtbank te brengen. De rechtbank kan de betrokkene dan tot een effectieve straf/boete veroordelen of opnieuw een probatiemaatregel opleggen met aangepaste voorwaarden.
Belangrijk om weten is dat probatiemaatregelen veel gebruikt worden bij inbreuken op de drugwet. Deze gunst kan aan druggebruikers steeds toegekend worden, ook al voldoen ze normaal niet aan de wettelijke voorwaarden.
top