Wetgeving over alcohol

Er bestaan verschillende wetten voor het regelen van de productie, het schenken en de verkoop van alcohol en voor het rijden onder invloed. De productie van alcoholhoudende dranken is gereglementeerd, vooral met het oog op kwaliteitsnormen en om economisch-fiscale redenen (taksen).

Wetswijziging 31 december 2009

Op 31 december 2009 werd in het Belgisch Staatsblad de wetswijziging over de leeftijdsgrenzen voor het verkopen en schenken van alcohol aan jongeren. Het gaat om een wijziging van de wet van 24 januari 1977 "betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van voedingsmiddelen en andere producten".
Deze wetswijziging werd van kracht op 10/01/10.
In essentie zegt de wetswijziging het volgende:
Het is verboden om alcohol te verkopen, te schenken of aan te bieden aan –16-jarigen. Met alcohol bedoelt men alle alcoholhoudende dranken van meer dan 0.5% vol. o.a. bier, wijn,….
Sterke drank mag men niet verkopen, schenken of aanbieden aan –18-jarigen (cf bestaande wetgeving hieronder). Van elke persoon die alcohol/sterke drank wil kopen mag gevraagd worden zijn leeftijd aan te tonen.

Lees meer

De wet van 28 december 1983

Deze wet regelt en controleert het verstrekken van sterke dranken en het daarbij horende vergunningsrecht. Artikel 13 van de wet bepaalt dat het verboden is sterke drank te schenken of gratis aan te bieden aan minderjarigen in drankgelegenheden. Ook het verkopen 'om sterke dranken mee te nemen' is verboden.
Verder bepaalt de wet wat er verstaan wordt onder sterke drank:

  • "alle producten van de GN-codes 2207 en 2208 met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2% vol, ook wanneer deze producten bestanddeel zijn van een product uit een ander hoofdstuk van de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschappen;
  • producten van de GN-codes 2204, 2205 en 2206 met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 22% vol;
  • gedistilleerde dranken die producten al dan niet in oplossing bevatten."

Deze complexe definitie is een gevolg van de wetswijziging in 1996 waarbij de definitie "drank waarvan het alcoholgehalte, bij een temperatuur van twintig graden Celsius, meer dan tweeëntwintig volumeprocenten bedraagt" drastisch gewijzigd werd door middel van een artikel uit het KB van 1992 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken.

De wet op de beteugeling van de dronkenschap van 14 november 1939

Openbare dronkenschap is strafbaar volgens de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van dronkenschap. Dezelfde wet verbiedt onder andere ook het opdienen van 'dronkenmakende' dranken aan iemand die kennelijk dronken is, iemand doen drinken tot hij dronken wordt, iemand opzettelijk tot dronkenschap brengen met ziekte, werkonbekwaamheid of de dood tot gevolg, uitdagingen tot drinken voorstellen of aanvaarden. Het is ook verboden zonder 'aannemelijke reden' alcoholische dranken te schenken aan iemand jonger dan zestien jaar.

Alcoholreclamewetgeving

In België tellen we zeven regelgevingen, zes statutaire en één niet-statutaire, waarin de reclame en marketing voor alcoholische dranken wordt geregeld. België heeft slechts één federale wet die de reclame en marketing voor alcoholische dranken regelt, namelijk de consumentenwet van 1977.
De regulering van reclamevoering op televisie en radio is een gemeenschapsbevoegdheid en dit betekent dat elke gemeenschap en het Brussels hoofdstedelijk gewest zijn eigen regelgeving heeft. Opvallend is dat de bepalingen in de verschillende regelgevingen toch zeer gelijkaardig zijn. Er zijn vijf verschillende wetten of decreten die de uitzendingen op radio en televisie bepalen en die telkens een hoofdstuk over (alcohol)reclame bevatten.

België heeft sinds 12 mei 2005 een 'Convenant inzake Gedrag en Reclame met betrekking tot Alcoholhoudende Dranken', een co-regulering tussen de alcoholindustrie, consumentenorganisaties en de regering. Ondertussen heeft deze co-regulering een wettelijke basis gekregen aangezien de bepalingen zijn weerhouden als aanvulling (toevoeging van art. 7 bis) bij de Consumentenwet van 24 januari 1977.

De Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame is het zelfdisciplinaire orgaan van de reclamesector in België. Zij werd opgericht in 1974 door de Raad voor de Reclame, de vzw die de representatieve verenigingen van de adverteerders, reclamebureaus en media groepeert met als doel de reclame, als factor van economische en sociale expansie, te bevorderen.
Enkel een verantwoorde en gezonde reclame is het vertrouwen van het publiek waardig. Het behoort dan ook tot de taak van de Jury om te onderzoeken of de reclameboodschappen die verspreid worden via de media in overeenstemming zijn met de regels inzake reclame-ethiek, waarvoor zij zich baseert op de wetten en de zelfdisciplinaire codes. De zelfdisciplinaire werking van de JEP steunt op de vrijwillige medewerking van de adverteerders, reclamebureaus en media.
Haar taak is tweezijdig. Enerzijds onderzoekt zij de klachten die zij ontvangt van het publiek, in het bijzonder van de consumenten (met uitsluiting van ondernemingen en organisaties met commerciële doeleinden). Anderzijds behandelt zij voorafgaandelijk aan de verspreiding van reclame vragen om onderzoek die haar op vrijwillige basis worden voorgelegd door adverteerders, reclamebureaus en media. Om een klacht of een vraag om voorafgaandelijk onderzoek in te dienen kan u gebruik maken van de formulieren 'klachten' of 'vragen om voorafgaandelijk onderzoek' die beschikbaar zijn op de website.

De verkeerswetgeving

Lees meer over de wetgeving omtrent alcoholgebruik in het verkeer

Lees ook de visietekst over alcohol en jongeren en de richtlijnen voor een aanvaardbaar alcoholgebruik.

top